Staat en Maatschappij.
Het vloot-volk.
De grootspraak van den leider der S.D.A.P, , dat, zoo het om de revolutie ging, het blijken zou, hoe het overgroot deel van het leger en de politie zich zo scharen aan de zijde der revolutionaire en dus zich zou stellen tegenover de wettige regeering des lands, is gebleken; op eene vergissing te berusten en dan ook op gelukkige wqze beschaamd geworden,
Men heeft het in de veelbewogen dagen, die achter ons liggen, kunnen opmerken, dat er allerwege drang kwam om de Koningin te huldigen en het Kabinet in zijn zwaren en moeilijke! arbeid te steunen en daarbij bleven leget en politie zeker niet achter. Zelfs heeft men het tegenovergestelde gezien, want het was juist het leger, dat zoo spontaan zijne gevoelens voor gezag en orde kenbaar maakte. I
En voor dit laatste was wel rede: nu op het leger geheel onverdiend het cachet van onbetrouwbaarheid was gedrukt.
Dat men in die onbetrouwbaarheid geheel mis had gezien, bleek wel hieruit dat, toen in die gedenkwaardige week voorafgaande aan het congres te Rotterdam, de zeer nabij zijnde toekomst zich nog donker en bang liet aanzien en het wonder Gods in de uitredding des lands nog niet tot volle ontplooiing was gekomen, naast de enorm groote belangstelling van regeerings-getrouwe soldaten om de lijsten te teekenen van aanhankelijkheid en trouw aan Koningin en Vaderland, er uit alle deelen des lands de met groot verlof zijnde militairen er landweermannen als vrijwilligers bij duizenden zich aanmeldden om het gezag der wettige Overheid te schragen en pal te staan voor den troon van het Oranje huis.
En die heerlijke bezieling, die ondei onze militairen oplaaide, kreeg boven dien ongemeene beteekenis, omdat het na een afmattend verblijf onder de wapenen van langer dan 4 jaar en zoo geheel anders verwacht werd.
Heeft nu het leger metterdaad getoond een vertrouwd instrument te zijn in de handen der wettige regeering, om in moeilijke tijdsomstandigheden rust en orde te bewaren, en zijn er voldoende aanwijzingen voorhanden om een zelfde trouw ook te kunnen verwachten van de politie, het staat intusschen helaas zoo niet ten aanzien van de Marine.
Wat omtrent onze zeemacht nader gebleken is, wijst er op, dat op dat deel van de weermacht geen vertrouwen ware te stellen geweest. Het is toch aan den dag gekomen|| dat de geest op de vloot verre van gunstig is. I
In een onzer groote bladen gewaagde| dezer dagen een zee-officier in een artikel, | dat hij met zijn vollen naam onderteekende, van het feit, dat door de landmacht in talrijke adressen haar steun en trouw aan de regeering ter kennis bracht, de marine zweeg en op dit oogenblikf nog zwijgt.
En als deze officier dan de vraag steltl of de vloot rood is, dan zegt hij tot zijn spyt op die vraag een bevestigend antwoord te moeten geven. Zelfs ziet hij den toestand bij de Marine zóó in, en dit| lijkt wel het ergste dat het voor alle maatregelen, die den geest kunnen| verbeteren, te laat is. De. Marine, zoo wordt dan verder gezegd, is in den grond bedorven. Deze toestand is van jaren her, de bakens zijn niet of telaat verzet, en de leiding heeft blijk gegeven zelden de teekenen der tijden te verstaan, : ; De leiding heeft gefaald om de vloot' een bruikbaar en betrouwenswaardig, ; regeeringsinstrument te doen blijven.; ! Bovendien, en daartoe concludeert de zee-officier, is de samenstelling van het personeel der vloot, inplaats van te zijn een beeld van het publiek heterogeen Nederlandsche volk, vrijwel homogeen rood.
Deze beschouwing over het Marinepersoneel, welke door een deskundige werd neergeschreven, moge voor velen schier verbijsterend zijn, toch weet de ingewijde, van hetgeen onder het vlootvolk omgaat, wel dat wat zich in de afgeloopen dagen openbaarde, op goede gronden sinds jaren verwacht werd,
Niet zonder reden werd toch jaar op jaar bij de behandeling der Marine-begrooting door de antirevolutionairen in de Kamer er op aangedrongen, dat de regeering zich er meer aan zou laten gelegen liggen, om op het geestelijk welzijn der matrozen en in te werken. Met klem van woorden werd er dan telkens op gewezen hoe noodig het was, dat het milieu, waar in de schepelingen verkeerden, verandering onderging. Maar steeds was dit tevergeefs. Men klopte op dit punt aan doovemansdeuren.
"Wat men thans bij de Marine ziet is er het gevolg van. Geen man van christelijken huize dacht er aan, om zijn kind bij de Marine te laten dienst nemen. Er werd noch met het geestelijke noch met het zedelijke gerekend.
Zoo werd de vloot bij den dag rooder Wij geven het den zeeofficier, die hierboven aan het woord was, toe, dat kleine middelen voor de Marine niet meer baten.
Het eenige wat tot zegen van het vlootvolk kan strekken is, dat ook bij de Marine tegenover de revolutie het Evangelie wordt gesteld.
De regeering zal ook voor de Marine de nieuwe koers hebben in te slaan en doortastend moeten optreden, wil het vlootvolk niet een gevaar voor de veiligheid van den Staat worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's