Financiën.
Kom, laat ik eerst mijn Goudsche bbndspijpje eens opsteken. Jongen, wat is dat gaandeweg zwart geworden. Toch wel aardig, dat pijpje. Het portret van den penningmeester, dat er op geschilderd is, lijkt nu beter dan toen hq het ontving. «Het is veel te mager", zei men. toen. Maar het was een toekomstbeeld, en nu gaat het beter. De distributie heeit gezorgd dat het nu meer in overeenstemming met het levende beeld is. Ik ben er zuinig op en gebruik het alleen maar aan mijn lessenaar en vast Dinsdags als ik mijn „Financiën" ga schrgven.
Kom, laat ik eens zien wat we hebben. Nou, dat ziet er niet ongezellig uit. Een aardig stapeltje postwissels Geweldig! wat een zware zie ik er bij. Dikke letters moeten er komen I Drie brieven I Wat : moet ik daar mee doen? Denk om de ruimte! Ja, hoor eens, daar kan ik niets aan doen. pat moet maar eens vandaag. Twee er van zijn maar kort en de derde is eigenlijk van te intiemen aard en meer voor mij persoonlijk. Nu dan, luister: „Giessendam, 5 Januari 1919.
Onbekende vriend Fliehe, Al ga ik niet meer met busje 132 door de gemeente, wat ik voor mgn gezondheid moest laten, toch willen wy u toonen, dat wij nog wel iets voor het Leerstoelfonds willen doen, want wij lezen trouw elke week wat u in „Financiën" schryft. Nu zei ik laatst tegen mijn broertjes: ik heb gedacht om drie maanden lang alles wat in onzen spaarpot komt te bestemmen voor den spaarpot van den penningmeester. Meer kan niet, want mijn vader is maar een gewoon werkman, die voor zeven personen het brood moet verdienen. Dus het gaat er zuinigjes naar toe, dat behoef ik u niet te zeggen. Hier hebt u dan nu, penningmeester, f2, opgespaard door mg en mijn twee jongere broertjes en f 1 doen mijn ouders erbij uit dankbaarheid dat ds. Prins uit Kamperveen het beroep heeft aangenomen. Nu, penningmeester, Gods besten zegen in het pas begonnen jaar en de groete van ons allemaal. Huibertje S."
Dank je wel, Huibertje, en ik wensch u toe, dat uw spaarpot de overige negen maanden nog veel meer zal opbrengen. No. 2. „Schoonhoven, 8 Jan. 1919. Geachte penningmeester.
Met dezen hebben wg de pen opgenomen aangaande deze gave. Wij hadden namelgk ons voorgenomen om, als ds. Lokhorst het beroep naar Schoonhoven had aangenomen, u een gift als dankoffer te zenden. Maar dat heeft niet zoo . mogen zijn. Wij zijn teleurgesteld in onze verwachting. Maar nu waren wij besloten het u dan maar als Nieuwjaarsgift te zenden, hopende dat het u welkom zal wezen, en dat het nog moge dienen tot verbreiding van de Waarheid in onze Hervormde Kerk, Hierbij zenden wij u dus f 10, te verdeelen zooals u het goed vindt. Na groete, L. en M. R, " No. 3 was van een vriend uit
Velp. Zeker van Dirk, zult ge zeggen. Neen, zoo heet hij niet. Waar die zit, weet ik niet. Daar hoor ik tegenwoordig niets meer van. Neen, deze woont aan den IJsel en heeft anders nooit tijd om brieven te schrijven. Maar nu zit hij rondom in het water. Het klotst tegen zijn huis aan en hg kan niet veel uitvoeren. Hg zond mij een heel aardigen brief, waar ik zeer big mee was en niet minder met de f5, die hg er ingesloten had, voor ieder van onze pleegkinderen de helft, schreef hij, voor genoten weldaden, kennelijk van den Heere ontvangen.
En nu zullen de dikke letters voor den dag moeten komen, want uit Bodegraven ontving ik door middel van den heer H. Turkenburg een post wissel van
HONDERD TWAALF GULDEN en 70 ets, zijnde de opbrengst van de collecte gehouden bg een spreekbeurt door ds. W. Bieshaar van Utrecht.
Prachtig! Ja, het is nu de tijd voor mij om te oogsten, en tot nog toe gaat; het niet slecht. Zoo kwam er ook uit
Ridderkerk een postwissel, afgezonden i door den heer H. C. Kranendonk, ouderling der Ned. Herv. Kerk, groot f 30, ! waarvan f 15 voor den Geref Bond enj f 15 voor het Studiefonds, zgnde een gedeelte van verschillende collecten gehouden voor In-en Uitwendige Zending.
W f5 van iemand, die met zijn gezin van de Spaansche griep genadiglijk is hersteld. Misschien denken enkele lezers wel als ze dit lezen: Ik heb er rmt om gedacht, maar het is beter laat dan nooii; ik kan het nog doen.
Hoornaar door D. J. v. Dijk f 1, 25, als gevonden in de bus van de Jongel. Vereen, aldaar.
Kamerik door ds. P. Bongers f 28, 75 zijnde de opbrengst van de Kerstcollecte voor het Studiefonds.
Kampen van Joh. Prins, penningm. van de Vereeniging „Uw Woord is de Waarheid", de opbrengst van busje 125 van November en December, zijnde f 18, 60 en f 3 van het innen der kwitanties van de abomié's, tezamen f21, 60.
Colijnsplaat van L. v. G. f 10, en wel f 5 voor Leerstoel-en Studiefonds en f 5 voor den Geref. Zendingsbond. Doom van mej. J. v. d. Pol, uitbnsje No. 18 f 5.
Delft van den heer A. van Herwijnen, penningmeester der afdeeling, f 8, 10 van het innen der kwitanties, f 2, 50 gecollecteerd door de br. Diakenen, f 1, 60 overbetaald door de leden, f 16, 07Y2 collecte Studiefonds bij de spreekbeurt door ds. Lokhorst, f 5 voor de Bondskas, tezamen f 33, 27^/2.
Bodegraven. Een nagift van f 1, behoorende bg bovenstaande collecte. Wezep van ds. D. Boonstra, f 10 uit de catechisatiebus, f 2, 50 gevonden in de collecte als dankoffer omdat ds. B. voor het beroep bedankt heeft en f 1 van N. N. Droppeltj es hollen een steen uit en zg vullen een emmer, moet je maar jdenken! Tezamen f 13, 50,
Harderwijk van R. Migchelsen f 9, zijnde de inhoud van busje No. 163. Ziezoo, ik kan dankbaar en tevreden wezen en dat ben ik ook, want het is weer bg elkander f 279> 075. Moge de Heere over deze gaven en de gevers Zijn zegen gebieden.
J. C. FLIEHE, Penningmeester. Arnhem, intern-telef. 2379
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's