De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN.

6)

Zeker wist ze alles wel: ook de leugens, die ze zou moeten zeggen, en liegen wou ze niet en zou ze niet, in elk geval niet. jegens oom Johannes.

De dageraad was nauwelgks aan de lucht, toen-Ombra al buiten het dorp was: ze was gewend, vroeg op te staan. 't Treurig rood in 't Oosten voorspelde regen, doch haar hart beloofde, trots alles, zoo iets als een feestdag, al was 't maar alleen, omdat ze nu eens uit was, ver van de herberg.

Voor wie geen eigen gerij had, was er geen andere reisgelegenheid dan te voet. Doch voor de stevige Ombra beteekenden twee, drie uren loopens heen, en even zooveel terug, niets. Aan de haar opgedragen boodschap dacht ze niet eens, en de werkelijke boodschap lag helder in haar ziel als een groote toekomstige blgdschap, waarvan ze het begin reeds in haar hand had.

Hoe lichter het werd, hoe treuriger de lucht somberde en hoe effener de herfst zijn triestigheid over de wgde velden spreidde. Maar Ombra zag niets dan stille blijdschap, zoover haar oog reikte, en vrede en geluk in al de huisjes, die ze voorbg stapte. Alleen de herbergen, die ze met afgewend gelaat voorbgging, stoorden even haar gevoel van groot geluk.

Eindelijk zag ze den hoogen torenspits boven de boomen uitkomen, als een vriendelijke hand die haar naar Bornhem wenkte. En dan —ja, schokte ze even, omdat ze met zulk een onaangename boodschap kwam, en 't beklemde haar even, doch ze troostte er zich mee, dat, mocht oom, Johannes al ontevreden zijn, een verwijt van hem haar liever was dan een liefkoozing of loftuiting van haar dronken vader.

In de straat gekomen, waar ze haar oom wist wonen, voelde ze in den klop van beur hart het opzien tegen de eerste ontmoeting. Ze had zich voorgenomen, de huisdeur binnen te gaan, doch nu ze door de openstaande dubbeldeuren der wagenmakerij neef Willem zag, stapte ze daar in.

, Dag Willem! hoe gaat het? " „Ombra van oom Aardt! —Wel, wel. Nu zal moeder blij zijn I Kom maar mee !"

Samen gingen ze binnen door, en 't meisje voelde terstond aan allen en alles, dat ze welkom was. En tante Betje scheen niet klaar te kunnen komen met de betuiging van haar blijdschap over dit bezoek. Niemand behoefde ooit te gissen, of ze goed dan slecht geluimd was, want een kleinigheid deed den evenaar bq haar terstond doorslaan. Maar als ze boos was, was ze 't oprecht en geheel, met haar oogen zoowel als met haar lippen, met de voeten evenzeer als met de handen: in houding en beweging lag dan haar hart bloot en die boosheid was zelfs bekoorlijk. Doch ze duurde maar kort, want nauw had de storm even den boom geschud en de takken doen zwiepen, of hij stond weer recht en rustig en stil vroolgk. En nu was tante Betje één groot massief brok van innige, hartelijke blijdschap.

„Je blijft nu zeker een paar daagjes ? "

, 0 nee, tante 'k moet van avond weer thuis zijn."

Kgk, daar hingen plots tantes dikke armen slap langs 't lijf en 't bolle hoofd wiegelde daar boven, en oogen en mond en alles, wat er aan haar was, treurde erbarmelijk over Ombra's zeggen, dat ze slechts voor een kort dagje kwam.

Doch ineens plofte de kamer vol van tantes goede, blijde voornemens.

„Dan zullen we maar niks geen drukte maken van de kamer; alleen maar zorgen voor een lekker bakje koffie met wat goeds er bij, en een ordentelgk middagmaaltje. Kind! waar heb je nou zin aan? — Mien, kom er 's mee!"

Na eenig gefluister liep Mien met een boodschappenmand de deur uit.

„Och, tante! maak nu geen drukte voor mij; als 'k een gewone boterham krijg, zal ik al heel blij zgnl"

„Willem! jij naar je werk! — kommandeerde moeder — Is vader niet in den winkel? Kgk maar eens uit, waar vader is!"

Mooi, nu was ze alleen met Ombra. Ze pakte haar eens even goed bg den arm, om beter te doen gevoelen, hoe blij ze was. En dan kwam ze vlak bg haar zitten.

„Zeg meid! er is nou niemand bg: je hoeft ons niks vóór te jokken, hoor? We begrijpen alles wel: 't varken voor schuld verkocht, maar daar praten we nou niet over en oom zal er ook geen woord over kikken. We doen allemaal of er niks is, hoor! — Jg ook! zal je? "

Ombra greep haastig haar zakdoek. „Nee, kind! zoo niet! Nou blij wezen!" „Ik ben blij, tante! — Zoo echt blij, als ik nooit geweest ben —" zei ze met zulk een zeldzamen lach door die dikke tranen heen.

„Nou, dan is 't goed, kind!—Och, de Heere maakt alles goed. Wij hebben toch wel een varken kunnen slachten, en aan niks gebrek hier, hoor! De zegen des Heerén maakt rijk, en Hg voegt er geen smart bij. — Jij zoudt wel anders zijn dan je vader, niet waar, kind? En je moet er maar niet te zwaar over tillen, dat het bij jullie verkeerd gaat".

Ombra kreeg weer een gevoelig troostenden pak om haar arm.

{Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's