Uit de Pers.
Is de Herv. Kerk een schijnkerk?
In „de Heraut" schrijft Prof. dr, H. H. Kuyper een artikelenreeks ter beantwoording van bovenstaande vraag, welke vraag gesteld is tegenover het beweren van Prof. Fabius in zgn brochure „KerkeIijk leven."
Om iets te weten van 't geen Prof. H. H. Kuyper in deze van meening is, laten we voor de lezers van ons blad een stuk van het 8e artikel hieronder volgen.
Na betoogd te hebben, dat art. 27 van onze Ned. Gel.-bel. de Kerk omschrijft als „de vergadering der ware Christ, geloovigen, die al hun zaligheid verwachten van Christus Jezus, gewasschen zijnde in Zgn bloed en geheiligd en verzegeld zgnde door den Heiligen Geest"; en na gezegd te hebben dat een Kerk er alleen dan is, wanneer deze geloovigen samenkomen, opdat 'het Woord en de Sacramenten bediend worden — geeft dr, Kuyper dan verder deze beschouwing:
„Ook deze vorm nu is niet toevallig door Christus gekozen, maar hangt ten nauwste met het wezen der Kerk zelf saam. De Heilige Geest werkt toch het geloof, zooals onze Catechismus zegt, door de verkondiging van het Woord en versterkt het door het gebruik der Sacramenten. Waar de verkondiging van het Woord en het gebruik der Sacramenten ophoudt, houdt ook de werking des Heiligen Geestes op, kan er derhalve van geen geloof in Christus meer sprake wezen, en waar geen geloof in Christus is, daar is ook geen Kerk van Christus meer. Het geloof is uit het gehoor, zegt de Apostel, en het gehoor is uit het gepredikte Woord Gods.
Vandaar dat de Protestantsche Kerken reeds in de Augsburgsche confessie op deze beiden: de bediening des Woords en de bediening der Sacramenten, als de kenmerken, waaraan de Kerk moet getoetst worden, gewezen hebben en deze kenmerken in alle Protestantsche helgdenissen zijn overgenomen, gelijk ook geschied is in Art. 29 onzer Confessie. Overal waar het Woord Gods nog 'gepredikt en de Sacramenten nog bediend worden, hebben we met een Kerk van Christus te doen. ZuiVer is die Kerk, wanneer zg de reine, d.w.z. de onvermengde, predikatie des Evangelies brengt en de reine bediening der Sacramenten gebruikt, gelgk Christus deze heeft ingesteld. Naarmate deze prediking van het Evangelie en die bediening der Sacramenten in zuiverheid afneemt, daardoor verkeerde elementen in de prediking insluipen en de Sacramenten niet meer heilig worden gehouden door de oefening der tucht, wordt zulk een Kerk almeer gedeformeerd. Gaat die deformatie zoover, dat de Kerk boven Gods Woord mehschelgke inzettingen gaat stellen en bij de sacramenten, door Christus verordend, haar eigen gemaakte sacramenten gaat voegen, dan loopt zulk een Kerk gevaar een valsche Kerk te worden. Maar wanneer in zulk een Kerk van een bediening van het Woord Gods gansche-Igk geen sprake meer is en ook het gebruik der door Christus verordende sacramenten geheel heeft opgehouden, dan is er geen Kerk meer, dan heeft zulk een Kerk opgehouden een Kerk te zijn, dan is zij een schijnkerk geworden.
Zoo is dus uit de wezensbepaling der Kerk van zelf gevonden wat de kenmerken zijn, waaraan de schijnkerk is te herkennen. In dien zin verklaart dan ook de Confessie der Fransche Kerken in Art. 28 dat „waar het Woord van God niet meer wordt aangenomen en men in geen enkel opzicht meer zich aan dit Woord Gods onderwerpt en waar er geen gebruik meer is van de Sacramenten, we daar niet anders kunnen oordeelen, dan dat er om in eigenlijken zin te spreken, geen Kerk meer is." Of wil men het beeld van zulk een schijn.kerk nog vollediger geteekend hebben, dan hoore men wat dr. A. Kuyper in zijn tractaat dèr Reformatie, blz. 112, als haar signalement teekent. Zulk een schijnkerk wordt daar gevonden, zegt hij, „waar geen enkel persoon meer is, die belgdt, geen kerkelijke" bediening meer is, die de genademiddelen (d,w.z. Woord en Sacrament) brengt; en waar elken morgen de zon opgaat en eiken avond de zon ondergaat, zonder dat een enkele knie gebogen wordt of een enkele tong Hem belgdt."
Men zal thans verstaan, waarom we meenden er tegen te moeten opkomen, toen Prof. Fabius de Hervormde Kerk èn als geheel èn wat haar plaatselijke af deelingen betreft, voor eenschgnkerk verklaarde. Al zijn er in de Hervormde Kerk plaatselijke afdeelingen, waarvan dit droeve beeld helaas maar al te juist de trekken der verwording weeigeeft, toch kan dit zeker niet van alle plaatselgke gemeenten in deze Kerk gezegd worden. Er zijn in de Hervormde Kerk God zij dank nóg tal van gemeenten, waar ware Christgeloovigen gevonden worden, die den naam van Christus belgden; nog tal van predikanten, die het Woord Gods prediken en de Sacramenten van Doop en Avondmaal naar de inzetting - van Christus bedienen; en dat de Heilige Geest in deze Kerk nog altoos zijn werking niet heeft teruggetrokken, maar voortgaat met door de prediking van het Evangelie ssielen ten leven te wekken, moet door ieder worden toegestemd. Zulk een Kerk kan daarom ook geen schgnkerk worden genoemd."
De Hervormde Kerk is dus geen schijnkerk; ook is zij, volgens dr.Kuyper, geen valsche Kerk — hoewel ds. Doekes in „de Wachter" dat telkens weer met dezelfde opgewektheid blgft betoogenen verdedigen. Wat de Herv. Kerk nu echter wél is, zouden we van , de Heraut" bg gelegenheid ook nog wel eens willen vernemen.
Bg den gewonen man, uit het midden van „de Geref. Kerken" heet \ij de valsche Kerk. Bij den geleerde als Prof. Fabius een schgnkerk. Ds. Doekes valt de eerste beschouwing bg. Dr. Kuyper stemt met geen van beide in. Maar wat is zij-nu wél ?
Wij zeggen doorgaans, dat zij is de Gereformeerde Kerk in deformatie, tot welker reformatie moet worden gedaan wat mogelgk is, naar de beginselen.van het Gereformeerd Protestantisme. Van welke Kerk nden zich niet heeft af te scheiden en van welker reformatie mee de teekomst van ons volk en vaderlïind afhangt.
Vooral in dagen als we nu beleven, voelen we weer zoo bizonder, dat ons volk zoo véél mist, waar de Gereformeerde, Kerk in deformatie is en degenen, die de waarheid" liefhebben, hopeloos verdeeld zgn — iets, wat schadelijk werkt op elk terrein des levens en zonde voor God is.: .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's