De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

6 minuten leestijd

Al wat mij de Vader geeft zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen. Joh. 6 : 37.

Eene verzekering van den Heiland.

't Is in deze dagen, alsof wij droomen droomen. De veelheid der dingen, die voorbij gaan, verbiijstert ons. Wij doorleven zulk een geweldigen tijd. Kronen vallen in 't stof; troonen worden omvergeworpen, 't Wankelt alles.

Alle tqdelijke dingen kunnen geen eeuwigheidsbehoeften vervullen. Zondaarsharten hebben ander brood noodig, dan wat slechts lichamen voedt.

In 't hoofdstuk, waaruit 't woord hierboven afgedrukt, genomen is, stelt de Heere Jezus het brood, dat uit de aarde opkomt naar 's Heeren bevel, tegenover het brood 't welk uit den Hemel nederdaalt. Belangrijk, vooral in dezen tijd, welke zich bizonder richt op dit leven, is de lesse van den Heiland; en dan dat 37ste vers is zóo heerlijk, zóo voll

Wat wordt 's Heeren waarheid — en zoovele waarheden — hier in schoon verband gezien en gezegd. En juist de waarheden van Gods Woord in onderling verband en ieder op hare eigene plaats te zien, is zoo noodig.

Gemis van 't rechte gezicht op 't geheel van Gods Woord, is vaak reden tot moedeloosheid. De uitnemendste waarheden buiten 't rechte verband genomen, worden tot aanstoot en ergernis; soms tot spotternij.

Hier is een woord, waarin aan een behoeftig volk antwoord gegeven wordt op allerlei vragen, iu de kerk des Heeren steeds gedaan.

Over Gods machtig werk, 't werk Zijner eeuwige liefde, gaat het en dan wel over het middel van deelgenootschap aan die liefde Gods en wat er op den weg des geloofs van den Heere te verwachten is.

't Is alsof de Heere een „aanslag" op den mensch doet in Zgn Evangelie.

01 Neen, zei, die vrouwe: „ik wil niet bekeerd worden." — 't Evangelie vindt zulk een tegenstand bij alle vleesöh. Gods macht wordt .in 't algemeen niet zoo in twijfel getrokken, als Zgne genade. Daarom heeft een aan schuld ontdekt volk zoovele aanmoediging noodig, terwijl een mensch onbekend met zqn waren toestand van oordeel is, dat gelooven, dat God goed is, heel gemakkelqk is. 't Geloof der onwedergeborenen is, nu ja, gemakkelijk en wordt geoefend zonder strijd en zonder tranen.

Anders staat het erbij, bg .Zijn volk, dat 't geloof geen „autosuggestie" is, maar vrucht van de genadewerking des H. Geestes, en dat in de oefening des geloofs afhankelijk zich weet van genadige invloeden des Heeren.

Uit genade zijt gij zalig geworden, door 't geloof en dat geloof en dat zalig worden door 't geloof, is niet uit u, het is Gods gave.

En zulk een geloof wordt gevoed door 't Woord des Heeren, als Gods eigen handschrift.

In deze bange tijden is noodig een klaar inzicht in Gods Woord om de vertroosting der Schrift te genieten.

Op 't blad, waarop ons woord staat, meldt de Heiland zich aan, als 't brood des levens — en er is maar éen voedzaam Brood i Evenwel 't ongeloof (en dat is behoefteloos!) heeft Hem, als zoodanig niet noodig. 't Leeft bij andere dingen, bij ideeën en fantasieën van menschen.

Waar de Heere werkt, daar komt het anders te staan; daar wordt nood gevoeld aan hemelsch voedsel, aan die gunst, die meer sterkt dan de uitgezochtste spijzen. Dan moet het naar den Middelaar henen die waarlijk den ganschen langen dag Zijne handen uitstrekt naar een wederspannig volk.

Moest ik voor u eene verhandeling schrijven b.v. over de Synode van Dordrecht en de waarheid Gods, helder uiteengezet en schriftuurlijk verdedigd, ik koos denkelijk den tekst hierboven geschreven.

't Komt mij voor, dat in dit troostwoord, in dit levens woord, haast al de waarheden te lezen zijn, die dd& r op den voorgrond werden gesteld.

Heel de ordening des heils gaat uit van den Vader; alle dingen zijn den Christus overgegeven van den Vader en Christus zegt Zelf, dat Hij van den hemel gekomen is, niet om Zijnen wil te doen, maar den wil desgenen, die Hem gezonden heeft. Ai wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen. Niet misschien; niet als zij dit of dat doen enz. Absoluut.

Dat zal tot Mij komen, dat ig toch: dat zal in Mij gelooven.

En dat gelooven is een redelijk erkennen van Mij, als eenigen Zaligmaker, als dien Heere, Wien dit werk is aanbevolen en toevertrouwd.

Daarin ig eigenlijk gezegd, dat hij, die 't van den Vader gehoord en geleerd heeft, in den nood tot Jezus komt.

Want er komt niemand tot den Heiland „dan door den nood gedreven." Dat geloof, dat toeviuchtnemen, dat betrouwen is vrucht van 't gegeven zijn van den Vader aan den Middelaar. M.a.w. 't geloof is een onbedriegelijk teeken der verkiezing. En dat geloofswerk brengt goede gevoelens van den rijkdom van Gods genade, zóó rijk, dat ik en wie ook, met al mijn armoede daarin schuilen mag.

Dan moet ik alle andere wegen verzaken, en begeer mij alleen aan Hem toe te vertrouwen, opdat Hij Zijn werk in mg werke.

En die Middelaar is zoo genegen een arm volk, dat nergens meer kan gaan schuilen, te ontvangen, al zeggen ze ook: Och, Heere, ik kom allerlaatst bij UI

Hij zelf zegt, alsof Hij naast u stond: „die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen." En dat is het juist, wat een oprecht volk vreest. Het zegt: als de Heere van mij, ellendige, niets wil weten, zal ik Hem in 't recht stellen en geen ongerqmds toeschrgven.

De verklaring van de bereidwilligheid van Jezus, 't bericht dat een behoeftig volk in hunne nooden. Hem als Uithelper inroepen en verwachten mag, rust op zulk een goeden grond. Daartoe is het Verbond Gods met en in den Borg. De onveranderlijkheid van den Raad Zgns willens.

Als de Heere een behoeftig volk niet uitredde, zou Hg Zijn eigen woord verzaken.

De Heere Christus heeft in de dagen der vernedering Zgn woord bevestigd. Hij heeft niemand weggezonden.

Al de eeuwen door is Zgn roem verkondigd bij een volk, dat naar Sion geleid werd. Nog in deze dagen bevestigt Hg Zijn woord.

Er is vriendelijk welkom door Hem uitgeroepen. Al wat Mij de Vader geeft, (d. w. z. dadelijk komt toe te schikken) zal — niet slechts kan, of mag - — maar zal tot Mij komen, en dan: hebt goeden moed, want Hg ontvangt u gaarne.

Wie hier in Zijne gemeenschap deelen mag, komt binnen in die groote familie en zal eens staan onder die allen, welke aan Zijne rechterhand gesteld worden I

Zij worden bewaard in. de kracht Gods tot de zaligheid, welke staat geopenbaard te worden, straks, misschien korter bij dan de geslachten vermoeden.

De volharding der heiligen is wel gewaarborgd door Hem, die sprak: en niemand zal ze uit Mijne hand rukken.

Deze verzekering van den Middelaar is tevens eene hartelijke uitnoodiging om ziöh tot Hem te wenden, om verzadiging van brood, hemelsch brood. 

Och, dat 't roepen van den Heiland worde gehoord I

Hij verkwikt nog de zielen Zijns volks en toont Zich een levende Heiland.

En dan wou men zeggen, dat 't Gereformeerde volk eigenlijk 't Evangelie verdonkert door allerlei duistere leer aangaande Gods besluit enz. ? Neen I 't rechte verband der Waarheid maakt Gods vertroosting zóó vast, en maakt ernst met Zijn woord: Uit Hem, en door Hem en tot Hem zgn alle dingen; Hem zij de heerlijkheid tot in der eeuwigheid, Amen I

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's