De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit den Schoolstrijd.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit den Schoolstrijd.

7 minuten leestijd

VII. 

Zagen we een vorige maal, dat ons christenvolk Bilderdgk in zijn strgd tegen „den geest der eeuw" alleen liet staan, als een schildwacht op zgn eenzamen post, zijn leerlingen hebben zgn werk voortgezet ^en op Gods tijd kwam er opwaking. 

De Geest des Heeren ademde over de dorre doodsbeenderen en toen kwam de herleving. Er stonden mannen op, meest uit den aanzienlijken stand, die krachtig getuigden voor de eere van Christus, hun Koning; mannen, die stonden in het geloof en die, getuigende tegen den afval, tegen den geest der eeuw, hunne armen wijd uitbreidden, of het hun gelukken mocht, ook anderen te brengen aan den voet van het Kruis. Deze geestelijke opwekking in de eerste helft der 19de eeuw is bekend onder den naam van „het Réveil, " 

In Engeland begonnen, zette deze beweging zich voort in Zwitserland, Frankrijk en andere landen. De mannen van het Réveil in Zwitserland vooral oefenden door hun geschriften en door persoonlijken omgang een grooten invloed uit op hun geestverwanten in ons land. Zoo was Merle d'Aubigné, die van 1823 tot 1830 predikant en hofprediker was te Brussel, het middel in Gods hand, om Groen van Prinsterer en diens echtgenoote tot de volle kennis der waarheid te brengen. 

Was Bilderdgk de voorlooper, de gees­telijke vader van het Réveil in Nederland, Da Costa wordt de „Heros van het Réveil" genoemd. 

De voorouders van Izaak da Costa leefden jarenlang in Portugal. Hevige vervolgingen tegen de Joden waren oorzaak, dat sommigen hunner, om de hitte der verdrukking te ontgaan, overgingen tot de Roomsch Katholieke Kerk. Tgdens een nieuwe vervolging ontvluchtten zij het land hunner geboorte. Uriel da Costa, die een kerkelijke betrekking bekleedde, begon te twgfelen aan de waarheid van het Christendom, dat hg slechts uit de leeringen der Roomsche Kerk had leeren kennen. Naar Amsterdam gekomen, werd hg daar lid van de Synagoge. Van Jozef da Costa, een jongere zoon van deze linie, stamt de familie van Izaak da Costa* af. Deze werd op 14 Jan. 1798 te Amsterdam geboren. Zgn ouders waren Daniël da Costa en Rebekka Ricardo. Zonder veel vreugde vlogen Da Costa's jongensjaren voorbg. Door de teruggetrokkenheid zgns vaders had de familie weinig conversatie; zelfs de omgang met Abraham Capadose, Da Costa's neef, was niet vrij van bitterheid en ijverzucht. 

„Tusschen beide families bestond een veete, zooals die slechts tusschen bloed verwanten kan bestaan." Met geheel eenige gaven des geesles toegerust, was Da Costa op school steeds de eerste zijner klasse en deed hg reeds op 13-jarige leeftijd promotie aan het gymnasium te Amsterdam met een Latgnsche verhandeling over de werken van Hercules Zgn ouders waren trotsch op hun veel belovenden zoon; zijn kameraden bengdden hem, doch Da Costa zelf liet dit alles onbevredigd: hg zocht reeds toen wat buiten Christus niet te vinden is

In dien tgd had een voorval plaats dat Da Costa van toen en ook van later teekent. In de collegekamer van zijn leermeester prof. Van Lennep hing een geslachtsregister van den stam van Juda Op zekeren dag daarop turende riep hij uit: „Heere, wanneer zult Gij aan Israël het koninkrgk weder oprichten ? " 

In het jaar 1813 leerde Da Cost; Bilderdgk kennen, In zijn jeugd had hij „nooit anders dan in het Latijn poëzie geoefend", maar toen hg op 14-jariget leeftijd ook eens een Hollandsch vers had gemaakt. Lof der Dichtkunst, en dit hem met Bilderdgk in kennis bracht die, getroffen door de schoone taal, de jongeling aanmoedigde op den ingeslagen weg voort te gaan, „gaf hg van dit oogenblik af de Latijnsche Muse haat afscheid."

Da Costa heeft ons die kennismaking met Bilderdgk beschreven met een pen door dankbaarheid bestuurd, Terstont was de indruk, dien de Dichter op het maakte, onweerstaanbaar; en wij weten wat die kennismaking op hem heeft uitgewerkt. Hier was de leiding Gods Het beteekende voor Da Costa de eerste stap op den weg, om te worden de man dien hij naar den raad Gods zijn moest; „de Held, de Dichter en Zanger, er bovenal de prediker van het Réveil.' 

Reeds bg de tweede ontmoeting kwam Bilderdgk met zijn gansche hart Da Costa tegen. Hg zag hem aan met „vaderingewanden" en breidde zegenend" zgn handen over den vijftien jarige jongeling uit.

Ruim een jaar bleef deze Bilderdgk kweekeling, In 1816 vertrok hg naar Leiden om aan de hoogeschool zijn studien te voltooien. In 1818 promoveerdf hij in de rechten en vestigde zich het volgend jaar als advocaat te Amsterdam Als „een God getrouwe Jood" was hq. zonder het te weten, „Christen in verlangen." w

Hg maakte een moeilijk tijdperk van zijn leven, een tijdperk van groote zwaarmoedigheid door. In die dagen was hij| voornemens een werk te schrijven over de geschiedenis der Joden in Spanje Onder de bronnen, die hg raadpleegde  was een werk vam Heideck ; „Verdediging van den Christelijken godsdienst.'  De inhoud van dit boek maakte een diepen indruk op Da Costa, maar hij was te trotsch om zich voor den Gekruisigde te buigen. Toch sprak hg toen reeds zgn blijdschap er over uit, dal zijn voorvaderen, de Spaansche Joden van de kruisiging van den Heere Jezu|** geen deel hadden genomen.

Van Bilderdgk ontving hg op zgn geboortedag een gedicht, dat eindigde met de woorden

„Word Christen^ en, mijn zoon, Ik heb geen wenschen meer!" 

Da Costa liet dit vers ook aan zijn neef Capadose lezen, die toornig uitriep; „Pas op Men wil u verleiden" Vol  ijver doorzochten „de twee rabbijnen'',  zooals zij door hun familieleden genoemd werden, het Nieuwe Testament, met het doel dit te bestrijden. Doch inplaats van wapenen te vinden tegen het Ohristendom, werden zij meer en meer overtuigd dat Jezus is de Christus. Na veel ernstig onderzoek ging hun het licht op en gelijktijdig vonden zij Hem, Die de weg, de waarheid en het leven is.

Aan Willem de Clercq het eerste beleed Da Costa: „Uw Heiland is mijn Heiland! De Heiland uit mijn stam, uit mgn bloed, mgn Heiland, mijn God!'  Toen de Clercq hem schriftelijk vroeg of hg de heugelijke tgding ook aan zijin echtgenoote mocht meedeelen, gaf Da Costa hem aanstonds daartoe verlof met een briefje, dat aldus begon: „Deze twee zullen tot één vleesch zgn."

Capadose beleed zijne bekeering aan zgn familie; hg werd door allen verstooten en ondervond bittere vijandschap Da Costa kreeg ook zgn deel van die smaad, doch hem wachtte ook een blijde verrassing. Verloofd met een aanzienlijk Joodsch meisje, jonkvrouwe Hanna Belmonte, vraagt hij zich met een beklemd hart af, hoe zij zijn overgang tot hel Christendom zal opnemen. Wat 'n blijdschap smaakte Da Costa, toen hg van haar mocht vernemen, dat ook zg die onberouwelijke keuze had gedaan. In een Christelijk instituut opgevoed en: met den naam van den Heere Jezus bekend gemaakt, had zg denzelfden strijd doorgemaakt als haar verloofde en mocht zij thans eveneens tot de volle kennis der waarheid komen. 

Zijn ouders waren nog altijd onbekend met de verandering, die met hun zoon had plaatsgegrepen. De verhouding was uiterst pqnlgk. Nu eens onttrok hg zich [aan het verhullen der Joodsche ceremoniën, dan weer hield hij die. Nadat zgn vader in Februari 1822 was overleden, leerde zign moeder in Juni van datzelfde jaar zijn geheim kennen. Vergezeld van een Joodschen knaap was Da Costa op zekeren dag een huwelijksinzegening in een Protestantsche kerk gaan bijwonen. Onder den dienst had de knaap Christus bespot. Dit verscheurde Da Costa's ziel en vol verontwaardiging bestrafte hjj den jongen. Thuisgekomen deelde hg het voorval aan zijn moeder mede. Deze, zgn ontroering bemerkende, vroeg hèm : , Wat is er, Izaak? " „Hij is mijn Heiland!" antwoordde Da Costa. En den haat van haar geslacht tegen „den Gekruisigde" kennende, sprak de bezorgde moeder: „Arme jongen, wat zult ge veel moeten lijden!"

Da Costa zelf was voortaan een ander man. Hij was een goed krijgsknecht van Jezus Christus geworden, Hy had zgn levensdoel gevonden.

Treffend drukt hij dit uit in de bekende dichtregelen: Mijn Redder, mijn Goël, mijn Zondenvernieler, mijn Meester, mijn Heiland, mijn Heer en mijn God  mijn Onheil verwinner, mijn Levensbezieler! Gezegend, geheiligd, beslist is mqn lot ! Voor U wil ik strijden, voor U wil ik lijden, voor U wil ik de aarde doorgalmen van lof! Aan U wil ik adem en levenskracht wijden,  tot de Engel des levens mij slake uit dit stof.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit den Schoolstrijd.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's