Stichtelijke overdenking.
Laat ons dan henengaan naar Bethlehem. Lucas 2:15, middelste gedeelte.
Naar Bethlehem!
Het woord, dat wij hierboven plaatsten, is ontleend aan het bekende Kersthoofdstuk,
In vers 1—7 wordt ons gemeld de eigenlijke Kerstgeschiedenis.
Naar den keizerlijken wil werd het volk geteld. Vandaar trokken ook Jozef en Maria op naar Bethlehem, opdat juist in die plaats naar den Goddelgken wil Christus geboren zou worden. In allen eenvoud ziet Jezus daar het levenslicht.
Vers 7—12 meldt ons de Kerst-prediking van den Engel, die den hemel verliet om in Efratha's velden te melden de komst van den hemelkoning, in doeken gewonden en liggende in de kribbe.
Vers 13, 14 geeft ons weder het schoone Kerstlied, dat getuigt van Goddelijke eer en 'smenschen zaligheid.
Ons tekstwoord spreekt over de Kerstreis, de tocht der ware geloovigen naar Bethlehem.
Spreken wij
Ie. over de reizigers,
2e. over den tocht,
3e. over het doel.
De kunst-mensch trekt niet op naar Bethlehem. Deze maakt zijn afgod van de uitbeelding van het schoone. Naar het ideaal jaagt deze. Dat nader te komen is de lust zijns harten.
Naar Bethlehem trekt hij niet. Blind voor hèt Goddelijk kunstgewrocht „God geopenbaard in het vleesch", ergert hij zich aan de ruwe kribbe en den sinaakloozen stal.
Liever reist hij naar het Corinthe der oudheid, waar gewrochten van kunstenaars zijn oog boeien.
Ook de kennis-mensch wordt niet geboeid door de prediking van Bethlehems kribbe. Blind voor de Opperste wijsheid, daar geopenbaard, reist hij naar Athene om menscheiijke wetenschap te speuren. Neer te zitten aan de voeten der wijsgeeren bekoort menigeen meer dan neer te vallen voor de kribbe, de hoogste openbaring der Goddelijke wqsheid.
De genot-mensch heeft gansch geen lust dezen tocht te ondernemen. Door de goederen en vermakingen dezer wereld wordt hij bekoord. Op aardsche genietingen stelt hij zijn verwachtingen. Liever reist hij henen naar het aloude Rome, waar verfijnd zingenot werd genoten, dan heen te trekken naar het nederige Bethlehem. Boven de kribbe toch staat te lezen het aloude Godswoord: „Die een vriend der wereld zijn wil, wordt een vijand Gods gesteld."
De macht-mensch bespaart zich de moeite om Bethlehem op te zoeken. Rome, de stad waar de Caesars hebben gezeteld, bieden hun geschikte gelegenheid machtsontplooiïng te leeren. Wat zou hij vinden in Bethlehem? Niets dan een kindeken in eene schamele kribbe. Met ziijn natuurlijk oog leest hij niet boven Bethlehems krib de profetische woorden: „Men noemt Zijn naam Sterke God, Vredevorst".
Zelfs de godsdienstige mensch trekt niet op naar Bethlehem. De Schriftgeleerden bleven in Jeruzalem. Daar konden zij voortgaan met hunne eigenwillige offers. Doch in Bethlehem wordt geëischt een diep-büigen voor de kribbe. Daar moet eigen offer verwisseld worden met het Offer „Jezus Christus".
Kortom de natuurlqke mensch begeert geen Bethlehem, geen Christus. Hij viert Kerstfeest zonder het Kindeken.
Weet gij, wie heen trekken naar Bethlehem? Het zqn degenen, die met de herders Goddelijke openbaring genoten. Dezen allen trekken op naar de stad Davids. In bonte mengeling zoekt dat reisgezelschap zielsbevrediging bij Hem, die eene geopende fontein van zaligheid werd bij Zijn komst op aarde.
Wil ik ze u schetsen? Het zijn menschen, die overal zijn henengetrokken om het leven te vinden, maar overal den dood aanschouwden. Reizigers, die de steden dezer wereld betraden, doch eindigden zich op te maken naar Christus' geboorteplaats.
Geen schoons zoeken zij meer in de wereld of in zichzelven, maar naar Bethlehem is hunne reis om te ontdekken de schoonste der menschenkinderen.
Geen wijsheid der wereld zoeken zij meer. Eigen dwaasheid ontdekkende, wenden zij zich naar Bethlehem om Hem te vinden in Wien de volheid der Goddelijke wijsheid-geopenbaard ligt. Het „ijdelheid der ijdelheden" leeren Gods kinderen kennen om te zoeken in Bethlehem het leven Gods.
Als machteloozen zoeken zij Hem, van Wien de schare later getuigen moest: „Hij spreekt als machthebbende." Een volk, kennend eigen afhankelijkheid, klagend, * over eigen ellendigheid, smeekende om 's Heeren barmhartigheid worstelt om Bethlehem te bereiken.
Toen het Kerstevangelie den herderen verkondigd was, gingen zij heen om te zien het woord, dat hun was bekend gemaakt. Door de prediking des Woords, schilderstuk van Christus' dierbaarheid en volkomenheid, wordt de heilbegeerte levendig Christus te ontmoeten, ja Hem te aanbidden.
Stel u dan ook den tocht naar Bethlehem niet gering voor! De herders leerden al het aardsche geringschatten om alleen den hemelschen Christus te ontmoeten. Hunne schapen lieten zij achter om Jezus te zoeken.
Zou dit niet de ervaring zijn allen, die God vreezen? van Stefanus liet zijn leven, Levi zijn goudstapel en Mozes den glans van het Aegyptische hof achter om de heerlijkheid van den Heere Jezus Christus. Alle aardsche dingen vallen weg vergeleken bij den hemelglans over Christus uitgespreid.
Welk eene volharding hebben de herders op dezen tocht geopenbaard! Allerlei bezwaren drukten hunnen tocht. De duisternis bemoeilijkte hunnen weg. Het gezicht op hunne zondigheid deed hen aarzelen den reinen Christus te ontmoeten. Satan openbaarde zqne listen den ganschen weg, zoodat deze tocht met verschillende bekommeringen als bezaaid werd. Toch volhardden zij, dank 's Heeren genade, die de begeerte naar Christus levendig hield.
De herders en alle Godskinderen mogen volhouden. Door het licht van Gods Woord reizen zij veilig. Door den staf des geloofs te omknellen betreden ziy met vasten tred den weg naar Jeruzalem. Door de drijfkracht des Geestes, die hen aanvuurt en sterkt gaan zij steeds moedig voort, totdat zij bereikt hebben het doel huns levens.
Naar Bethleheml Dat is het doel van de reis. Welk een liefelijke klank ligt in dat woord! Bethlehem wil zeggen: „Broodhuis." Daarheen trekken reizigers, die leerden hongeren naar het Ware Brood. In deze wereld vinden Gods kinderen niets, waarmede zij zich voeden kunnen. De wereldsche draf brengt geen spyze voor den Beelddrager Gods, In het Broodhuis openbaart God het Brood des Levens, die door Zijne nederdaling en arbeid allen honger der Zijnen wegneemt.
Naar Bethlehem I Vroeger woonde daar de rijke Boaz, die lust kreeg te huwen de arme Ruth. Nu echter ligt daar in de kribbe de Ware Boaz, de Zone Gods, die in vrije ontferming wil huwen arme Ruth's om ze te verrijken met de schatten des hemels.
Naar Bethleheml Daar woonde eertijds de beroemde David, die als een machtige strijder den leeuw en den beer versloeg; die zijne schapen bevrijdde door zijn sterken arm. Wordt het niet vervuld in de komst van Hem, die Zgne kudde verlost van den Brieschenden Leeuw, die haar voor eeuwig zoekt te verslinden ? Is Hij niet de sterke Held, die met Zijne sterke hand verlost van de macht hunner vganden ?
Naar Bethlehem! Daar wordt gevonden de bornput, waarheen de drie helden in Davids tijd snelden om uit die springende fontein te putten voor hun dorstigen veldheer.
Gelukkig, die henentrekt naar Bethlehems bornp\it om met dorstige lippen te drinken van de wateren des levens. Daar is verkwikking voor altoos.
Naar Bethlehem I Daar is het Kindeken, waarover der Engelen mond sprak en: zong. Het ligt daar in den eenvoudigen | stal, in de schamele kribbe, slechts in I doeken gewonden, terwijl de arme Jozef en Maria hem vergezelschappen. Begrijpt gij de beteekenis daarvan? -Zoekt geen Christus met uitwendigen glans. Aan Hem werd Jesaja's woord vervuld: „Als wij Hem aanzagen, zoo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben." Visschers worden Zijne leerlingen; onder armen en eenvoudigen openbaart Hij Zign Middelaarsglorie. Ook nu woont Christus onder eenvoudigen; in de kribbe der onaanzienlijkheid vindt gij Hem ook nu nog. Laat u dit tot troost strekken! Als gij de diepte uwer vernedering kennen leert, is het zalig Christus te ontdekken, die Zich bukte tot in de diepte der vernederde kribbe.
Naar Bethleheml Daar toch ligt de Middelaar, die de ontstane scheiding wegneemt. Welk een klove gaapt er tusschen den heiligen God en den schuldigen mensch! Eene klove zoo breed, dat alle machtsmiddel onzerzijds falen moet om haar te dempen. Gelukkig, die mag vinden den Christus, die bijeenbrengt in Zijn persoon hemel en aarde, God en mensch.
Denkt het u in. Hier ligt God Zelf in de kribbe. De Zone Gods is vleesch geworden. Hij, die diep beleedigd was door onze zonde, die Zelf kon gevoelen den ernst van den toorn Zyns Vaders, daalt af voor Zijne Gemeente tot een volkomen Verlosser.
Denkt het u in; neen leeft het in. De Zone Gods daalde a, fin onze natuur en werd onzer-éen. Door Goddelijk Alvermogen werd Hij heilig ontvangen en rein ter wereld gebracht. Reeds van dat oogenblik af was Hij de Borg en Plaatsbekleeder der Zgnen. Leeft het in, volk des Heeren, dat reeds in Bethlehem het Borgtochtelijk werk van uwen Christus aanvangt, uw ziel en lichaam tot eeuwige redding.
Naar Bethlehem! Om met het oog des geloofs te schouwen den eenigen Hoogepriester, die het Offer der Verzoening bracht ten gunste des volks; om te staren op Hem, Wiens gebed als een gedurig reukoffer zou opstijgen ter zaligheid van Gods kinderen.
Daar in Bethlehem ziet gij den Profeet, Wiens lippen gezalfd den lof des Heeren zullen uitdragen. Lippen, die roemen zullen in het welbehagen Gods omtrent doemschuldige zondaren.
Met het natuurlijk oog schouwt gij in de schamele kribbe slechts een zwak en machteloos wicht, dat 'u niet baten kan. Met het oog des geloofs ziet gij beter en meer. Dan ontdekt gij daar den Beloofde den Vaderen, die in uwe ellende ingedaald is om u eeuwig te brengen in de hoogte des hemels.
Naar Bethleheml Daar toch moet het Kind worden aangebeden. Gij zult daar moeten neervallen en belijden de heerlqkheid des Zoons Gods. Daarop heeft Hij recht. Daarin bestaat nu uwe zaligheid. Zijne liefde in vrijwillige nederdaling; Zijne macht tot redding van gevallen zondaren; Zijn rijke Middelaarschap moet daar worden geprezen. Geprezen in de blijde roem taal uwer lippen. Geprezen in het uitreiken van uw gaven voor de zaak van het Kindeken in Bethlehem. Geprezen bovenal in de vrijwillige toewijding van uwe geheele persoonlijkheid aan Hem, het Kindeken • van Bethlehem, die tevens is de Koning der Eeuwen.
Kent gij den tocht naar Bethlehem's kribbe ? Het is een tocht die den natuurlijken mensch niet aanlokt. Het hout der kribbe is zoo ruw en onbekoorlijk voor het natuurlijk oog. Van dat hout maakt God den Zgnen een kruis, waaraan gekruisigd moeten worden alle lusten des vleesches. Daarom wenschen wq niet te gaan den weg tot de kribbe die voert naar het kruis.
Toch zullen wg niet ontloopen het kruis. Het kruis van eeuwige versmading zal ons dan ten deel vallen. De weg naar de steden dezer aarde voert naar de stad des eeuwigen verderfs.
Gelukkig, die mag reizen naar Bethlehem! Daar bukt de reiziger wel laag bij de kribbe, doch smaakt ongekende zailigheid. In het licht des hemels, dat uitstraalt over de kribbe, schouwt het oog des geloofs den gezegenden Middelaar. Ga er daarom op het naderend Kerstfeest van Bethlehem bekoring tot .uwe ziel uit! -
Dan trekt gij naar Bethlehem, om te zien het Woord, dat u zoo vaak is verkondigd. .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's