De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

OMBRA.

5 minuten leestijd

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN.

3) —

Moeder stond bij de „tapkast", het buffet, en keek van daar door de ramen, of niet een voorbijganger binnen zou komen. Ze was blij, dat Ombra zich met haar zwager bezig hield: eij zou hem toch niet aan den praat kunnen houden.

„U blijft nu zekerden nacht over, oom ? "

„O, geen sprake van, kind! tante rekent er op, dat ik bij dag weer terug ben. Maar jq moest eens bij ons in Bornem komen I Hoe lang is 't hu al geleden, dat je bij ons bent geweest? "

„Al drie jaar, oom! en ik ben nu aan de beurt, want Femma is verleden jaar geweest. Oom! — zij begon te fluisteren — Oom! vraag u mg straks nóg eens, als vader hier is. Ik zou zoo heel graag bq u komen logeeren!" Begrepen. Hij knikte haar veelzeggend toe.

Oom Johannes vertelde nu allerlei van thuis, en Ombra zat maar te luisteren, en zorgde, dat hij zooveel koffie kreeg als hij lustte.

Intusschen kwam de vader weer binnen, en begon voor allen .een glaasje in te schenken.

„Voor mg niet. Aardt!" zei Johannes tot zijn broer, die terstond het hoofd schudde, zeer komiek, en op sleependen toon zei:

„Jongen, jongen! dat jg nog altijd verkeerd wilt! — Kom, kom! — zoo'n druppeltje port de maag; we gaan zoo eten!"

„Nee, Aardt! ik neem het niet!"

„Kom, kom! een halfje! Doe dat nou, omdat je bij je broer bent!"

Er werd hem een glaasje voorgezet, en dadeligk daarop ook een voor Ombra, maar ze zij:

„Nee, vader, ik neem het niet!" De herbergier begon met heel zijn bovenlijf te roeien van verbazing.

„Wordt jij nu ook in eens schijnheilig? — Kom, kom! Oom Johannes weet toch wel, dat je ze graag lust!"

Het meisje werd rood. „Ik wil 't niet, nu niet en nooit weer; nou weet u 't!" „Dat is voordeelig" — zei hij en nam het glaasje weer weg.

Ombra voelde zeer goed, dat er iets haperde tusschen haar oom en haar vader. Zij wist niet, dat oom Johannes haar vader voor een jaar of vier geld had geleend, en dat er nog geen cent rente was betaald en van aflossen, zooals afgesproken was, in 't geheel geen sprake kon zgn. Daarover zou nu eens .wórden gesproken, en haar ouders wisten dat; nu was er nog geen woord over gerept. In de woonkamer was de tafel gedekt met het middagmaal, en moeder riep allen daaromheen. Roosje zat tegenover vader, en Ombra naast haar oom tegenover moeder; Femma zou eerst tegen den avond thuis komen.

De herbergier nam zijn vork ter hand en gaf het teeken om te beginnen door te zeggen: „Nou jongen, doe of je thuis bent!" „Thuis bidden we eerst" — zei de gast en zat met tot bidden gevouwen handen-gereed. De vrouw lachte zooals ze altijd lachte en daarom nooit lachte.

Roosje keek vreemd naar haar oom en naar vader, die met een grijnslach zei: „O ja, je bent zeker nog fijn! — Nou, jij kunt het; dan moet jij maar voor domineé spelen!"

Hg nam nu zijn pet in de handen, duwde die onder zijn oogen, en trok potsierlijk ernstige gezichten naar zijn jongste dochter, die dadelijk begon te lachen, en werkelijk niet wist, wat er gebeuren zou. Ombra keek ter sluiks ernstig, naar haar oom, vouwde de handen en sloot de oogen. t

Oom Johannes bad overluid, alsof hij: thuis was, maar nauwelijks had hg een paar zinnen uitgesproken, of zijn broer stond op en sloeg met zijn pet zijn jongste dochter tegen 't hoofd, zoo, dat het wel luid kletste, maar geen pijn deed, en hij zei: „Ik zal jou leeren, hoe je je gedragen moet, als je oom hier een stichtelijk gebed opzegt!" 

Hg keek echter zgn kind zoo potsierlijk aan, dat ze nu luid begon te lachen, en hg zei dan; Ja jongen, schei maar uit! Dat gaat hier niet: wij zouden dat hier eerst moeten leeren; zeg maar gauw: Amen!"

Oom Johannes bad niet meer luidop. Ombra zag, dat zijn gelaat geheel verbleekt" was, en zij geloofde, dat vader, hem had beleedigd. . Zij voelde, dat ze oom Johannes liever had dan haar eigen vader en moeder.

Er werd weinig gegeten en geen enkel woord gesproken. Doch toen niemand, meer at, zei de herbergier, wel wetend, dat er nu behoorde gedankt te worden: , „Nou ''dominee durf je 't nog eens te probeeren? "

Hg zei dit lachend, als een grapje, zooals al zgn zeggen grappenmakerij was, maar zijn broer had genoeg hiervan en zei: „Als jij de kamer uit was, zou hier gebeden en gedankt kunnen worden; maar in jouw tegenwoordigheid is dat niet mogelijk!"

De herbergier zette een zeer strak gezicht en van zijn stoel opstaande en zich naar een hoek der kamer begevend, zei bij: „Nou is Aardt stout; nou moet hij in den hoek".

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's