Allerlei.
Gebed.
I Gelijk een kind, wanneer 't in donker zit, jOm hulpe roept, door angst en vrees I [gedreven, En eerst kalmeert, wanneer zijn moeder ['t licht l [Ontstoken heeft en 't duister is verdreven.
jzóo kwelt ook mij zeer bange vrees, [wen ik Mijn eigen weg wil gaan, de stem niet [hoorend l [Van Hem, die licht kan zenden in 't [gemoed |Eu d'angste bannen, wreed 't geluk [verstorend.
[o God van liefde en licht, ontsteek in mij [Uw eeuwig licht, opdat geen schrikk'lijk [ [duister l [Mij eens omring', wanneer de dood mij [wenkt, |En ik niet zien zou 's Hemels zaal'gen [luister.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's