De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

OMBRA.

5 minuten leestijd

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN,

2)

Zij stond recht op, met het groote mes in de rechterhand, midden in de boonen.

„Wijnand 1 't is mij opgedragen, en 'k wil 't alleen doen. Ga naar je eigen werk I"

Hij deed zijn nijf toe, stak het in zijn zak en liep op een drafje weg, om den aardappelakker heen. Even keek ze hem na en begon dan zelf de boonen te (ont)koppen.

Hij verborg zich half onder de elzen; de zee was nu weer tusschen hen.

„Ombral het leek, dat je zoo'n haast had? "

„Dat had ik oc& ; maar^t is mqai eigen wil. Als ik nu geen haast heb, gaat daar niemand iets van aan."

„Maar 'k had je willen helpen I"

Ja, doch alleen, om eens dicht bij haar te zijn. Hij zag haar zelden en nooit anders dan op eenigen afstand. Als hij ook maar 's avonds en 's Zondags, even als zoovelen van zijn leeftijd, de herberg bezocht, dan zou hij „Ombra" uit de

„Gouden Posthoorn" wel dikwijls en wel heel van nabij zien. Maar hij wou in geen herberg, en toch zag hij niema.nd liever dan Ombra, de tw«ede dochter van den herbergier Hofkamp.

Ze had toch wèl haast, 't Bleek uit de rapheid, waarmee ze top voor top aanvatte, en bekeek, afsneed, en in de mand wierp. Eindelijk stond het heele boonenperk als of er eea groote zeis was overgegaan en een halven voet van de hoogte had weggemaaid: nu kon er de zon in stoven en de boonen waren bevrijd van de ontelbare hoeveelheid weeke, telere krieuwelende beestjes, die men „zwarte luis" noemde. En wat nu in de mand was, zouden de varkens gulzig verorberen.

Ombra nam de zware vracht, meteen hand aan elk der ooren op, en droeg ze weer tegen de heup, wadend door 't aardappelloof.

Maar op 't' pad. zette ze de mand neer: 't was veel zwaarder, dan ze had gedacht.

Wijnand kwam weer diep in den wal. „Ombra het is jou te zwaar; laat ik voor je dragen!"

Zij keek naar 't mes, dat boven op 't afgesneden boonloof lag, en lachte: er was nu geen zee tusschen hen, maar ze had daar een wapen op zich te weren 1 Zij kende de dienstvaardigheid van 't jongensgespuis in de herberg! Met haar geharde ellebogen konden ze krijgen. Ze moesten haar eens aanraken! Ze zou ze loon geven, zóó, dat ze er nooit meer om zouden vragen! Voor eens genoeg!

Wijnand had de mand reeds bij de ooren.

„Laat staan, Wijnand!"

Maar hij was haar te vlug èn te sterk: met één zwong had hij de mand op zijn nek en liep er hard mee vooruit tot aan 't hek vlak achter haar huis, zette daar de vracht neer en sprong over de sloot op zijn eigen land, en bleef daar staan.

Toen ook zij daar genaderd was, door de sloot van hem gescheiden, zei hij: „Dat heb ik gewonnen, Ombra!" Ze zag zijn gelukkigen blik, en zeide: „Ik bedank je wel hoor-! Dag Wijnandl"

Dat Was hem meer dan loon. „Dag Ombra!"

Zij geloofde, dat hij een jongen was, beter dan allen, die zij kende, en dat hij haar geholpen had, alleen omdat hiij dat gaarne deed.

Hoofdstuk II.

Ze had wel wezenlijk haast gehad.

Oom Johannes uit Bornem zou vandaag komen, en oom Johaimes was voor haar een ideaal mensch. Waarom ? — Daarvan had ze zich nog geen rekenschap gegeven; en zoo ze 't moest doen, zou ze zeker bovenaan.schrijven: Oom Johannes houdt geen herberg en gaat in geen herberg. Dan: oom Johannes is geen vriend van slechte menschen, en zoekt alleen omgang met de goeden. Dan: oom Johannes gebruikt nooit slechte en ruwe woorden. Er was wel veel meer, maar daaraan wist ze geen naam te geven; iets, dat zoo heerlijk was als wat ze pas op den akker had genoten, iets boven haar en óm h& at, maar dat haar 't gevoel van leegte inwendig had berokkend.'

Ze zette de mand bij de varkenshokken neer, stapte door de openstaande staldeur binnen door naar de-keuken en van daar naar de woonkamer. Maar hier was niemand. En toch hoorde ze ooms stem. — Zouden ze oom dan in de gelagkamer hebben ontvangen ? Oom in een herberg? Waarom niet hier?

Ze stapte de gelagkamer in. „Dag oom! hoe gaat het? En hoe is 't met tante? "

Gelukkig lachend gaf ze hem de hand, „'k Zal je nu maar geen Sombertje 'meer noemen — zei hij, opstaand — ; wel, wel, wat zie je er goed uit!"

Nauwelijks had hij 't gezegd, of in hem vroeg het, wat er't meisje scheelde, want plots zag hij iets in haar wezen, dat niets deed dan bedelen, zoeken, treuren. En toch weer die lach! Zoo innig blij.

„Oom, nou kom ik eens naast u zitten,  Is 't goed met tante? En hoe maken het Mien en Wim?" '

O, ze had zöovèél te vragen. 

Ze trof het, want vader was juist naar den stal gegaan, en haar jongere zuster, een schoolmeisje. Roosje, zat haar niet  in den weg.

(Wordt vervólgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's