Stichtelijke overdenking.
Wachter, wat is er van den nacht.' '
De Wachter zeide .... keert weder, komt. Jesaja 21 : 12
We hebben der profeten woorden maar te beluisteren, dan vernemen we aanstonds, dat zg zoowel van de binnenlandsche aangelegenheden als van buitenlandsche gebeurtenissen goede nota namen en alles wisten te trekken onder het licht van Gods Waarheid. Daar hebben we een voorbeeld aan te nemen ook' in onze dagen. |
Wat gebeurt er overstelpend veel nu, in buitenland en binnenland. Elk uur brengt weer nieuwe, soms de vreeselgkste tijding. En geen wonder dat jong, en oud, rgk en arm staan te wachten', op de bulletins, die aan de hoeken van de straten worden opgehangen. •
Naar den vrede hebben we zoo verlangd. Er is zoo veel en too vurig om gebeden. Eu de berichten zijn van dien aard, dat we mogen aannemen, dat het laatste schot op de slagvelden is gehoord.; De vrede komt. Nooit is hij dichter ons nabij geweest dan nu. En we smachten naar den stond dat de vrede geteekend is en de vreeselgkste aller oorlogen tot het verleden zal behooren.
Moord en bloedbad zal dan voorbij: zijn. De verwoestingen en plunderingen; zullen dan een einde nemen. Meer dan; Tien jaar lang hebben de menschen nu als wilde, duivelsche hyena 's elkander; aangevallen en verscheurd. O! wat zal het een verademing geven als dat straks; voorbij zal zgn en men geen vuur meer braken zal, geen moord meer zal plegen, geen dood en verderf meer zal uitstrooien! des daags en des nachts. Dan zal het stil worden. Dan zal het vrede zgn. De' feestklokken mogen dan luiden in stad; en dorp. Want ook onder óns zal het zoo groote verandering ten goede dan geven. Aan al de ellende van de mobilisatie zal een einde komen. De zonen onzes volks zullen huistoe gaan. De mannen zullen weer bij hun vrouwen, de vaders weer bg hun kinderen, de kinderen weer bij hun ouders zijn.
Het gewone leven zal weer terugkeeren. Voorraad van levensbehoeften zal er weer zijn. Aan het ngpend gebrek zal een einde komen. Wij en onze kinderen zullen niet meer lijden aan ondervoeding kleeding, schoeisel zal er weer zgn. OI wat zal het een heerlgk, onschatbaar voorrecht wezen als alle dingen weer , gewoon" zuUen gaan. De zegening ia haast te groot. We kunnen het ons haast niet voorstellen, wat dat wezen zal!
Maar hoe komt het nu, dat zooveel angst ons drukt, dat ons harte zoo bezwaard is, dat onze bigde vreugd zoo getemperd wordt, dat geen vroolijkheid in ons harte leeft ?
Vraagt Ge nog?
Hebt ge dan niet gehoord en gelezen wat er in Rusland is geschied? Weet Ge dan niet, wat er gebeurde in Bulgarije, Oostenrgk en Hongarge ? Is het u dan niet verteld, wat zich afspeelt in Duitschland? Hebt Ge het dan niet vernomen, Wat ook in ons Vaderland reeds gebeurd is?
Onheilspellend donker is de politieke hemel van Europa, Zwarte donderkoppen vertoonen zich overal, die onheil in haar schoot verbergen. Elk oogenblik kan de bliksem uitschieten en met angstig knettergeluid inslaan, om weer opnieuw in brand te zetten en vernieling aan te brengen.
We hadden gehoopt op den morgen. We hadden zoo dikwijls reeds geroepen: , wachter! zeg ons toch, wat is er van den nacht; breekt het morgenlicht nog niet aan ?
En de wachter antwoordde en zeide: „de nacht wqkt, de morgenstond breekt aan." Dat was ons tot blijde hope. En bij vernieuwing vraagden we: o Wachter, wat is er van den nacht ? " Maar toen kwam het vreeselijke antwoord : de morgenstond is gekomen en het is nog nacht."
Nog nachtI
En ja, het is zoo donker, zoo angstig donker, zoo vreeselgk donker — zoodat het ergste nog te vreezen is, ook voor óns land en volk I
Het isdes christens roeping acht te geven op 't geen in het buitenland voorvalt en op 't geen binn«i eigen grenzen geschiedt. En hij heeft alles onder 't licht van Gods Waarheid te trekken — waar te zien is, wat oorzaak ten grondslag ligt aan de vreeselijke ellende welke we huiverig zien en wachten nu.
Vraagt Ge, wat de oorzaak is?
't Is de verschrikkelijke zonde van vorsten en volkeren, de schandelgke ongerechtigheid ook van óns Vaderland, afwgkende van den levenden God, die ons gaf Zijn dierbaar Woord en Zgneu volzaligen Christus.
En juist, omdat men weigert in het buitenland en in het binnenland om weder te keeren tot den God des heils en den rijken Verbonds-Middelaar, zal men tevergeefs hopen op vrede en welvaart. — Want de Heere is een jaloersch God, die door den mond Zgner profeten steeds deed verkondigen: „Keert eerst weder, komt tot Mij." Lees ons tekstwoord maar in z'n verband. Wat al vragen rezen er op. Maar de profeet is heel kort in z'n antwoord en laat duidelijk voelen, dat het tenslotte hierom gaat: Keer van den weg der zonde en verlaat het pad der ongerechtigheid; keer weder tot den Heere, kom tot Zgn licht en heb vrede!
O! dèt kan ons juist zoo benauwen, dat er wel een hunkeren is naar het licht van den nieuwen dag, van den^dag des vredes. Maar niet om de zonde dan los te laten en den Heere te dienen naar Zgn Woord.
En neen! dan komt de morgenstond niet, dan blgft het nacht. En de Heere weet te verschrikken, méér nog dan ooit te voren.
Onheilspellend is die harde vgandschap, die koude onverschilligheid in het midden der wereld. Vreeselgk is dat koelbloedig vasthouden aan allerlei zondeen ongerechtigheid onder degenen die zich christenen noemen.
Ontzettend die haat en vgandschap tegen alles wat naar Gods Woord is, gelgk dat openbaar wordt op elk terrein des levens.
Ontstellend dat de geest onder ons volk veelszins zoo zeer materialistisch is, zoekende wel de stoffelgke dingen, jmaar afgestompt ten opzichte van de geestelgke dingen.
Vreeselgk is ook het feit, dat helaas! Gods volk zoo dikwgis de wereld gelijkvormig is en Gods Gemeente, zoo jammerlijk verdeeld ligt, weinig gelgkend op een stad op een berg, verkondigende de deugden des Heeren.
Angstig kan ons harte zgn, als we hoorén wat in het buitenland voorvalt en wat binnen onze grenzen broeit. En als we dan vragen: wachter, wat is er van den Dacht? dan is z^'n antwoord: het is nog nacht — tegelgk ernstig vermanend: Keer, keer weder tot Mij, zegt de Heere, die mildelijk vergeeft en niet verwgt! O! dat velen toch mochten luisteren en zich leeren bekeeren tot den Heere. Want de Heere zal den schuldige geenszins onschuldig houden. Hij zal bezoeking doen over alle ongerechtigheid.
En zóó zal de nieuwe dag niet lichten tot vrede en vroolgkheid, tenzg we ons leeren verootmoedigen voor God en in oprechtheid in Zijne wegen leeren gaan.
Bg den Heere is hulpe en raad. Hg is de bron en oorzaak van alle zegening. En Hij belooft nog altijd het goede dengene die Hem vreest. Waarom zullen we dan de duisternis liever hebben dan het licht, den dood verkiezen boven het leven?
Worde dan het harte van ons volk nog aangeraakt, om zich tot den Heere te wenden is deze dagen van nood.
En voor Gods kinderen roept de paslmist ook nu: Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertiereheid en bij Hem is veel verlossing en Hij zal Isarel verlossen van alle zijne ongerchtigheden." (Ps. 131:7, 8).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's