Staat en Maatschappij.
Donkere tijden.
De revolutie in Duitschland begint ook hier te lande haar invloed op het economisch leven van ons volk te doen gevoelen.
Niet minder dan van twee kanten dreigen de moeilgkheden, die, zoo ze kunnen worden.
In de eerste plaats zullen we, doordat elk contact met onzen oostelgken nabuur onmogelijk is, in steeds sterkere mate met de entente-mogendheden hebben rekening te houden. Onze geheele voedselvoorziening zal tenslotte afhangen van de meerdere of mindere welwillendheid, waarmede van dien kant ons wordt tegemoet gekomen.
Dat daarin een ernstig gevaar kan gelegen zijn, zal wel niet nader behoeven aangetoond te worden.
En in de tweede plaats werd de geheele steenkolenaanvoer uit het Oosten stopgezet. Wat Engeland ons op dit punt leveren zal, kan niet veel zijn.
Het gevolg van het gebrek aan steenkolen zal zijn, dat de scheepvaart stagnatie gaat ondervinden. Daardoor wordt de aanvoer van granen uit Amerika bemoeilijkt.
Het goederenvervoer langs de spoorwegen en te water ondervindt nu reeds vertraging. De fabrieken, waar levensmiddelen worden geproduceerd, dreigen stopgezet te worden. De visscherg op de Noordzee zal binnenkort moeten eindigen.
Daarbij komt, dat de lichtfabrieken gebrek aan brandstof zullen krggen en wat niet het minst klemt is, dat door stilstand van allerlei bedrgf de werkeloosheid onder de bevolking bij den dag toeneemt.
Overweegt men, dat bg al dien nood de winter voor de deur staat, dan wacht ons, zoo de Heere geen uitredding geeft, een tijd, die sehrikkelgker zal zijn dan ien we ooit te voren beleefd hebben.
De Onderwijsraad.
In de laatste jaren is meermalen de wenschelgkheid uitgesproken van de instelling van een Onderwijsraad, d. w. z. van een algemeen college voor de zaken van het onderwgs.
Ook de bekende Staatscommissie voor het onderwgs heeft in haar rapport zulk een instituut aanbevolen. Zij wees zelfs in haar systeem de bepaalde plaats aan, die de Raad zou moeten innemen.
Thans is de regeering met een wetsontwerp gekomen, dat het denkbeeld van een algemeen college onder de oogen zag en wordt een voorstel gedaan om een Onderwijsraad in het leven te roepen.
Dit college zal een adviseerend karakter dragen en samengesteld zgn uit hoogstaande deskundige personen uit de kringen van hooger, middelbaar, lager en vakonderwgs. Het zal zich, blijkens de toelichting op het wetsvoorstel, hebben bezig te houden met de voorbereiding van de maatregelen van algemeene strekking, noodig om het onderwijs paedagogisch op peil te brengen en bij voortduring te houden.
Hoewel de genoemde Staatscommissie aan den Raad een anderen werkkring toedacht, n.l. om voor het lager onderwijs te komen tot gelijkberechtiging van het bijzonder met het openbaar onderwijs, valt toch in wat de regeering wil en de Staatscommissie wenschte te bereiken, geen groot onderscheid op te merken.
Immers de Staatscommissie zag in de toekomstige positie van den Raad ook een meer omvattende taak, dan alleen de „gelijkberechtiging." In de toelichting op haar rapport wees zg op de ontwikkeling en uitbreiding van zijne werkzaamheden op het gebied van hooger, middelbaar en vakonderwijs, naast die van het lager onderwgs.
Behalve de regeering en de Staatscommissie zijn er ten opzichte van hetgeen tot de taak van een Onderwijsraad behoort, anderen, die nog verder willen gaan. Zij willen den werkkring van de instelling ook uitbreiden tot het adviseeren over het leerplan, de gebouwen en meer van dergelijke onderwerpen; voorts stellen zij zich voor dat de Raad zich ook mengen zal in de geschillen tusschen hoofden en onderwijzers en ten slotte bij gerezen moeilijkheden op het geheele terrein van het onderwgs zgn oordeel zal uitspreken.
Het blijkt uit dit alles, dat het noodig zal zijn, dat in het ontwerp precies worde aangegeven de onderwerpen, die tot de bemoeienis van den Raad zullen behooren, anders zal het college een lichaam worden, dat uithoofde van den veelvuldigen en omvangrgken arbeid, welken het zal hebben te verrichten, genoodzaakt zal zijn permanent bijeen te zijn.
En daarmede zal geheel het karakter van den Onderwijsraad gewgzigd worden.
Het lijkt ons een fout dat, hoe sympathiek wg tegenover de zaak zelf staan, het wetsontwerp in zijne artikelen met geen syllabe over de aan den Onderwijsraad op te dragen taak rept.
Op dit punt zal het wetsvoorstel aanvulling behoeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's