De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Diaconale Armenzorg.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Diaconale Armenzorg.

10 minuten leestijd

De veruitwendiging van den diaconalen arbeid.

II

De Gemeente allereerst staat sohuldig aan de veruitwendiging en verachtering, die over de diaconale armenzorg gekomen is. Als de liefde verflauwt en de onderlinge band, die de leden der Gemeente verbindt, al losser wordt, kan dit werk niet naar behooren geschieden. Evenwel ook onte diakenen (we moeten bij .een algemeen overzicht wel genéralizeeren en bedoelen dus allerminst het vele goede, dat onder hen gevonden wordt, klein te achten) gaan niet immer vrij uit. Het kan wel niet anders.

Dewijl de diakenen uit de Gemeente genomen worden, weerspiegelt ziehen den regel in hun college op een enkele uitzondering na de geest der Gemeente. Wanneer wq bovendien in aanmerking nemen, dat op tal van plaatsen menig diaken 20, 80 en soms meer jaren zqn ambt bekleedt, is het geen wonder, dat de arbeid vaak op dezelfde wijze wordt voortgezet als 50 en 100 jaar geleden, zonder dat er rekening gehouden wordt met veranderd^ tijdsomstandigheden, zonder dat men zich afvraagt ook of het werk toen wel op goede leest werd geschoeid. Van wat overgeleverd is van geslacht op geslacht ziet men zoo zelden de gebreken. Daardoor vinden we vaak dezelfde sleur, waarin de Gemeente haar gaven geeft, terug in de verzorging der armen door de diakenen. Het gaat in denzelfden eentonigen gang, waardoor alle geest en leven uit dit werk der liefde dreigt te verdwqnen en tenslotte de hooge en werAeven beteekenis van dit ambt niet meer wordt verstaan. Een voorbeeld ten bewijze.

Op tal van plaatsen kost het veel moeite om een ouderling te krijgen. Wanneer er een vacature ontstaan is, heeft vaak benoeming na benoeming plaats, maar de éen na den ander bedankt: „Ziet, als het nog voor diaken was, " wordt dan meer dan éen keer gezegd, „dan zou ik er niet zoo'n bezwaar tegen hebben, maar ouderling, neen, daar ben ik niet bekwaam toe." Welke gedachte ligt aan dese redeneering ten grondslag? Dat het werk van een diaken in niets anders bestaat dan in collecteeren en zoo nu en dan, als men administreerend diaken is, in uitdeelen en boekhouden. Vandaar het niet zeldzame geval, dat menig diaken in een dorpsgemeente zijn zitting hebben in den kerkeraad en het hebben van eeustemin allerlei kerkeraadsbeslisaingen van grooter gewicht acht dan den arbeid, die hem krachtens zqn ambt is opgedrsigen. Op deze wijze denkt men vrij te zqn van de verantwoordelijkheid van een ouderling, terwijl men in alle voorvallende zaken toch evenveel te zeggen heeft. Maar deze beschouwing van het ambt, die het eigenlijke werk van den diaken alleen in het geestelooze adrainistreerpnde werk, van ontvangen en uitgeven laat bestaan, is zóo laag bij den grond, dat het geen moeite kost om het onschriftuurlijke daarvan aan te toonen.

Volgens de Schrift hebben we in de ambten, die Christus aan Zqn Kerk gaf, de organen te zien, door welke het verheerlijkte Hoofd der Gemeente, nu Hq lichamelijk van haar gescheiden is, zqn Gemeente op aarde leidt en bestiert. „Gelqkerwijs de Vader-Mij gezonden heeft, alzoo zend Ik ulieden." De taak, die Hq tijdens zijn omwandeling op aarde zelf heeft volbracht, draagt Hij met die woorden aan zqn discipelen en apostelen op. En zijn Geest heeft Hq van den hemel gezonden om hen tot deze heerlijke en grootsche taak te bekwamen.

We weten uit de evang.-geschiedenissen, dat Christus' arbeid op aarde tweeërlei was. (Zijn Hoogepr. werk in zijn zelfovergave in den dood laten we hier buiten beschouwing, dewql dit werk niét behoefde en niet kon worden voortgezet). Enerzijds was Hij onophoudelijk bezig het Woord te prediken, heeft de schare, die vermoeid en belast was, omdat ze doolden als schapen, die geen herder hebben, in den rechten weg gebracht, heeft zqn discipelen nader onderwezen en ingeleid in de verborgenheden van het koninkrqk Gods, daar- en tegen de wederspannigen en huichelaars het gestrenge oordeel Gods voor oogen gehouden. Daarnaast echter heeft Hq niet nagelaten in allerlei werken van barmhartigheid zijne liefde te toonen, heeft zich ontfermd over kranken en zieken, over ellendigen en nooddruftigen en heeft nimmer geweigerd, als uit den nood van lichamelijk lijden tot Hem geroepen werd, zijn hand ter hulpe uit te strekken, ook al kwam die bede om hulp niet immer voort uit een geloovig en godvruchtig gemoed.

Reeds tijdens zijn lichamelqke tegenwoordigheid in hun midden heeft Hij zijn discipelen opgevoed in dezen arbeid. Niet alleen zendt Hij hen uit om het evangelie te prediken, maar leert hen eveneens aan armen en zieken te gedenken, gelqk o.a. blqkt uit de vermelding dat Judas de beurs droeg, waaruit den armen gegeven werd. We zouden haast kunnen zeggen, dat er toen reeds een administreerend diaken was.

Na zijn Hemelvaart en de uitstorting des Geestes komt de beteekenis van het ambt eerst ten volle uit. De Zoon des menschen, die nu verheerlijkt gezeten is aan des Vaders Rechterhand, zet zqn goddelqken arbeid der liefde voort. Thans door middel van de organen, die Hij daarvoor bestemd heeft, de ambten, die Hij in 'het midden der Gemeente gegeven heeft. En wat we in het O. T. zien, n.l. dat nimmer éen persoon ten volle de heerlijkheid van den komenden Messias kan afschaduwen, maar verscheidene persone» daartoe verkoren zqn, van wie de éen dit deel van 's Messias werk en de ander weer een ander deel van zijne Heerlijkheid belichaamt, dat zien we ook onder het N. T. gebeuren. Meer dan éen ambt blijkt noodig te zqn om de volheid van leven, die in Christus is, in de Gemeente te openbaren. Onder de leiding des H. Geestes wordt spoedig na Christus'heengaan liet diakenambt ingesteld als een afzonderlijk ambt, opdat de liefde van Christus jegens het ellendige en verdrukte daarin een orgaan zou hebben om zich blijvend in de Gemeente werkzaam te betoonen, terwijl de apostelen zich voortaan uitsluitend zouden wijden aan de bediening des Woords en der Sacramenten.

Er is dus zeer zeker verschil tusschen leeraar-en ouderlingambt eenerzijds en het diakenambt anderzijds. Nochtans hierin zijn ze éen, dat beide de organen zqn, door welke de.Geest van Christus in, het midden der Gemeente wil werken en wonen. Juist dat stelt aan beide ambten zulke hooge eischen. Daardoor wordt van de ambtsdragers gevraagd, dat ze iets van Christus' Geest in zich zullen hebben, opdat ook hun werk en arbeid in den Geest en naar den Geest  van Christus mogen zijn.

Deze hooge beteekenis, die ook van het diakenambt geldt, wordt echter geheel of ten deele te niet gedaan door de inzinking, die over de Gemeente gekomen is en door de vale en grauwe sleur, die zich van den kerkelij ken arbeid heeft meester gemaakt.

Gelqk de prediker, die de levenskracht der Waarheid niet erkent (om dit beeld van prof. van Leeuwen in zijn referaat „voorwerpelijke of onderwerpelijke prediking" over te nemen) gelqk wordt aan een notaris, die voorlezing doet van een akte, zoo wordt de diaken, die de verheven zijde vau zqn ambt uit het oog heeft verloren, verlaagd tot een ambtenaar, die gelden int en-uitgeeft. Zijn werk wordt dan op één lijn gesteld met dat van den postambtenaar, die van achter het loketje de oude mensohen hun ouderdomsrente toe schuift, zqn uitgaven even aanteekent en na een vriendelijke of norsche groet, al naardat hq gestemd is, klaar is met zijn arbeid.

Dit is geenszins naar den Geest van Christus. Dan hadden de apostelen in den beginne kunnen volstaan met een paar boekhouders aan te stellen en was het niet noodig een bizonder ambt daarvoor in het leven te roepen. Daarvoor behoefden Stefanus en de zijnen toch niet met den H. Geest vervuld te zijn om enkel de gaven der Gemeente in ontvangst te nemen en weer uit te deeleu. Maar het formulier ter bevestiging van diakenen wijst met nadruk aan, dat de diakenen op een andere wijze'^e gaven zullen uitdeelen dan waarop een ambtenaar dat pleegt te doen. „Ze zullen blijmoedigheid en eenvoudigheid moeten bezitten om met een bewogen hart en toegenegen gemoed de armen te helpen, waartoe zeer goed is, dat zq niet alleen met de uiterlijke gift, maar ook met troosteliéhe redenen uit het Woord van Ondp aan de armen en ellendigen hulp bewqzen". 

Het is de liefde van Christus, die in de armverzorging tot openbaring dient te komen. Daarom behooren de diakenen zich in den nood des armen te verplaatsen, met hem mee te leven, hem te troosten en te sterken, hem te steunen en te helpen, ook maar niet alleen met een uiterlijke gave. Juist hierdoor is de diaconale armverzorging principieel van alle burgerlijke of staatsarmenzorg onderscheiden, gaat in beginsel verre daarboven uit, heeft niet alleen een humaan, menschlievend, maar ook een geestelijk engoddelqk doel. Ze beschikt daardoor tevens over hoedanigheden en vermogens, die de staatsarmenzorg immer missen moet, en heeft de macht om den arme geestelijk op te heffen uit het neerdrukkende van zqn aardsche zorgen en bekommernissen.

D«ze heerlqke zijde van het ambt wordt echter door menig diaken niet gezien. In plaats van zich in liefde neer te buigen, wordt de arme vaak uit de hoogte behandeld; allerlei aan-of opmerkingen vervangen de troostelqke redenen uit het Woord van God, waaran de gave volgens het formulier vergezeld behoort te gaan; op de toch in den regel reeds te geringe ondersteuning wordt nog een dubbeltje of kwartje beknibbeld om straks met een batig saldo de rekening te kunnen sluiten; zoo de mogelijkheid het maar eenigszins toelaat, de arme naar het burgerlijk armbestuur verwezen; ja gevallen zijn bekend, waarin de ondersteunde tal van harde en vernederende bepalingen worden opgelegd als gedwongen winkelnering etc. om thans van nog erger dingen maar geheel te zwijgen.

Nu weet ik wel, dat ook tal van andere oorzaken aan deze geestelijke inzinking hebben meegewerkt. De armen zelf zijn er menigmalen aan schuldig, dat de liefde verflauwt. Gelijk we later hopen aan te toonen. Zelfs de man, die met de grootste bezieling aan dit werk zich begint te geven, wordt dra bitter teleurgesteld, als hij met al de moeilijkheden en verdrietelijkheden, die den arbeid aankleven, kennis maakt. De werkelijkheid van het leven met zijn zonde en ongerechtigheid ontnuchtert niet alleen, maar maakt vaak moedeloos en dreigt het ideaal te sloopen. Doch het woord van den apostel blijft: „dit is het, dat de wereld overwint, nl. ons geloof". Wie in den wijngaard Gods wil arbeiden, moet het ideaal hoog blqven houden en al zal dan het vleesch begeeren tegen den Geest, niet vergeten mag worden, dat ook de Geest begeert tegen het vleesch en in deze worsteling zal de Geest niet tevergeefs begeeren en niet tevergeefs strijden en met den arbeid een heerlijk doel doen bereiken. Wanneer onze diakenen zich hiervan bewust zijn en het verheven doel van hun ambt in het oog vatten, zeker, dan zal nog menige bedroevende ervaring hun deel zqn, maar anderzijds zullen ze toch ook bevinden, dat hun arbeid niet ijdel is in den Heere. Wanneer ze 'door de liefde van Christus gedreven worden, zal erin hun werk zoowel voor den arme als voor henzelf een verkwikking liggen, die bij de tegenwoordige veruityyendiging van de armenzorg daarin zelden gevonden wordt en „zq zullen zich een goeden opgang verkrijgen en veel vrqmoedigheid, " die in het geloof in Christus Jezus is en hiernamaals ingaan in de vreugde huns Heeren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Diaconale Armenzorg.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's