Uit de Pers.
Is de Herv. Kerk een schijn-kerk ?
Er zijn menschen, die met onderscheidene dingen, ook als 't moeilijke dingen zijn, zóó klaar zijn. Ze maken van alles een dogma en er valt dan verder niet meer over te praten. Zulke menschen hebben we binnen en buiten onze Herv. Kerk. Natuurlgk komt het dan later vvel eene uit, dat het nog niet zoo onaantastbaar is wat men meende dat als een paal boven water vast stond. Er valt dan nog wel eens over te praten. En de conclusies — dikwijls nog al krasse ook — kan men dan «igenlgk wel opbergen. Daarom is soms een weinig minder stelligheid in beweren aanbevolen.
We denken hier aan die lange rig van menschen — uit de dagen der Afscheiding en uit den tgd der Doleantie bizohder — die zoo stellig wisten, dat de Herv. Kerk een valsche Kerk ia. En de gevolgtrekking was gcmakkelgk te maken: men moest de Herv. Kerk verlaten, hoe eer hoe liever. En men mocht van die Herv. Kerk nooit anders spreken dan van een valsche Kerk, om ook ieder aan te manen — 't ging om de eere Gods en der ziele zaligheid — de Herv. Kerk te verlaten.
Nu blijkt het, dat men zich toch wel een weinig vergaloppeerd heeft in deze en wel wat sterk heeft gesproken. 01 wat is er op dat aambeeld gehamerd en wat hebben onze Herv. menschen uit den treure moeten hooren!
Daarom verblijdt het ons, dat de Heraut andere taal nu spreekt (we tellen nu 1919). Uit een vervolgartikel nemen we weer — evenals enkele weken geleden — een stukske over. Men leze en oordeele dan zelf.
De Heraut schrijft dan:
„Maar hoe gemakkelijk het kerkelgk vraagstuk wezen zou, wanneer de Hervormde Kerk metterdaad een valsche Kerk was in dien zin, waarin onze Belijdenis dit opvat, toch gaat het niet aan, deze qualificatie zonder meer op haar als geheel toe te passen. Hoe pakkend zulk een leuze ook moge wezen en hoezeer zij in dagen van strgd dienst kan doen, wie in rustiger bezinning zich rekenschap geeft van wat onze Confessie bedoelde, zal terstond toestemmen, dat wat zij onder valsche Kerk verstaat, toch wat anders is dan het beeld, dat de Hervormde Kerk als geheel ons biedt. Neem, om dit scherp te voelen, als voorbeeld wat de Confessie zegt van de sacramentsbediening der valsche Kerk, nl. dat deze Kerk de sacramenten niet bedient, zooals Christus ze heeft ingesteld, maar daaraan toe of afdoet naar haar goeddunken. Van de Roomsche Kerk kan dit gezegd worden, want zij heeft het aantal sacramenten vermeerderd tot zeven; ze heeft de eigenlijke sacramenten, door Christus ingesteld, veranderd, met allerlei superstitieuse ceremoniën omgeven en van het Avondmaal een misoffer gemaakt. Maar de Hervormde Kerk heeft dit nooit gedaan. Zij heeft nooit een nieuw sacrament ingesteld, nooit superstitieuse ceremoniën bij Doop en Avondmaal ingevoerd, en ze heeft ook niet een sacrament, door Christus ingesteld, weggenomen. Officieel handhaaft ze nog altoos de door Christus ingestelde sacramenten; zelfs de liturgische formulieren, door onze Vaderen opgesteld, zijn nooit afgeschaft geworden; ieder predikant, die deze sacramenten naar de instelling van Christus bedient, heeft daartoe volkomen het recht en in tal van gemeenten geschiedt dit nog altoos. Dat verschillende predikanten in de Hervormde Kerk zich aan de instelling van Christus niet meer houden, zelfs de sacramenteele woorden bij Doop en Avondmaal opzettelijk veranderen en van geen sacrament meer weten willen, is volkomen juist; evenzeer, dat de Synode der Hervormde Kerk, al heeft zg zulk eigenmachtig doen nooit officieel goedgekeurd, toch wel oogluikend deze afwijking van Christus ordinantiën gedoogde; maar hoe ernstig deze zonde ook moge wezen, men kan daarom niet zeggen, dat de Hervormde Kerk als zoodanig de Sacramenten niet meer bedient naar de instelling van Christus Ware dit zoo; had de Hervormde Kerk bijv. gelast den doop te bedienen zonder daarbij den naam van God Drieëenig aan te roepen, of had zg het Avondmaal opgeheven; dan zou niet één geloovige meer in deze Kerk gebleven zijn. Zoo kan dit eene voorbeeld wel afdoende aantoonen, waarom het niet aangaat, de kenteeienen, die onze Confessie voorde valsche Kerk opgeeft, zonder meer op de Hervormde Kerk toe te passen. Dit is dan ook de oorzaak, waarom de ver maning tot de geloovigen in de Hervormde Kerk gericht om zich van deze „valsche Kerk" af te scheiden, zoo weinig indruk maakt op hun conscientie. Al zullen zg u volmondig toegeven, dat de Hervormde Kerk als geheel genomen menige deformatie aanwgst; dat er tal van misstanden en gebreken in deze Kerk gevonden worden, en dat een reformatie der Kerk daarom noodig is; ze weigeren toch te erkennen, dat daarom de Hervormde Kerk reeds een valeche Kerk is geworden en dat het hun plicht zou wezen, zich van deze Kerk af te scheiden.-In een valsche Kerk wordt geen zuivere prediking des Woords en geen bediening der Sacramenten naar Christus' instelling gevonden, en waar dit in de Hervormde Kerk op tal van plaatsen nog wel het geval is, kunnen zg daarom de Hervormde Kerk niet als een valsche Kerk beschouwen.
Ook waar we het standpunt dezer broeders niet deelen, eischt toch de billgkheid, dat we de gegrondheid van dit bezwaar, door hen iögebracht, erkennen. En we gelooven, dat ook onze Kerkelgke pers wel zal doen, met de Hervormde Kerk te bestempelen".
Wij meenen zelf ook wel eens in dezen toon te hebben geschreven I
We hopen, spreekt, onze kerkelijke pers Herv. Kerk als stempelen". dat, nu de Heraut zoo Geref, broeders in hun zullen ophouden „met de een valsche Kerk te bestempelen."
Dan kunnen oplossing van komen. we o.i, ook nader bij de het kerkelgk vraagstuk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's