Ingezonden.
Zitplaatsenverhuring.
Mijnheer de Redacteur!
Met belangstelling volgde ik de gedachtenwisseling omtrent de verhuring van zitplaatsen in de kerk. Dat dit vraagstuk aan de orde komt, is geen wonder. Waar op maatschappelgk gebied heel het leven staat in het teeken van den strijd tusschen kapitaal en arbeid, armen en rijken, is het volkomen begrgpelgk dat deze gedaehte wordt overgebracht ook op kerkelgk terrein en de vraag aan de orde wordt gesteld, welke positie de minderbedeelde inneemt in het midden der gemeente, in ons kerkelgk leven.
Dat wg tegenover dit vraagstuk anders staan dan onze vaderen, spreekt wel vanzelf.
Heel het gebeuren rondom ons, de geest die in de wereld werkt en vooral in de laatste dagen sterk tot uiting komt, oefent ook op ons grooten invloed uit. In dit opzicht is een ieder een kind van zijn tgd.
Toch lijkt het mg toe, dat hier voorzichtigheid dringend geboden wordt. Het is, waar, de sociale vraagstukken zijn dikwijls van zedelijk-geestelijken aard en staan dus niet buiten ons godsdienstig leven. Ook in dezen heeft de Kerk een roeping te vervullen en niemand onzer zal ontkennen dat zij dikwgls tekort schiet en niet alles geschiedt „zonder aanzien des persoons." Maar toch moeten wij hier onderscheid maken. De roeping der Kerk is in de eerste plaats een geestelijke, en elke onderscheiding, die zij maakt ten opzichte van het geestelijk belang harer leden, doet haar hoogst schuldig staan. Men gevoelt: de gelgkheid in de gemeente van Christus moet in de eerste plaats geestelijk gedacht worden. En als het zwaartepunt gelegd wordt op het geestelgke, spreekt het vanzelf, dat het stoffelgké in belangrijkheid daalt. En waar op maatschappelgk gebied de strijd in den grond toch dikwijls gaat om het zichtbare, het vergankelijke, geloof ik dat de Kerk steeds meer den nadruk heeft te leggen op het onzichtbare, het eeuwige. En dan baal ik met instemming aan de schoone verklaring door prof. van Leeuwen gegeven in zijn artikelenreeks „Armen en rijken in het Nieuwe Testament" van Christus' woord uit de Bergrede: „Zalig zijt gij, armen" (eenige weken geleden) en zgn woorden in het 8ste stuF^an de vorige week): „In het bezit, in den rijkdom ligt voor ieder menseh, daar hg zondaar is, een verzoeking".
Dit is voorzeker de keerzgde. Wemogen het geestelijk gevaar, dat bestaat in het hebben van geld en goed, niet gering achten. Zeg dit in de wereld en zg zal u uitlachen; maar in de gemeente van Christus, als zij leeft bij Gods Woord, zal dit als waarheid gevoeld worden. Nu lijkt het mij toe dat alle wanverhoudingen, die er bestaan, in het licht van de^e beschouwing, tot de juiste proportie moeten teruggebracht worden. En dan zal veel wat groot scheen van weinig of geen beteekenis blijken te zgn.
Of ik met het bovenstaande het publiek verhuren of verkoopen van zitplaatsen in de kerk, wat toch een misstand is, verdedigen wil ? Absoluut niet. Het loven en bieden in het huis des Heeren met al die minder stichtelijke tooneelen geeft geen hoogen dunk van de heiligheid der zaak waar het om gaat. Ik geloof dat de tgd hiervoor voorbg is en hiermede hoe eerder hoe liever voorgoed moet gebroken worden.
Maar nu komt de practisclio zijde naar voren. Bijna alle kerkvoogdijen tobben met een steeds grooter wordend tekort, terwijl aan verhooging der salarissen, die meer dan dringend noodzakelijk is, niet kan worden gedacht. De Kerk kan de inkomsten, getrokken uit de verhuring der plaatsen, niet missen. Daarom is dan ook dikwijls het beginsel, dat in de kerk alle zitplaatsen vrij moeten zijn, in de praktijk onuitvoerbaar, hoe mooi het overigens ook moge klinken.
Het lijkt mij toe, dat op dorpen met één kerk (in de steden is de toestand vanzelf anders) de verhuring kan behouden blijven. Alléén, men doe het niet publiek. Kerkvoogden bepalen den prijs Van iedere zitplaats en stellen daarin groote verscheidenheid. In dezen tijd, waarin de waarde van het geld zoo is gedaald, behoeft het eüfer niet laag te zijn. Men geve dure, middelmatige, goedkoope en vrije plaatsen. Men kan ze geven afdeelingsgewijze, banksgewqze, maar wil men de verscheidenheid zeer bont hebben, welnu, men plaatse allen dooreen, aoodat hoog naast laag, rijk naast arm komt te zitten. De inschrijving kan plaats vinden bij kerkvoogden, die op een of anderen dag daartoe zitting houden, en zoo noodig (op dorpen keiat men elkander van A tot Z) wanneer de huurder een al te „bescheiden" plaats zou willen nemen, hem kunnen wijzen op zijn verplichting wat „hooger op" te gaan. En wanneer dan nog de verdeeling geheim gehouden werd, dan wist niemand van zijn buurman of hij, en indien ja, wat hij had betaald.
Het lykt my toe dat op dezen grondslag een regeling is te treffen, waardoor de vrijheid in het bijdragen gehandhaafd blijft, terwijl de groote gezinnen kunnen worden ontlast en de mindergegoeden tegemoetgekomen.
Met dank voor de plaatsing,
Hoogachtendj üw dw, ,
U. W.
Onze aanstaande Jaarvergadering.
Mijnheer de Redacteur,
Onze volqverige penningmeester — hij is onbetaalbaar! — wijst ons reeds op den a.s. Bondsdag. Nu, wij verheugen ons reeds in het vooruitzicht en we hopen dat er velen dan in Utrecht bij elkaar zullen komen uit alle deelen van ons land.
De heer Fiiehe zegt ook, dat de a.s. Jaarvergadering gewichtig en belangrijk hoopt te worden. Nu, hij kan 't wel zoowat weten, denk ik. 'k Hoop althans dat het Hoofdbestuur alles in 't werk zal stellen, om zelf gewichtige onderwerpen aan de orde te stellen en alle niet-gewichtige ellenlange redeneeringen zonder medelijden af te hameren. De tijden waarin we leven zijn zoo gewichtig, er staat zoo veel beslist te worden, ook voor de Kerk, Daarom hoop ik, dat de Bondsdag actueel zal zijn, en dat het kerkelijk vraagstuk degelijk aan de orde zal komen.
Er wordt overal gesproken over het vrouwenvraagstuk, over de verhouding van Staat en Kerk, over de Kerk der toekomst, over nieuwe partijgroepeering enz. 'kHoop, dat over de oplossing van het kerkelgk vraagstuk in de Ign van onzen Geref. Bond nog weer eens zal worden gehandeld.
Ook heb ik mij afgevraagd, of, waar we op schoolterrein een geheel nieuwe toekomst tegengaan, onder ons niet eens moest gesproken worden over de oprichting van een Herv. Kweekschool op Geref. grondslag, zooals op den Klokkou.berg of te Zetten is, dus met internaat.
! k dacht hierbij aan Zeist, waar nu ook een Ohr. Lyceum is, We krijgen straks scholen, 'k hoop ook vele Hervormde scholen, in onze dorpen en in de steden, maar wie geeft ons Hervormde onderwijzers Van Geref. beginsel, die ook kerkelijk met ons meeleven? Met vriendelgken dank voor de plaatsing. Hoogachtend, Uw dw. dnr.,
H. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's