De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Armen en rijken in het Nieuwe Testament.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Armen en rijken in het Nieuwe Testament.

8 minuten leestijd

XI.

Tot dusver hebben wiij in een kort overzicht de vraag trachten te beantwoorden, hoe de Christus stond tegenover de armoede en den rjjkdom.

Duidelijk werd, dat wq geen recht hebben, in Hem een sociaal hervormer te zien, die de sociale kwestie zonder meer stelde, of bedoeld zou hebben haar op te lossen.

Dat Hij de armen en geringen zocht, en voor de gevaren en verleiding van den rqkdom waarschuwt, is uiteen religiem motief, en om de beteekenis, die iemands sociale positie hebben kan voor zqne houding tegenover de dingen van het koninkrijk Gods.

Waarvoor Hg pleitte, was gerechtigheid en barmhartigheid, wat Hq geeselde met Zgn Woord, was verdrukking, hartelooze zelfzucht en onrecht.

Welk beeld nu vertoont ons de jonge gemeente, die, onder de bezielende en machtige werking des B. Qeestes, Hem beleed als den van God tot een' Heere en Christus gestelden Koning ?

In haar kindsche dagen is Zijne Kerk als een bergstroom dicht bjj de bron: ­ klaar en doorzichtig stuwen sqne watereu aich voort in snelle vaart.

Zoo ls er in de jeugdige gemeente te Jeruzalem een bruisend leven, door een machtige stuwing gedreven, en in zijne klaarheid gemakkelijk te doorzien.

Welke beteekenis hierin de vraag van armoede en rqkdom en van de onderlinge / verhouding der armen en rijken heeft, wordt aanstonds duidelijk, wanneer wij het tafereel in oogenschouw nemen, ons in de Handel, der Apostelen van het leven def'Jeruzalemsche gemeente geteekend.

Allereerst in Handel. 2 vs. 44—47: „En allen die geloofden waren b^een, en hadden alle dingen gemeen.

En zij verkochten hunne goederen en have, en verdeelden die aan allen, naar dat elk van noode had.

En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van buis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten ; En prezen God, en hadden genade bij het gansche volk."

Wat in dit liefelijk tafereel vooral treft, en onze aandacht ook bepaaldelqk nog vragen zal, is de eenheid en het besef van saamhoorigheid, die zoo duidelijk aan den dag komen.

Niet anders in het in hfdst. 4 vs. 32—37: 

, En de menigte van degenen, die geloofden, was éen hart en éene ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.

En de apostelen gaven met groote racht getuigenis van de opstanding. l Want er was ook niemand onder hen, die gebrek had; want zoovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten den prqs der verkochte goederen, en leiden dien aan de voeten der apostelen.

En aan een iegelijk werd uitgedeeld naar dat elk van noode had.

En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas (wat, vertaald, „zoon der vertroosting" beteekent), éen Leviet, van geboorte uit Cyprus,

Alzoo hij een akker had, verkocht dien, en bracht het geld, en leide het aan de voeten der apostelen."

Deze schets van het bestaan der Jeruzalemsche gemeente zou ons aan een idealen toestand doen denken; aan een „gemeente zonder vlek of rimpel", als daar niet op volgde het schrikkelqk verhaal van het bedrog van Ananias en Saffira, gevolg van hun nog ongebroken zelfzucht en liefde tot het goud; en als niet Lukas in hfdst. 6 melding maakte van den twist die ontstond ten gevolge van vermeende achterstelling der wedu wen van niet "uit Palestina herkomstige joden bij de betrekkingen der in Palestina geboren Joden.

Dit zijn schaduwen, die Lukas eerlijk genoeg is, in zijne schilderij zoo vol licht aan te brengen. Om de genade des H. Geestes te verheerlgken behoeft hij niet de dingen fraaier voor te stellen dan zij in werkelijkheid zgn. Veeleer zouden wij kunnen zeggen: die schadu w-par tij en doen nog te heerlijker de naacht van den Heiligen Geest uitblinken, daar Hij in een groep van menschen, die van nature niets beter zgn dan Ananias en Saffira, zulke toestanden vermag te scheppen als in de gemeente van Jeruzalem bestaan.

Want hoe zijn die toestanden?

Indien men de mannen eou moeten gelooven, die alles zien door de bril hunner socialistische beginselen, en alle leven zien opkomen uit en herleiden tot sociaal-oeconomische factoren, hebben wij hier te doen met een sociale organisatie, met een vorm van gemeenschapsleven, die als communisme zou mogen worden gekenschetst, d.w.z. als een volstrekte gemeenschap van goederen.

Deze stelling, waarvan de juistheid, gelijk wij zien zullen, op zeer sterke gronden betwistbaar is, moet dan aansluiten bg de bewering, dat hier, onder de volgers en belgders van Jezus, het communistisch ideaal verwezenlijkt werd, door Hem zelven gepredikt; daar immers, zoo heet het, ook Jezus als sociaal hervormer optrad.

Zij, die zoo spreken, zien echter in de berichten van Lukas onderscheiden dingen ten eenenmale voorbg.

En wel ten eerste dit:

Van een sociale beweging is hier even min sprake als dat in het optreden des Heeren Jezus het geval was; ook in de jonge gemeente beweegt zich alles om den Christus als het middelpunt; onder de driving des H. Geestes gistte het geloofsleven der jonge gemeente als vurige jonge wijn; zij volhardden in de leer der apostelen, die verkondigden, dat God den Gekruisigde en Verrezene tot een Heere en Christus had gesteld, en dat in Zijnen Naam vergeving der zonden is. Hand. 2 vs. 36, 38.

De vervulling der beloften Gods, het behoud door het geloof in Christus, dat was hetgeen de geloovigen te Jeruzalem verheugde.

In dat geloof waren zg één. Het is dus ook hier het religieuze moment, dat op den voorgrond staat, en alles beheer scht.

En wie hier een sociaal-oeconomisch beginsel wil zien zonder meer, moet de gegevens van Handel, droevig verminken.

Een andere vraag is, of dan toch niet te Jeruzalem werkelgk althans een poging valt waar te nemen om te komen tot een communistische samenleving, zg het ook onder de drgving van een religieus beginsel?

Tot antwoord zij het volgende opgetekend de goederen, kan men zich met zekeren schgn van recht beroepen op de uitdrukking van Handel., dat de geloovigen alle dingen gemeen, d.i. gemeenschappelijk hadden.

Doch de overeenkomst bepaalt zich hier dan tot het woord „gemeenschappelijk." Want in dè Jeruzalemsche gemeente is het de vrijwilligheid der liefde, die heerscht; de gemeenschap der goederen wordt daar beschouwd als 'n bewgs der liefde, als een openbaring en vrucht van een gemeensfehappelijk geloof; zg is niet anders dan een verbruiks-communisme, en heeft het voortdurend privaatbezit tot voorwaarde, als noodzakelgke onderstelling van een voortgezet liefdebetoon en voortgezette offervaardigheid.

In dit communisme ontbreekt iedere gedachte aan gelijkheid; eveneens aan een gemeenschappelgke productie.

En bovendien, wat aan het communisme altijd in den weg staat, het familie-leven, het voortbestaan van de gezins-huishouding, wordt in de Jeruza lemsche gemeente in geenen deele bestreden of aangetast.

Waarop dus de nadruk moet vallen, is de liefde en offervaardigheid, die werden gevonden onder de eerste christenen; zij wisten zieh broeders *in gemeenschap des geloofs, en konden niet dulden, dat éen van hen gebrek zoulgden.

Zoodra dit dreigde, waren er die bereid waren, van het hunne af te staan om den nood te lenigen en gebrek te voorkomen.

Dit heeft dus niets van een sociale theorie of een oeconomiseh stelsel.

Uit allerlei aanwijzingen, die Lukas ongezocht geeft, kan dit ten overvloede blgken.

Indien by. een algeheele gemeenschap" van goederen en volstrekte gelgkheid van bezit en productie had bestaan, waarom zou het dan als een bijzonderheid vermeld zijn, wat Barnabas deed? Hij verkocht een' akker, bracht het geld, en leide het aan de voeten der apostelen, " Hand. 4 vs. 37.

Had er „communisme" bestaan, dan sprak het niet alleen vanzelf, dat Barnabas dit deed ; veeleer zouden wij moeten zeggen, dat hij dan met den verkoop veel te lang had gewacht!

Had er „communisme" bestaan, hoe zou dan Petrus tot Ananias kunnen zeggen; hadt gij uwe bezitting niet verkocht, zij bleef toch uw eigendom; en toen zg verkocht was, hadt gg toch met de opbrengst naar believen kunnen handelen?

Ananias' zonde is niet, dat hij een deel der opbrengst voor zich houdt;  Petrus zegt: hg had alles kunnen houden; maar dat hg, niet kunnende scheiden van zgn bezit, bedriegelijk voorgeeft, d alles weg te schenken.

Had er „communisme" bestaan in de Jeruzalemsche gemeente, hoe zou er dan nog telkens sprake kannen zgn van de armen, die moesten verzorgd, van gaven, van .elders voor de arme broeders te Jeruzalem ingezameld? Men zie Hand. 11 VS. 29 V., 12 VS. 25, 24 va. 17, Gal. 2 VS. 10, 1 Cor, 16 vs. 1 v., 2 Cor. 8 en 9, Rom. 15 VS. 25 vv.

Hoe zou het dan te verklaren zgn, dat Maria, de moeder van Johannes Markus, een eigen huis te Jeruzalem bezat, Hand. 12 vs. 12?

Neen, voor een stelsel van productie en bezit moet men zich op de jeugdige gemeente te Jeruzalem niet beroepen noch op de Handelingen der apostelen.

Wat men uit den toestapd der eerste christenen wêl kan aflezen, is dit: dat zg, vervuld met den H. Geest, gedreven werden door onderlinge liefde; dat onder hen heerschte een geest van eendracht en samenbinding, de waarachtige solidariteit der liefde en des geloofs, niet die van belangen.

Dat zg verstonden, wat het zeggen wil, eerst het Koninkrgk Gods te zoeken.

Aan het aardsche bezit hingen zg niet, die de vreugde kenden van gered te zijn voor een eeuwige heerlijkheid. De onverwelkelgke en on verderfelijke en onbevlekkelgke erfenis, waartegen de glans van het goud, dat vergaat, in het niet zinkt, had hunne zielen gelokt.

Hunne harten waren opgeheven in den hemel, waar Christus is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Armen en rijken in het Nieuwe Testament.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's