Uit het kerkelijk leven.
Geest en hoofdzaak.
Men kan zeggen wat men wil, maar Groen van Prinsterer sloeg den spijker op den kop, toen hij in 1842 in eeiji adres aan de Synode (uitgegeven te Leiden, blz. 61) zei: een onvoorwaardelijk: en bekrompen handhjiven der Formulieren is nooit door mg begeerd; wat ik verlang is: „handhaving der hoofdwaarheden van het Evangelie en, als middel *hiertoe, handhaving der Formulieren, in al wat het wezen en de hoofdzaak der Hervormde leer, naar den geest van de opstellers en van de Nederlandsqhe Hervormde Kerk, betreft."
't Ging bij Groen dus om het Woord, om den Bijbel, om de hoofd waarheden van het Evangelie.
Dat is het fundament der Kferk. Het ïundament van ouds door, God zelf gelegd, waarbij men onder de Oude en de Nieuwe Bedeeling niets anders wist, dan de zaligheid in de uitdelging der zonden door Jezus Christus, Die gisteren en heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is.
Dat fundament wilde Groen niet prijs geven.
En daarbij kende hij de Formuliejfen van Eenigheid, als een vrucht van de werking des H. Geestes, aan de Geref. Kerk van ouds geschonken, mede dienende om dat fundament der Kerk nader te omschrijven en aan te prijzen.
Zgn liefde tot het fundament der Kerk dreef hem daarom tot de liefde voor de Formulieren. Die te hebben en te houden wist hij tot bevestiging en versterking van het geloof der Kerk. En dan niet, om over een woord of letter of zelfs over een bepaalde zinsnede te vallen of 'tevechten. Maar toch wél om de Formulieren te nemen, te bewaren en te handhaven in al wat het wezen en de hoofdzaak der Hervormde leer raakt, daarbij de dingen nemend naar den geest en de bedoeling van-de opsteller.
Groen was er dus niet voor, om den indruk te geven dat het om menscheliijke geschriften ging, die in alles volmaakt waren en boven alle eritiek en verbetering verre verheven waren. Die Formulieren zelf hadden hèm wel geleerd, dat zij zóó liever niet genomen willen worden door de leden der Gereformeerde Kerk,
Ook wg moeten niet den indruk geven aan de menschen, alsof in onze Formulieren de waarheid zóó is neergelegd.en omschreven, dat het zóó 't allervolmaaktst is en de omschrijving van de waarheid gelqk zou zqn aan de waarheid zelve.
Tot die Roomsche beschouwing moeten we niet vervallen.
Het is dan ook allerdwaast om te denken en 't zoo voor te stellen, dat het „die Gereformeerde menschen om menschelqke geschriften en ouderwetsche formules te doen is."
Want het is ons te doen om de Waarheid; om de Waarheid ons van God geopenbaard in Jezus Christus, door Zijn Woord en Geest.
Maar nu weten de Gereformeerden, dat de Heere ons in de belijdenisschriften, door de bizondere leiding des Geestes aan onze Vaderen geschonken, 'n grooten schat gegeven heeft tot uiteenzetting en bevestiging van de Waarheid — waarom we die Formulieren ook, tot handhaving van de hoofdwaarheden van het Evangelie, niet willen prijsgeven. In de Formulieren gaat het om de Waarheid. En omdat we de Waarheid niet willen loslaten in het midden der Kerk, laten we ook de Formulieren niet los,
In dien zin is er nu jaren lang op handhaving der belijdenis aangedrongen.
Het fundament der Kerk loopt gevaar.
We hebben onze schoone belijdenisschriften tot nadere omschrijving, aanprijzing en bevestiging van dat fundament.
En die Formulieren uu, naar den geest van de opstellers en van de Nederlandsche Hervormde Kerk, te handhaven is de roeping van allen die de Hervormde Kerk liefhebben.
De Synode zelve heeft ook meer dan eens verklaard .— welke verklaring we verder niet beoordeelen, maar toch als pen feit conatateeren — dat de Symbolische Schriften, wat hoofdzaak en wezen betreft, in de Ned. Herv. Kerk bindend gezag hebben.
En zoo is het ook inderdaad.
Waarbij telkens duidelijk wordt, dat die zich zoo kanten tegen de Formulieren, eischende dat die belijdenisschriften zullen worden weggedaan, inderdaad gekant zqn tegen het wezen en de hoofdzaak van de Evangelische Waarheid; gekant tegen Jezus Christus en dien gekruist.
En dat zijn de vijanden van onze Kerk.
Dat zijn degenen die de fundamenten ondergraven, om onze Kerk zoo ten val te brengen — wat de Heere genadiglijk verhoede
Wacht u voor die Formulieren-haters Groen zegt ergens: ze haten de Formulieren, omdat ze de Waarheid haten.
Nog eens Predikantspensioen
Uit een correspondentie met een Kerkvoogdij blijkt ons, dat er aanstonds Kerkvoogden zqn, die wat voelen voor ons pogen de inkomsten der Kerk wat beter te maken, door het samen laten dragen der lasten door al de gemeenteleden.
Men wil de gemeenteleden met de finantiëele aangelegenheden méér op de hoogte stellen en op grond van een bagrooting de lasten zooveel mogelijk verdeelen over allen.
Het tractement kan dan verhoogd, de Kerk van electrisch licht voorzien worden, een flinke catechisatiekamer bijgebouwd, enz. enz., schrijft men.
Wij verheugen ons over dezen nieuwen koers.
Maar nu schreef men ons ook over het predikantspensioen en 't bleek ons, dat men van deze zaak absoluut niet op de hoogte is.
Daarom een enkel woord hierover.
Emeritus worden beteekent voor een predikant, als hij zelf niet bemiddeld is, armoede in het quadraat. Na 40-jarigen dienst ontvangt een predikant als pensioen het rijkstractement van de plaats, waar hij 't laatst stond, met een minimum van f 600.—.'
Dat moet hij dan aanvragen aan het Rqk. En het Rijk is in deze niets verplicht te geven, 't Is voor elke aanvrage een beslissing van de Koningin, of het pensioen gegeven zal worden of niet. 't Wordt wel altijd gegeven. Maar er vaat op rekenen als een toekomend recht mag men niet. 't Blijft altijd min of meer een gunst.
Maar goed, laten we nu aannemen, dat de Koningin altijd gunstig beschikt op de aanvrage om pensioen ; dan krijgt men dus na 40-jarigen dienst., , . ongeveer f 600; soms aangevuld tot 700, 800 gld, , met f 2000 als maximum; in de meeste gevallen evenwel minder dan f 1000
En dus — op een leeftijd, waarop ontberingen en gebrek het moeilijkst te verduren zijn — daarom zegt het Woord ook: het is goed dat iemand in zijn jeugd het juk draagt 1 — is de emerituspredikant daaraan blootgesteld.
Nadat hij zich gedurende zijn diensttijd — 40 jaren achtereen — alles behalve in weelde gebaad heeft, wacht hem inplaats van een welverdiende rust, verdubbelde zorg; en inplaats, dat het voor hem „ten tijde des avonds" licht is, hult pijnigende (fatsoenlijke) armoede zijn laatste levensjaren in duisternis.
Van de Kerk zelve ontvangt de emeritus-predikant, na 40-jarigen dienst, niets.
Hij moet zich dan verder maar tevreê stellen met de schrale jaarwedde, hem door het rijk beschikbaar gesteld.
Zeer vele predikanten blijven dan ook dienst doen, dikwyls als hun krachten reeds. op zijn en de gemeente er zeer door geschaad wordt.
Daarom is het zoo goed dat de Kerkvoogdijen saam de handen in elkaar geslagen hebben.
De Kerk moet hier ingrijpen.
Want o! denk ook eens aan predikanten, die door ziekte-omstandigheid emeritaat moeten vragen. Hoe treurig is het ikn niet gesteld — terwijl de Kerk niets, letterlijk niets doet.
Neemt iemand emeritaat, vóórdat hij 10 jaren dienst heeft gedaan, dan ontvangt hq ..., niets. Zegge: geen cent!
Na meer dan 10 dienstjaren ontvangt hij evenveel veertigste deelen van het aan zijn standplaats verbonden rijkstractement, als hij dienstjaren telt.
Na 15 jaar dus 15/40 na 25 jaar 25/40 enz. Bij een rijkstractement van f 800 ontvangt hij dus na b.v. 30 dienstjaren f 600.
Men voelt: hier is een noodstand, een misstand.
En nu zijn predikanten niet gewoon om veel over deze dingen te praten. Ze willen liefst niet den schijn wekken, alsof zij „zoo erg op het geld" zijn.
Maar waar deze dingen voor den predikant, voor zijn vrouw, voor zijne kinderen, zoo in-treurig ziijn, mogen, ja, moeten ze toch wel eens onder de oogen gezien worden.
Nog eens! waar de Kerk zelve hier weinig of niets gedaan heeft, laten onze Kerkvoogdijen zich nu saam vereenigen, om met een betrekkelijk geringe premiebetaling, een weg te ontsluiten, welke voor predikantsgezinnen tot zoo grooten zegen kan worden.
We weten, dat uit zoo menig predikantsgezin, waar de vader oud en grijs geworden is, de bede telkens wordt opgezonden: „Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God."
Zullen onze Kerkvoogdijen in deze willen doen wat mogelijk is, om te helpen ?
We hopen het van ganscher harte.
Predikantsweduwen en - weezen.
Nu wij toch met deze dingen bezig zijn is het wel goed misschien, dat we ook even schrijven over de predikantsweduwen en - weezen, om eens te zien hoe in-droevig hun lot is als zij, bij overlijden van hun man en vader, alleen achterblijven.
Het Rijk geeft voor de weduwe — na, het gratie-jaar te beginnen — f 100 per jaar. Althans dit is de gewone regel. Heeft de predikant gestaan in Alkmaar. Arnhem, Breda, Delft, Gouda, enz., dan keert het Rqk f 200 per jaar aan de weduwe uit. Aan predikants-weduwen van Dwdrecht, Groningen, Leiden, Leeuwardenj Middelburg en Utrecht f 300 per jaar; en aan hen die in Amsterdam, 's Gravenhage en Rotterdam hebben gewoond f 400 per jaar.
Als regel dus f 100; wat voor de kleinere steden f 200, voor de grootere plaatsen f 300 en voor de 3 grootste gemeenten f 400 wordt.
Voor weduwen van Friesche predikanten geldt een heel afzonderlijke regeling, daar de uitkeering daar geschiedt uit dé Frinche Predikants-wedwwen en Weezenbeurs.
Behalve dit Rijkspensioen van f 100, f 200, f 300 of f 400 krijgt de weduwe dan uit de Algemeene Synodale Weduwen-en Weezenbeurs nog 180 è. 210 gulden — al naar dat het Fonds het lijden kan.
In doorsnee genomen heeft een predikantsweduwe met kinderen — behalve de meer particuliere uitkeeringen natuurlijk, als daarvoor bij schraal tractement gezorgd is — dus zoo ongeveer f 400 per jaar inkomen.
Dat voor de Algemeene Weduwen-en Weezenbeurs elk jaar door den predikant een premie van f 20 betaald moet worden, is bij de kerkelgke wet voorgeschreven.
Is het lot van onze predikants-weduwen en - weezen niet deerniswaardig ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's