De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

5 minuten leestijd

Hooggeachte Heer Redacteur!

Bij de lezing der beschouwingen van den schrijver over „Overheid of Kerk", kwam het mij voor, dat het toch aanbeveling zou verdienen, indien in zake het instituut der veldpredikers nog meerdere reserves gemaakt werden. Allereerst kwam bij mg de vraag op: is het wel zeker, dat na den oorlog ook bij ons de militaire inrichting op denzelfden voet zal gevestigd blijven? Niet, dat ik veel hecht aan het programma van Wilson, waarin ook een soort ontwapening is opgenomen. Maar Nederland zal zich toch voor de entente-hegenomie, die er feitelijk nu al is, hebben te buigen, en rekening dienen te houden met de nieuwe opvattingen omtrent het defensiewezen, die straks als normatief zullen gesteld worden. Ik bedoel, dat er misschien in ons land eene verandering zou kunnen komen, waardoor het kazerne-en kampementswezen successievelijk ging verdwgnen. Deze gedachte ontvalt mg geheel als leek, maar vloeit toch ook voort uit den heimelijken wensch, dat het dien weg eens uit zou kunnen. Ik heb al eens gehoord van Zwitserland en andere landen, waar ook een andere inrichting bestaat. Doch dit daargelaten, kazernes en kampementen zijn moreele pestholen (die er ondervinding van heeft, kan 't zeggen), zoodat dit kwaad, dat op 't oogenblik wel noodzakelijk schijnt^ door legerpredikanten wel niet verminderd zal worden. Wat een onheil heeft de nu reeds jarenlange ophooping van zooveel heterogene menschen in den vorm van mobilisatie al niet teweeggebracht!

Maar bijaldien de tegenwoordige legerinrichting zal blijven bestaan, zou 't dan niet beter zijn, dat de resp. Kerken zich meer gelegen lieten liggen aan de ingelijfde jonge menschen en ook van het legerbestuur meerdere rechten ontvingen, dan dat, zooals ook nu, tal van militairen zich hebben te voegen naar een predikant, die niet van hun kerk, soms van geheel andere belijdenis is? Wat de kazernes aangaat, heeft men toch de plaatselijke predikanten met de kerkeraden, die voor het noodige zouden kunnen zorgen. De instelling der veldpredikers in dezen abnormalen tijd is voor de godsdienstige belangen van groot gewicht, geweest en heeft ongetwijfeld ook remmend gewerkt ten opzichte van de geestelijke en zede-Igke verwording, als vruchten der mobilisatie. Mij kan echter op zichzelf een blijvende instelling op dezen voet niet bekoren. Op 't oogenblik zijn de veldpredikers, zooals de geachte schrijver terecht opmerkt, «taatsambtenaren, maar ze zijn m.i. meer, ze zijn ook „militairen", menschen met uniform en militairen rang. Dat lijkt mij ongeestelijk. Als men gezag kan doen gelden, misschien wel opleggen — ik zeg niet dat dit gedaan wordt — krachtens autoriteit, ontleend aan het militairisme als zoodanig, dan gaat dat m.i. ten koste van de waardigheid van het predikambt en het karakter van het Evangelie. Is het niet uit den booze, dat iemand, door de Kerk uitgezonden om het Woord Gods te verkondigen in het midden, het woord moet richten tot jonge mannen, dien hij weliswaar het Evangelie zal brengen, maar die hg slechts kan aanspreken als „soldaten" of „mannen" en ze ook als zoodanig beschouwt? Is verder het gevaar denkbeeldig, dat straks menig veldprediker of legerpredikant meer militair dan predikant dreigt te worden? Men beweegt zich in officierskringen, heeft met den dienst te maken, enz. Zoo werden nu ook in de commissie tot onderzoek naar de ongeregeldheden in de Harskamp twee geestelijken benoemd, dat misschien uit regeeringsbogpunt goed is, maar anderzijds bedenkelijk kan zijn. Neen, ik kan in die functie geen ideaal zien, en 'k geloof, dat óns volk eigenlijk met militaire dominees ook niet veel op heeft.

Schrijver dezes is geen anti-militairist, maar wenscht toch het leger als een  noodzakelijk kwaad te beschouwen. Al zouden de Kerken de legerpredikanten benoemen, dit is louter formeel, want ze worden door den Staat genaast en bezoldigd. En gelooft de geachte schrg ver ook niet, dat, als het de gewapende macht geldt, beter is, het aantal belanghebbenden zoo klein mogelijk te maken dan uit te breiden?

Met dank voor de gastvrijheid, B. W

Uit de Afdeelingen.

UTRECHT. 25 October werd in dit seizoen onze eerste ledenvergadering gehouden. Na opening met een inleidend woord naar de tijdsomstandigheden, gaf de voorzitter het woord aan vr. Kraan, die een inleiding hield over art. 10 onzer belijdenis, waarna vrije bespreking.

D. V. hoopt vr. V. Erven 29 Nov. een vrg onderwerp te behandelen.

De Afdeeling Utrecht van den Gereformeerden Bond, bijeen in hare ledenvergadering van Vrijdag 25 October jl., kennis genomen hebbende van de beide eerste artikelen in de rubriek „Religieus en Kerkelijk leven" van de Stichtsche Courant van 6 Oct. jl., besluit ter kennisse te brengen van den Bondsvoorzitter èn het Hoofdbestuur:

a. dat het haar innig leed doet, dat prof. Visscher voortgaat, thans in een niet-kerkelgk blad als de Stichtsche Crt., onzen bondsvoorzitter, den Bond zelve èn ons orgaan, te bestrijden en wel op eene wijze, die niet met de feiten strookt en met de werkelijkheid in" strijd is;

h. dat zij behoefte gevoelt, dit openlijk uit te spreken, alsmede haar volle vertrouwen kenbaar te maken in den persoon van onzen Bondsvoorzitter, ds. van Grieken;

c. dat zij haar Bestuur heeft opgedragen zulks te doen door publicatie in ons orgaan. De Waarheidsvriend.

Utrecht, 28 October 1918.

HET BESTUUR,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's