Stichtelijke overdenking.
En hij antwoordende zeide tot hem: eer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben. Luc. 13:8.
Van een Voorbidder.
't Is de aard des oprechten gëloofs om op Jezus te zien, d.w.z. Hem aan te merken als den Oversten Leidsman, machtig om uit te helpen, moedig om te staan tegenover eiken vijand, medelijdend voor al Zijne ellendigen.
Maar ook is het geloof er op uit, om zich op 't nauwst met den Heere Jezus te vereenigen en te leven uit de sappen van den Wijnstok. Met Hem ééne plante geworden zqnde in de gelijkmaking Zyns doods, ook in de gelijkmaking Zijner opstanding, om in nieuwigheid des levens te wandelen.
Christus leeft door 't geloof in 't harte Zijns volks; van den meerderen Aaron komt af de olie des H. Geestes.
Hq bewaart de Zijnen niet alleen, zoodat ze het , schild" niet verliezen, doch bewerkt hen ook door Zijnen H. Geest, opdat ze staande blijven en overwinnen.
De overste Leidsman is ook door Zijn werk in hem de Voleindèr des geloofs (n.l. van hun geloof!), zoodat Paulus roemen mag: destrydgestreden, 't geloof behouden.
Uit Zqne volheid ontvangen wij genade voor genade, en Hy geeft Zijne vreeze en schrqft Zijne wetten in onze harten, opdat al de Zijnen op 't nauwkeurigst letten op Hem, Voorganger in den strijd. Voleinder des geloofs. Voorbidder voor heel Zijn volk, alzoo Hij altijd leeft om bg den Vader voor te treden.
Zulk een Heiland is 't een en 't al. Met Hem komt een volk ook door de benardste omstandigheden. De Heere aan de spits.
Hy zorgt voor noodige leiding en hulpe, en geeft bizondere genade, opdat Zijne kinderen bij tigden zonder vreeze zijn en zichzelven en anderen een wonder.
In den hemel is de , Advocaat" voor Zijn volk en daarom gaat het op aarde nog in vele omstandigheden beter dan menschen denken.
Toen de Heere in ons vleesch rondging goeddoende, heeft Hq menig woord gesproken — en Hij is nooit minder dan Zijn Woord — waaruit Zijne goedwilligheid bleek.
In de gelijkenis, waaruit 't Woord genomen is, hierboven afgedrukt, spreekt de werkzame liefde van den medelijdenden en lankmoedigen Heiland zich duideligk uit. Zijn medelijden is zoo diep, Zign geduld is „eene lange patientie".
't Gesprek tusschen den eigenaar van den wijngaard en den wgngaardenier, doet klaarlijk Gods deugden schitteren en wijst heerlyk op de gezegende tusschenkomst van den Middelaar Jezus,
Israel's volk was de wijngaard des Heeren. Wy weten dakrvan. Wq hoorden, hoe Jeeaja zong het lied van den wijngaard en weten, hoe de Heere God, des erbarmens nooit moede, uitging, om in Christus Jezus Zijne barmhartigheid te kronen.
In zijn wijnberg, zoo spreekt Jezus, had die eigenaar een vqgeboom geplant, een fijnere boomsoort, die veel zorge vroeg, maar , die den vijgeboom bewaart — d.i. goed verzorgt — zal van zijne vrucht eten".
Ik haal de geschiedenis van Gods liefde en Zijn arbeid niet op. Ook deze gelykenis wijst heen naar zoo ontzettend vele bemoeienissen des Heeren en naar bizondere gunsten aan Israël bewezen ; bemoeienissen, die ons het recht doen zien, 't welk de eigenaar had om te komen en vrucht te zoeken, vrucht voor zichzelve.
De ervaring van vruchteloozen arbeid te hebben gedaan is zoo smartelijk voor een mensch, voor een eigenaar van een wijnberg. En die smart ligt achter het woord: hq kwam en zocht vrucht en... vond ze niet.
Zijn besluit om dien boom uit te houwen, is recht en billqk. Lang genoeg is het snoeimes gebruikt, thans kome de bql om zijn werk te doen. Waartoe beslaat die boom onnuttelijk de aarde? (D.w.z, maakt hq zelfs, dat de aarde op die plaats geen profijt brengt.)
Hoort wat daarop de wijngaardenier antwoordt.
't Is wonder teeder, als hij voorbidder o wordt van een onvruchtbaren vijgeboom en opnieuw allen arbeid en moeite aan l hem ten koste wil leggen.
Dat Jona een boom, waaraan hij niet had gearbeid, verschoonen wil, is natuurlijk ; dat een timmerman gehecht is aan boöinen "door hemzelf geplant en verzorgd, is ook natuurlyk; doch dat hier in deze gelgkenis de Christus pleit voor een onvruehtbaren vijgeboom, heeft een hoogere en zeer diepe beteekenis.
Gij hoort hier de stem van den voorbiddenden Hoogepriester voor een volk, dat uit zich zelven nooit vrucht kan brengen. De klank in de stem verraadt ons de liefde des harten: „ Heere, laat hem ook nog dit jaar I"
De jaren wentelen nog. Algemeene zegeningen en bizondere gunsten komen nog af, wegens de voorbede van en ter wille van Jezus Ohristus I
Nog dit jaar. En dan nog om liefdesarbeid te verrichten aan de volkeren, en in 't midden der gemeente Zijner gunstgenooten.
Een woord, om aimbiddend en biddend neer té vallen en genade te smeeken om uit deze bed troostgrond te mogen genieten en goede verwachting te putten voor land en volk, voor Kerk en Zending.
Hebt gij, lezer, wel eens gehoord, wat voor bemesting zoo voordeelig is, voor moerbeziën (die groeien immers in de laagte? ) en voor vggeboomen? Mij was het nieuw, toen ik hoorde, dat bloed de beste stoffe was om die boomen vruchten te doen dragen.
In mijn nabuurschap sprak eens een Jood, die door het geloof een zoon van Abraham was geworden. Hg wees erop, dat in verband met geheel Israels offerdienst en de abloedstorting op Golgotha" dit hem zoo opmerkelijk voorkwam.
In elk geval is 't zeker, dat het Evangelium Gods in den Zoon Zgns welbehagens, het middel is, waardoor de Heere de rechte vruchtbaarheid schikt. Het Evangelie-zout, dat behoudt. En van dat Evangelie is Ohristus en Zgn verzoenend Igden en sterven het middelpunt.
't Is veler hartelgke beê, dat de Heere dit jaar voor de volkeren vruchtbaar make, en wijsheid geve aan mannen, die weten, dat niet door „festgn en banket", maar door arbeid en gebed de volkeren in rechte wegen geleid worden en naarstige betrachting noodig is, opdat een vrede kome, die uit rechtvaardige wgsheid geboren worde, en geen zaad zaaie voor nieuwe oneenigheden.
't Is veler hartelijke beê, dat de Heere Zgn volk zegene en Zgn overblijfsel behoude in 't leven.
Er is stil genot, als de Heere ons gebruikt om anderen tot vertroosting en verkwikking te mogen; dienen.
Welnu, 't is veler beé, dat de Heere Zijn volk toerusten uiag en bekwamen om weldadigheid te mógen bewijzen aan armen en ellendigen en daartoe leve uit de liefde des Vaders, de genade des Zoons en in de gemeenschap des Heiligen Geestes!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's