De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

5 minuten leestijd

Geachte Redactie,

Met betrekking tot het Ingezonden stuk van „een hervormd predikant" in uw blad van 4 Oct. 11. zou ik enkele opmerkingen willen maken. Het onderschrift van den Hoofdredacteur verzekert my, dat uw blad hiervoor gaarne plaatsing verleent.

Volkomen ben ik het met den geachten inzender eens, als hij schrijft, dat de kwestie van het Hooger Onderwijs in het algemeen en van de opleiding onzer predikanten in het bizonder door ons, Hervormden, ernstig onder de oogen behoort gezien te worden. Er staan groote belangen op het spel. Maar ik kan niet nalaten de aandacht te vestigen op een zinsnede in genoemd Ingezonden stuk — een zinsnede van verstrekkende beteekenis — die zonder nader bewijs als uitgangspunt van het betoog genomen wordt; ik bedoel de woorden: „wij zqn voor het vrije onderwijs, op het terrein van het lager en van het middelbaar, maar ook van het hooger onderwijs." Hier wordt als beginsel aanvaard, waarvan eerst bewezen moest worden, dat het een eisch der Gereformeerde beginselen ia. Hoe men tot bedoelde uitspraak komt, is te verstaan. Het lijkt een eenvoudige consequentie. Wanneer men ijvert voor het vrije lager onderwijs, ook voor het vrije middelbaar onderwas, dan schijnt het noodzakelijk en vanzelfsprekend, dat men op deze lijn voortgaande tot het vrije Hooger Onderwijs komen moet. Men kan toch niet halverwege blijven staan?

Evenwel ik meen, dat op deze consequentie nog wel iets af te dingen is. Ze zou ongetwgfeld geldingskracht bezitten, wanneer het Hooger Onderwijs niet anders dan een verlengstuk van het lager en middelbaar onderwys was, gradueel, niet principieel daarvan onderscheiden. Maar dit laatste mag niet toegestemd worden. Er is m. i. een beslist, principieel verschil tusschen een Universiteit en een lagere of middelbare school. Het komt mij o. a. voor, dat het niet de eerste taak van een Hoogleeraar is om onderwijs te geven. Hij is geroepen om zich te wijden aan de beoefening der wetenschap. Hij kan een uitnemend Hoogleeraar zijn, al gaf hij gansch geen colleges. De vruchten van zijn arbeid — inzooverre toch de wetenschap ook waarde heeft voor het practische leven — kunnen langs anderen weg het volk, de kerk, de maatschappq of welke andere kringen men wil ten goede komen.

Bovendien al geeft in de meeste gevallen een Hoogleeraar „onderwijs", dan is dat toch van anderen aard dan op de lagere of middelbare school. Hij deelt niet eenvoudig resultaten van wetenschappeliijk onderzoek mee, die zijn leerlingen zonder meer hebben te aanvaarden, maar zijn taak is veeleer om zijn studenten in te leiden in* dat bepaalde deel der wetenschap, welks beoefening hem is toevertrouwd, opdat ze zelfstandig daarin hun weg mogen vinden.

Wanneer men het H, O , gelijk Inzender doet, in dezelfde lijn plaatst ala het L. en M. Onderwijs, dan moet men ook daartoe komen, dat men de behartiging daarvan in handen van belanghebbenden wenscht gesteld te zien. Omdat de opvoeding der kinderen en de richting en geest van het onderwijs, dat hun* gegeven wordt, een zaak is, die allereerst de ouders aangaat, is met zoo langdurige volharding gestreden voor de leuze: „de school aan de ouders." Welnu, zoo kan Inzender niet blijven staan by het algemeene: „laat het onderwijs opkomen uit het particulier initiatief", maar hij moet op genoemde lyn de gevolgtrekking maken: „oo\ het H. Onderwijs in handen van belanghebbenden"; dat is dan wat de opleiding van predikanten betreft in handen der Kerk. Ik kan niet anders zien of hier komen we uit by een Seminarie; -de theologie wordt opgesloten binnen de enge muren van een kerkelijke opleidingsschool, tengevolge waarvan haar alle voorwaarden voor verdere ontwikkeling worden afgesneden. Zulk een opleidingsschool moge zeer goed passen in het Roomsche kader, maar komt toch niet overeen met de protestantsche, bepaaldelijk de Gereformeerde beginselen.

Maar ik begrijp, dat dit niet de bedoeling van den geachten Inzender geweest is. Hij wil zeer zeker een Universiteit, maar een vrije Universiteit. Doch dan moet hg de zinsnede, waarop ik gewezen heb en waarop het betoog rust, laten vallen. Anders kan hq m. i. de gedachte van een Universiteit niet vasthouden. Om welke reden een Vrije Universiteit boven een Rijks-of Gemeente-Universiteit dient verkozen te worden, moet hij dus nog nader aantoonen. Het beroep op de vrijheid van het L. Onderwgs, waarvoor zoo lang is gestreden, is hier niet geldig.

Mijn bedoeling is niet geweest — het zij tot nadere toelichting gezegd — om de kwestie Vrije Universiteit of Rijksuniversiteit hiermede onder de oogente zien. Ik heb de vraag enkel een weinig zuiverder willen stellen en willen waarschuwen voor een gevolgtrekking, die, schgnbaar consequent, in werkelqkheid ongegrond en nietszeggend is. Het Hooger Onderwijs is van anderen aard dan het Lager. Het is ook nimmer gedwongen tot die onmogelgke en onverdraaglijke neutraliteit, die den strijd voor de vrijheid van het Lager Onderwijs heeft voortgebracht. Bevredigt ons de tegenwoordige toestand niet, dan dient nauwkeurig te worden nagegaan of dit samenhangt met toevallige omstandigheden dan met het wezen van een Rijks-Universiteit als zoodanig. Alleen in het laatste geval is m.i, de strijd voor de vrijheid van het Hooger Onderwijs gerechtvaardigd. Met dankzegging voor verleende plaats ruimte. Hoogachtend,

Randwijk. J. G. WOELDERINK.

Wij zijn collega Woelderink dankbaar voor dit ingezonden stuk. Nu is de zaak aan 't rollen. Hartelgk hopen we, dat deze belangrijke kwestie nu eens rustig en degelijk onder ons kan worden behandeld. Wie volgt nu? M. v. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's