Uit het kerkelijk leven.
De kerkelijke partijen en de oplossing van het kerkelijk vraagstuk.
Door het partgweten wordt oude Herv. Kerk verteerd. Daarom moaten de dingen weer kerkelijk behandeld kunnen worden. Er moet echt kerkelijk leven komen. En ieder die het wel meent met onze Kerk moet daarvoor leeren ijveren. Het zal heel ons volk ten goede komen, als de Kerk van Christus zich weer mocht gaan openbaren naar haar aard.
Maar hoe komen we van dat ellendige partg wezen af?
We zullen daarbg eeneragds de dingen bg den naam moeten noemen en anderzgds elkander zooveel mogelgk mp^eten waardeeren, om, waar geen overeenstemming is, dit ook te constateeren, en waar samenspreken mogelgk is dit ook te beproeven. Zoo kunnen we tot de meest eerlijke verhoudingen k»men binnen de grenaen onzer Kerk, om dan te trachten die Kerk, welke jammerlijk in deformatie, in verval is, op haar aloude grondslagen te herstellen opdat zij, als draagster van het eeuwige Woord, ook ons tegenwoordig geslacht mag gaan dienen als trouwe getuige van Christus, Nu Iijdt het voor ons geen twijfel, dat bij de reformatie der Herv. Kerk gehandeld moet worden naar de echte beginselen van het Gereformeerd Protestantisme, nader uiteengejet in onze gereformeerde, kerkelijke belijdenisschriften.
We zijn dus voor reorganisatie. Natuurlgk! Meer dan 100 jaar nu is daar in , onze kringen over gesproken. Die ongelukkige organisatie, waaronder we nu leven, moet weg, daar zij nïet overeenstemt met den aard en het wezen en het karakter van onze Herv. Kerk, in strijd zijnde met de beginselen der Kerkregeering, - in de Schrift ons geopenbaard en in onze belijdenis nader omschreven.
Men moet dus niet ietwat verwonderd vragen: zijt gij, Bondsmannen, dus óok Voor reorganisatie. Want van den eersten dag afaan dat onze Geref. Bond optrad hebben we, met Groen van Prinsterer instemmend, tegen de huidige bestaursinrichting onzer Kerk geprotesteerd en gezegd, dat het tot een nieuwe, andere, betere inrichting van onskerkeliijkleven moet komen.
Maar we spreken nooit van reorganisatie zónder meer. Juist omdat het on« niet onverschillig is, wat men met reorganisatie bedoelt en welken vorm van kerkelijk leven men op 't oog heeft. Verandering moet er komen. Maar welke?
En juist omdat we in de lijn van onze gereformeerde beginselen moeten en willen blijven, spreken we liever over reformatie dan over reorganisatie.Immers het huis mogt weer , in 'stijl gerestaureerd. Niet maar alleen gerestaureerd; maar bepaald , in stgl". gerestaureerd. Daarvoor hebben we de gegevens; de oude teekening, het oude bestek. En daarvan laten we niet af. Onze aloude — helaas, gedeformeerde—Gereformeerde Kerk, moet in de Gereformeerde Kerk weer openbaar worden. Anders is ons de verandering niet welkom. Natuurlgk niet. Want juist van het beginsel hangt hier alles af.
Daarom moeten de onderscheidene partijen ook nu aan dat inzicht worden getoetst. Naar uitwijzen van Gods Woord en naar de beginselen in onze belgdenis-Bchriften neergelegd. Dear moet het vereenigingspunt worden gezocht en dear moeten we öf uit elkaar öf tot overeenstemming komen. Hier moeten we 6t zeggen: we hooren niet bg elkander, óf: we mogen elkander niet langer verbijten en vereten; in 't laatste geval samenwerkend, om, met troffel en zwaard, de vervallene muren van Gods huia weer te herstellen en op te richten. Hierbg is noodig, dat de onderscheidene partijen elkander leeren kennen. We moeten weten, wat we aan elkaar hebben en wel naar uitwijzen van Schrift en belgdenis.
Welke partgen of er dan al zoo zijn? En hoe die verschillende partgen dan tegenover elkaar staan in deze ? We willen hier een oogenblik het woord geven aan ds. Knap van Groningen, die in Oude Paden op een vraag hem gesteld een antwoord neerschrgft. De vraag luidde aldus: wat is het verschil tusschen gereformeerd, orthodox, confessioneel, ethisch-irenisch enz. enz.? Ds. Knap antwoordt dan:
„Natuurlgk gaat het niet aan dit even in enkele woorden te zeggen. Wg moeten te dezer plaatse met eenige algemeenheden volstaan. En dan dunkt ons, dat orthodox of rechtzinnig een verzamelnaam is, waarop allen aanspraak maken, die niet al te zeer van de Schriftleer afwijken en Christus als hun Verlosser erkennen. Hoe men de verlossing opvat, blgft dan in 't midden gelaten. De echte orthodoxie stelt natuurlgk het kruis in 't centrum en houdt vast aan het plaatabekleedend, verzoenend lijden en sterven. Er zijn er echter ook velen, die in ctegen zin van de verzoening weinig of niet willen weten en zich toch orthodox noemen. De Gereformeerden honden vaat aan de leer der Heilige Schrift, die hun in zeer bizonderen zin Gods Woord is. Elk leerstuk, dat zg aanhangen, is uit Gods Woord geput effooor Gods Woord waar te maken. Al het gepraat, dat zg de belgdenisschriften bg Gods Woord bij nemen en aan den Bijbel niet genoeg hebben, is dan ook eenvoudig onwaar. Zij willen juist, dat de belgdenis aan de Schrift getoetst worde. Hun verkleefdheid aan het Woord leidt er hen eveneens toe kerkelijke beginselen voor te staan, die in de Schrift zijn neergelegd en waarmede de huidige organisatie der Ned. Herv. Kerk in openbaren strgdia. Op dit punt denken zij gelijk de confessioneelen. Alleen maar, deie laataten hangen aan het denkbeeld eener volhkerk.
Niet in den zin, dat in de Kerk moet nagisten al wat onder het volk aan religieuse overtuiging gangbaar is. Maar in den zin van een belijdende Volkskerk. 't Spreekt vanzelf, dat deze groep op dit standpunt niet met vollen ernst kan opkomen voor de bestaande belgdeniaschriften, ook al breidde men ze uit met eenige artikelen over de tegenwoordige vraagstukken, die aan de orde zgn. De bestaande belijdenisschriften zijn toch in veler oog te streng. Met name vele ethischen zouden er zich niet in kunnen vinden. De confessioneelen wenschen de ethischen van den rechtervleugel echter niette laten glippen. En zoo zouden zij er toe moeten komen de bestaande belgdenisschriften in ethischen zin te herzien, om beide groepen te bevredigen.
Veel wordt over dit teere punt onder de confessioneelen niet gesproken. Men richt zgn aandacht veel meer op het reorganisatie-vraagstuk. Maar dit ia moeilijk op te lossen, naar onze meening, indien men niet eerst ten volle over het belijdenis-vraagstuk in 't reine is."
Die laatste zinnen zouden we willen cursiveeren en door onderstreeping onder de bizondere aandacht der confessioneele broeders brengen. Want of hier misschien een antwoord gegeven wordt op de vraag onlangs door ds. Lingbeek in de Vragenrubriek van de „Geref. Kerk" gedaan n.L: laat ds. Knap maar eens zeggen waarom hij zich niet bg de confessioneelen aansluit" 'of niet, in elk geval is deze opmerking van onzen Groningschen collega zeer ter zake, gelijk men weet, dat ook wg meer dan eens ongeveer hetzelfde hebben gezegd.
Ook hier — bij dit , teere punt" — moeten we de dingen eerlgk en ernstig onder de oogen zien en ten opzichte van , de volkskerk" en de beli/denifvan de volkskerk, alsook van de belijdenia als accoord van gemeenschap bg samenspreking over veranderingen in ona kerkelgk leven, meer helderheid en zekerheid ontvangen.
Want nog eene, verandering ten opzichte van oni kerkelgk leven moet er komen, omdat nu zooveel in strijd is met Gods Woord en de beginselen van het Gereformeerd Protestantisme, waarbij •we gaarne samenwerking zoeken met allen, die óok naar verandering staan, maar daarbij moet duidelijk ons voor oogen staan wat men op 't oog heeft bij die veranderingen en of men staat op den bodem van Schrift en belgdenis!
Vooral de vraag: hoe staan de ethischen — met name de rechts-ethischen „die de confessioneelen niet gaarne laten glippen, " zooals ds. Knap zegt, — teg'enovér de belijdenis, is ernstig. Zij moeten zich uitspreken, wat zg denken aangaande de Heilige Schrift, aangaande de formulieren van eenigheid wat de beginselen, daarin uiteengezet, betreft, alsook wat aangaat de verhouding.van de H. Schrift en de belijdenis. En ja, als zij daarin voelen wat de nu sinds een wen gangbare idee der gereformeerden is, welke idee door duizenden en duizenden wordt voorgestaan in en buiten de Herv, Kerk, dan kunnen we met elkander praten. Jïaar als men daar leeft uit en blijft vasthouden aan voor de Gereformeerden onaannemelijke grondbeginselen, dan valt er natuurlijk weinig op te hopen, dat we een gemeenschappelijk uitgangspunt en een zelfde ideaal verkrggen..
In verband daarmee is ook belangrijk wat ds. Knap verder van de ethischen schrigft:
„Wat eindelijk de ethischen betreft, deze gaan uit van de gedachte, dat de Heere geen leer, doch in Christus het leven geopenbaard heeft. Vandaar dat zq weinig sympathiek tegenover de leer staan en vooral prediken tegen een stelsel, waardoor, volgens velen hunner, de gereformeerden den persoon van Christus verdringen.
Nu is het volkomen juist, dat in Christus het leven geopenbaard is (zie 1 Joh. 1:2), maar de ethischen vergissen zich deerlijk, indien zij daarin de volle Godsopenbaring doen opgaan. Dat God hemel en aarde geschapen heeft is dan toch een gewichtige waarheid, die de gemeente in de wereld moet uitdragen en persoonlijk belijden tegenover de theorieën der wgsgeeren omtrent de wording aller dingen — en wie kan loochenen dat dit een leer-mededeeling des Heeren is? Eveneens de hope van de opstanding des vleesches, de verwachting van Christus' wederkomst, het laatste oordeel, altegader waarheden die "wg gelooven, niet omdat wij ze in de korte spanne tijds onzes aanzgns op ia'dtde bele'^n en ervaren, maar omdat zg ons in ae Schrift geopenbaard zijn.
Al deze leer-mededeelingen Gods oefenen natuurlijk wel invloed op het leven der Christenen uit. Maar 't zgn niettemin leerstellingen, die ons van God in het Woord geopenbaard zijn en daarom door ons als waarheid aanvaard worden. Alleen dit geven wq zonder aarzelen toe: al die leer-openbaringen voeren eerst heerschappg over onze consciëntie, wanneer wij het leven in de gemeenschap van Christus door het geloof deelachtig zijn. Anders krijgen wig eene doode orthodoxie, die geen nuttigheid doet."
. Hier zullen de Ethischen — maar de een is hier wel wat verschillend van den ander — de Gereformeerden beter moeten gaan verstaan. En ze zullen moeten gaan erkennen, dat die drie Formulieren van Eenigheid, als men ze gelezen en bestudeerd heeft, nog zoo dwaas niet zijn. Waarom is men tegen dit geraamte, waaromheen het vleesch gegroeid is, zoo heftig gekant? Heeft men nog niet leeren inzien, dat zonder dit geraamte alles wordt tot een slappe, krachtelooze vleeschmassa?
We gelooven, dat vele Ethischen onze belgdenis niet hebben gelezen en dat zij in deze redeneeren op een wijze, welke duidelijk maakt, dat men noch de Gereformeerden noch hun belqdenisschriften kent en begrgpt.
Intusschen mogen en willen wij van onze historisch geworden en wel gefundeerde belgdenis niet aflaten.
Daar moet zijn hét vereenigings-en het uitgangspunt bij alle actie voor Kerkhérstel, waarbg we overigens gaarne aan ieder in onze Kerk, naar behooren, recht willen laten wedervaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's