Stichtelijke overdenking.
Daarom bracht de Heere over hem de krijgtoversten, die de koning van Assyrie had, welke | Manasse gevangen namen onder de doornen en zij bonden hem met twee koperen ketenen en voerden hem naar Babel. 2 Kron. 33:11.
Daarom.
De Heere sprak, doch daar was geen opmerken. Daarom bracht de Heere over hem de krijgsoversten.
Hier wordt dus eene reden aangegeven waaruit een gevolg zich laat afleiden.
We zouden deze gedachte aldus kunnen formuleeren : de Heere brengt in den nood, opdat het aangezicht zich keere. Hier ligt nu de waarheid van het niet-willen laten verloren gaan van Gods zijde zoo beerlek open.
Manasse zou niet gevraagd hebben naar den Heere. Klaar en duidelijk had hg een verbond gesloten met de machten des verderfs. De vingertoppen had hg in de ooren gestopt. Wie kreeg ze er uit ? Alleen de Almachtige.
Daartoe worden nu de vijanden van het volk gebruikt. De Heere brengt over hen?
Hier is dus geen misgrijpen mogelgk. Hg, de zoon van Hiskia, wordt in den druk geleid, waaruit de Heere dezen had weten te verlossen. Hiskia was bevrgd uit de handen der Assyriërs, die nu worden opgeroepen.
De eene stad voor, de andere stad na, valt in hunne handen; straks is Jeruzalem aan de beurt. Dan loopt zgn leven gevaar. Vandaar zgn overhaaste vlucht. Hg verbergt zich onder de doornen, doch zonder baat. Hg wordt gevang«n genomen en met ketenen beladen naar Babel gevoerd. Twee koperen ketenen, zoo lezen wij.
Het eerste deel van zgn levensweg wordt afgesloten. Zoo eindigt in zeer smadelijk donker het koningschap van Manasse.
Naar Babel, zoo klinkt hei hem in de ooren. In den kerker, overgeleverd in de handen der vganden. Geen uitzicht op bevrgding.
Wie is hier bij machte een lichtstraal te ontdekken ? Ikl zoo roept ge 't me tegen.
Dat was de weg waarin de Heere hem ïou toonen geen lust te hebben in zijn dood, maar hem te willen leiden op de wegen des rechts.
Stel het u voor: Manasse keert uit den krgg als overwinnaar weder, hg drgft de gevangen generaals voor zich uit, hg bindt hen in ketenen. Jeruzalems paleis ziet hem weder als gevierd man. Wat was dan de uitkomst geworden ? Dan was hij een verloren iemand.
Maar nu keert de Heere het om. Hg legt hem vast aan onverbrekelijke koorden. Hij mag rukken, zoo hard en zoo nijdig als hij wil, hij zal het moeten opgeven.
Valt van uit dit punt nu ook niet een wondervol schijnsel op onze wegen? Algemee^ is een aanklacht gevormd uit de wereldramp tegen een hoogere leiding. Dat kon niet waar zgn: in zoo iets vreeselijks kon Gods hand niet verscholen zijn. Geliefden, ge leest hier: daarom.
Wat naar menschelgke gedachtelijn een gewone oorzaak vindt in de onderlinge botsingen, daarin is Gods hand toch wel.
Manasse moest worden gevangen genomen. Die koperen ketenen bleken de onverbrekelijke koorden te zijn, waaraan de Heere hem wilde vastleggen. O, die koperen ketenen bleken naderhand zulk een soete melodie te hebben gevormd; zij werden met zoo'n teeder omkleedsel belegd. Dit waren de koorden des be houds.
Zou er tot de vorsten en volkeren ook niet een krachtige prediking worden uitgedragen in den krijg, thans gestreden ?
Daarom bracht de Heere over hen de krijgsoversten.
Is het niet, alsof ge beluistert: Keert u tot Mij, gij af keerige kinderen, en Ik zal u genezen.
Is er geen luide prediking, welke doortrilt ook tot binnen onze landpalen ?
Moet het eerst zoover komen, dat door vreemden voet onze landouwen worden vertreden of dat onze vrijheid wordt gekortwiekt? en onze grenspalen verzet binnen engere perken ?
In den druk zijn des Heeren voetstappen het allerdichtst bij. Hg gaat thans rakelings achter ons heen.
Dat wg het nu mogen merken! Hiskia's God werpt den machtigsten vijand uit. Hiskia's God redt ons uit den meest dringenden nood. Hiskia's God behoudt zielen van het verderf.
Voor Hem moet de knie gebogen. Voor Hem moet de schuld beleden. Tot Hem geroepen om uitkomst. Tot Hem teruggekeerd,
We willen vanaf het geheel het oog eens vestigen naderbij. Zgn er ook in ons midden, die, gelijk een Manasse, uit een andere omgeving zijn gesproten, dan waarin zij thans zijn ingelgfd?
Zij hebben gebroken mot den dienst der vaderen, opzettelijk zich verwgderende steeds meer van de wegen en paden, hun in de jeugdjaren voorgesteld. Hoe ver zult gij het brengen? Tot beneden het punt, waar de heidenen zijn uitgekomen? Waarlijk, ge zult niet de eenige zijn. Ge moet niet meenen, dat u gezelschap ontbreken zal. De dichter van Ps. 3 zingt het dan ook:
Hoe vreeslgk groeit, o God, Het saamgezworen rot Dergenen, die mg drukken!
Op den broeden weg zgn er tal van wandelaars meer dan die op den nauwen weg zich voortbewegen. Maar, wat zal het u nu baten, als ge in de eeuwigheid u in gezelschap zult bevinden van wie in eeuwige zelfaanklacht zich zullen verteren? 't Is nu nog de tgd, orn op te merken, om de knie. te buigen, om den rug te wenden.
De sprake des Almachtigen heeft u al lang zoeken te achterhalen. Tot nu toe gold 't ook voor u: de Heere sprak wél tot Manasse en tot zijn volk, maar zij merkten daar niet op.
De sprake des Lankmoedigen heeft u al lang zoeken te verteederen. En — daar gij niet wildet hooren, is er naast de prediking komen te staan de man met zijn zwaard; de bedreigingen van 't oproer zijn een bevestiging, een bekrachtiging van Gods Woord: Wanneer gij blijft wgkende van mijne wegen, zoo loopt het met u af. O, de Heere waakt er met zulk een groote nauwheid over, dat Hem nooit van iemand eenige aanklacht kan treffen, In elke bijzondere roepstem hoort ge de liefdelokking des Heeren. Misschien heeft de Liefdevolle op een pijnlgke wij ge u wel bij den arm gevat, door u te treffen in uw persoonlijke vrijheid.
Waarlijk, ge zoudt u van een rijken oogst verzekerd kunnen houden, als ge eens een onderzoek woudt instellen in de plaatsen, waar een Manasse werd bekeerd.
Hoeveel schipbreukelingen onzer maatschappg, die voorheen een uitnemende positie bekleedden, doch die niet opmerken wilden, werden onder de doornen doör den Heére' gegrepen, In 'boeien geslagen werden hun de zielebanden ontknoopt. Ja, nu leerden ze 't zien en opmerken: God neemt om te geven. Hij vraagt om te bieden, Hij legt banden aan, om ketenen te doen afvallen.
Wat voor wonderen de eeuwigheid zal openbaren, wg weten het niet; alleen de vraag mag niet achterwege gelaten: heb ik des Heeren stem al gehoord, ben ik al tot de erkentenis gekomen: Hij is de God migns levens?
Daar zijn er in ons midden ongetwijfeld, op wier schouder de hand des Ontfermers heeft gerust. Hij heeft hen op den weg laten vastgrijpen. Zij hebben de doornen gevoeld, zij zochten God te ontvluchten, ze wilden niet gevangen genomeü worden.
O vlucht niet verder! De zouden u te meer verwonden. Laat u maar leiden. doornen
Hoe zwaar de ketenen u ook schijnen te wegen, begeer ze niet meer kwijt te raken. De ketenen, waarmede de Heere bindt, blijken van achteren koorden der liefde, terwijl de koorden, waarin Satan vastklinkt, ketenen zullen blijken van eeuwige slavernij,
Welgelukzalig, die hier zgn God mag ontmoeten om hem zijn voet vast te zetten in den - druk. 't Moge voor hel vleesch hard schijnen, voor het zijn op deze wereld donker, het eindpunt zal lichtend zijn.
Ja, reeds nu glijdt over de doornige plaatsen het hemelsch schijnsel des behouds.
Alle kastgding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn, doch daarna. Daarna, vestigt daarop uw hope. En zingt het den dichter na:
Ja, ik weet, dat 's Heeren slagen Hoe ook dikwerf zwaar te dragen, Hoe vaak 't harte krimpt van pgn Teeknen van Zijn liefde zgn. Ja, teedere Liefde, zondaars Liefde, eeuwige Liefde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's