Stichtelijke overdenking.
Lukas 1 vers 18—20.
Een teeken gevraagd van den Heere.
Lukas 1 vers 18-20.
{Vervolg en Slot).
Hoort nu eens toe, Gel. Zacharias was een man, die God vreesde. Hij wandelde al lang op den weg des levens en toch komt hij nog met deze vraag.
Is het nu zulk een wonder, dat het bij u net zoo gaat? Gij draagt hetzelfde zondige hart met u om. Dezelfde hand heeft den twijfel er in geworpen. Doch als het nu ééne zonde is en één verleider, laat dan ook ééne terechtwijzing u op het juiste spoor terugleiden.
Ik ben de dienstknecht des Allerhoogsten, uitgezonden van Gods-wege om u deze blijde boodschap te verkondigen, dat het heil in Christus voor u, heilbegeerige, is verschenen, dat het u persoonlijk geldt.
Twijfel nu niet langer. Gij doet er Gode beleediging mee aan. Gij verwerpt Zijn Woord. Dit zal u tot zonde moeten worden. Valt Hem te voet.
Immers wanneer u een teeken wordt gegeven, is dat wel voor u verkieselijk?
Zacharias vroeg een teeken de Heere gaf het. en....
Een treurig teeken. , Gij zult zwijgen, zegt de Engel, en niet kunnen spreken, tot op den dag dat deze dingen geschied zullen zijn, omdat gij Mqne woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hunnen tijd."
Het Woord des Heeren zal zijn loop hebben, wat Hg gesproken heeft, komt. Daar is geen enkele macht ter wereld, ook het ongeloof niet, dat dit ook maar in het minste zou kunnen tegenhouden. Maar nu de straf.
De Heere gaf zooals hij gevraagd had een teeken, maar wat een pijn heeft dat veroorzaakt. Net zoolang als Zacharias het woord waarheid heeft zien worden, is hij stom gebleven. Hij ziet de teekenen, hij aanschouwt ze met zijn oog, zijn hart zou jubelen en.... nu kan hij het met geen enkelen klank vertolken. Hy heeft wel een tong, alle klank is verdwenen.
Stel u dit voor den geest: ge ziet de beloften Gods in vervulling gaan, ge zoudt de groote daden Gods willen verkondigen, en ge kunt niet, en dat omdat ge in ongeloof het niet wildet aanvaarden.
Is dit niet een teekenend teeken? Ik, zegt de Heere, zal u voor een wijle de spraak ontnemen.
Wat dunkt u, zou Zacharias zijn zonde niet mei tranen hebben beweend?
Ik heb des Heeren Woord niet willen aannemen, ik heb Hem tot een leugenaar gemaakt, door te zeggen: „dat kan niet, dat is onmogelijk. Hier moet nog een teeken bij."
Hij heeft het ontvangen, doch hg heeft het geweten ook.
Zoude hier niet veel te leeren zijn voor ons. Hoe menig keer wordt ditzelfde pad bewandeld ook door onzen voet.
Het Woord des Heeren wordt tot ons ultgedragen. Het adres is er bg gevoegd. Maar nu komen de bedenkingen. Dat is veel te groot, veel te wonderlijk voor zoo een als ik ben. Wg willen het zoo niet aanvaarden. Daar moet nog een teeken bij.
Weet ge wel waar. de oorzaak schuilt ? Men ziet op zijn hart, zijn eigen booze hart, en men komt tot deze eindsom: het is onmogelijk dat in zulk een zondig samenstel de Heere wil wonen. In plaats van te zien op die hand, welke alleen wonderen doet, ziet men aan wat voor oogen is. De Heere plant toch in het verstorvene het leven, in hetgeen waarin niet meer is, daar daalt Hg in met Zijne volheid.
Enkel zien op den Heere, en het van Hem verwachten, ziedaar de roeping. En nu wordt op alles acht gegeven behalve op Hem en Zijn woord, vandaar de nood. Niet spreken luidt de eindsom.
Gelukkig dat de zaak zelve hiermede in haar uittreden niet belemmerd wordt. De zwijgende Zacharias ziet toch dat het komt.
Dat is nu weer eeüe vertroostende waaïheid voor u, kleinen, die maar nooit iets te spreken hebt. Gij zucht daaronder. En geen wonder, het is zoo gemakkelijk ook niet na! te laten wat ge zoo gaarne zoudt willen. Laat u dit nu eens tot eene troost zijn, daar zijn zwijgers die straks spreken zullen. Dezelfde Zacharias, die vanwege zgn zondig ongeloof niet spreken kon, zal straks het loflied inzetten en luide des Heeren Naam verheerlijken.
Er komt — en dat is op Gods tijd — een moment in uw leven, dat gij zeggen zult, kinderen Gods, nu kan ik het niet meer inhouden, nu moet ik het uitroepen, dat God goed is, nu moet mijn tong, waarmede ik God zoozeer gelasterd heb en beleedigd, een voertuig worden om Hem te prijzen. Nu wordt het: ik heb geloofd en daarom spreek ik.
Heerlgk wanneer de stommen beginnen te spreken. De tong is immers het middel om er God mee aan te roepen, en om Hem lof toe te zingen. Het moest hier op deze wereld door Gods kinderen veel meer gedaan worden, edoch de zonde legt zoo dikwgls het zwijgen op.
Dit zal straks beter worden. Als het volk, dat als ongeloovig door des Heeren hand is gevangen genomen, opklimt uit de vallei dezer zondige wereld, dan zal na dit uittreden in den blijden hemel dit het loflied zijn:
'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên. Uw waarheid t' allen tijd vermelden door mijn reen.
Ja, dit zal het geheim zijn van den hemel: altijd God op nieuwe wijze te kunnen verheerlijken.'
Wat is nu uw leven — en welk uwe toekomst ?
Daar is een spreken op deze wereld dat zwijgen zal worden. We lezen ergens en dit ziet op het verschgnen voor Gods aangezicht: „en zij verstomden."
Daar is ook een sproken dat als zondig zal worden erkend. Men heeft God tegengesproken, daarop volgt zwijgen. Maar dit is voor een tijd. Straks wordt het een jubel. Hier reeds. Luistert maar. Ik zal vertellen, zoo roept de vrijgemaakte het uit, wat God aan mijne ziel gedaan heeft. Hg heeft mij van arm rijk willen maken. Wat mij wacht is de hemel der heerlijkheid. Daar zal ik Hem eeuwiglijk groot maken."
Wat gaat dit volk een rijke toekomst tegen. Er mag nog veel zijn, wat hen het spreken belemmert, hen stom maakt, deze stomheid gaat voorbij. Zij zullen zelfs schooner liederen nog zingen dan de Engelen. Dezen hebben n.l. van het zwggen nooit iets gekend.
Het eeuwige lied van aanbidding zal dan van hunne lippen niet wijken: Gij hebt verlost Gij hebt ons welgedaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's