stichtelijke overdenking.
Dwaalt niet; God laat zich niet bespotten: want zoo wat de mensch zaait, dat zal hij ook maaien. Want die in zijn eigen vleeseh zaait, zal uit het vkesch verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien. Gal. 6 : 7, 8.
Zaaiing en Oogst.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Dit woord, dat een Schriftuurlijke gedachte vertolkt, wordt in onze dagen op ontzettende wijze bevestigd door de scbrikkelijke verdwazing die over de volken der aarde neerzinkt. 'tRevolutiezaad werd met kwistige hand uitgestrooid op den akker van het volkerenleven. In wetenschap en onderwigs, in staat en maatschappij, tot zelfs in de Kerk toe vond ingang wat zich stelde tegenover God en Zijn Woord. En nu, nu de dag des oogstes gekomen lijkt, is opgestoken de storm, die alles omverwerpt en alles ontbindt. De grondslagen van 'tvolksleven n de volkswelvaart worden ondermijnd; de hoogste goederen der menschheid' verbrijzeld.
Ook onder ons volk worden die beginselen van goddeloozen verdwazing angeprezen, en 't „zie naar Rusland" niet meer bij machte om de massa weerhouden van de zinnelooze zelfvernieling, waartoe men besloten schijnt.
Met zeldzamen nadruk bevestigt zich dezen tijd, wat God gesproken heeft: zij hebben Mijn Woord verworpen, wat wijsheid zullen ze hebben.
En ook de Christelijke Kerk gaat niet vrij uit; eensdeels heeft ook zij in't aanvaarden van allerlei menschelqke wijsheid de hand gereikt aan den geest des ongeloofs, en anderziijds heeft zij maar te veel nagelaten, om door oprecht geloof, aanhoudend gebed en godzaligen wandel een dam op te werpen tegen den wassenden vloed.
Geen hand, die tot zelfonderzoek in en boezem werd gestoken, komt er in te voorschijn.
Wie wind zaait, zal storm oogsten En in dien onzaligen oogst van storm deelen allen, omdat allen mee-zaaiden den wind.
Hierin ligt ook leering voor ons peroonlijk leven: want het benauwende wereldbeeld van onzen tijd vertoont ons in 't groot de geschiedenis van elk menschenleven, dat afwijkt van God; wie God verlaat, heeft smart op smart vreezen. Daar is 'n nauw verband tusschen tijd en eeuwigheid, leven en sterven, 't zaaien hier en 't oogsten hiernamaals. 't Is waar. God is machtig om uw levenascheepke, als het de rotsen van den eeuwigen ondergang tot op 'n scheepslengte genaderd is, door 'n machtzwaai van Zijne genade van koers te doen veranderen en in behouden haven binnen te leiden, maar de regel is, dat n mensch sterft zooals hij geleefd heeft.
Daarop doelt de apostel Paulus ook in bovenstaand Schriftwoord, dat een ernstige vermaning bevat om toch te letten op het nauw verband, dat God gelegd heeft tusschen 't hier en 't hiernamaals. 's Menschen leven hier op aarde is de zaaitijd en de eeuwigheid brengt den oogst van 't geen hier werd gezaaid. Hier wordt ons een waarheid van zoo straffen ernst voorgehouden, dat zij onze aandacht ten volle verdient.
Afgaande op den ernstig-waarschuwenden toon des apostels, moeten wij de opmerking maken, dat hier gevaar schgnt te dreigen, dat de mensch deze waarheid over 't hoofd zal zien. En dat is ook metterdaad zoo. Wij zijn hier in den zaaitijd; ons leven is de akker, het zaaiveld; en alle daden, , woorden, gedachten, lusten en begeerten zijn zaadr korrels, die hier uitgestrooid worden, om eenmaal in den dag des oogstes vruchten te dragen; en wie onzer nu draagt dit besef bij zich om als hij in ziijn huis zit en als hij over den weg gaat?
Ontzaglijke gedachte: wat de mensch hier is en doet en denkt en spreekt, dat heeft eeuwige gevolgen. Wee den mensch, die voor deze waarheid geen oog heeft.
Heillooze dwaling, te meenen, dat 't er niets toe doet, wie en wat de mensch hier is; deze dwaling gaat uit van de zondige onderstelling, dat God zich niet bemoeit met 's menschen doen ; dat dit leven op zichzelf staat is een dwaling, die leidt tot de Bileamskeuze: mijn ziel sterve den dood des oprechten alsof er eenige grond ware te verwachten, dat den dood des oprechten zal sterven, wie hier het leven van den goddelooze heeft geleefd.
Beroep ?????? niet op de bekeering van den moordenaar aan 't kruis, zeggende, dat God u — na een leven van goddeloosheid — in 't sterven nog als een brandhout uit het vuur kan rukken; want, lezer, is er eenige grond, dat dit zal zijn 't einde uwer zelfgekozen wegen, 't einde van 'n leven zonder God in de wereld? Waarop bouwt gij die gevaarlijke inbeelding? Gaat dat niet vierkant in tegen wat God u leert in heel Zijn Woord, ook in dit zeggen des apostels: zoo wat de mensch zaait, dat zal hij ook maaien !
't Is waar, Gods arm reikt ver genoeg, om u van den drempel der hel nog weg te rukken, en als gij op uwe stervenssponde daar.neerzijgt, dan zullen we u ook in die uiterste oogenblikken nog toeroepen, dat voor den Heere geen diög te wonderlqk is, maar wil dat nu zeggen, dat ge 't daarop maar moet laten aankomen ? en is 't geen grenzelooze onaandoenlijkheid u' op zoo onvasten grond te verlaten, waar 't uw eeuwige toekomst geldt?
Gij, onbekeerde zondaar, gq zet koers naar de oorden der eeuwige rampzaligheid.
Uw onbekeerd hart, uw van-Godvervreemde levenswandel sturen u in de richting van den dood. Als gij in groeiende, klimmende verstokking volhardt in die koers, wat grond is er te verwachten, dat gij te eeniger tijd 't roer omwerpen zult? Als gy 't nu niet wilt, nu niet kunt, omdat ge geen vgand der wereld wilt zijn, zal 't u straks lichter vallen? Wat? Als gij oud en der dagen zat geworden zegt, zal 't dan gemakkelijker gaan?
Vraag dat hun die onbekeerd oud geworden zijn, wier kruin door de sneeuw van den levenswinter wordt gedekt, en zij zullen u antwoorden, dat ouder kouder beteekent. En meent gij, dat God de puinhoop aanvaarden zal, ais eerst de wereld uw levenshuis schoon uitgewoond zal hebben?
Dat zign Gode onwaardige gedachten.
't Is waarlijk niet zonder reden, dat Godt niet ophoudt bij u aan te dringen: heden, zoo gij Mijne stemme hoort, verhardt u niet; och, of g|j in dezen uwen dag bekennen mocht, wat uw eeuwigen vrede dient! Hoor nu naar Zqn roepstem, want de tyd zou komen kunnen, dat gij zult roepen, maar Hij niet meer zal antwoorden.
Dwaalt niet, God laat zieh niet bespotten
Het voortleven in onbekeerden staat van Godsvervreemding wordt hier geteekend in zijn schrikkelijk-zondig karakter als 'n spotten met God. Waarlgk niet al sterk gezegd. Gy hoort Gods gebod; gij verneemt Zgn roepstem; 't waarschuwend Woord klinkt u zonder ophouden tegen; maar gq bekommert er u niet om; gij maakt er geen ernst mee; gq legt het naast u neer en gaat bedaard uw eigen weg.
Als uw kind zóo met u handelde; als uw naaste zóo uw goeden raad in den wind sloeg, zou 't u niet tot in de nieren prikkelen en grieven?
En uit wat oorzaak zou uw kind zóo met u kunnen doen? Immers uit volslagen gemis aan achting en liefde; uit den heilloozen waan van't zelf veel beter te weten.
En zoo doet gy nu met den Heere uwen God.
Maar, zoo zegt de apostel, dat wreekt zich; dat blijft niet ongestraft; dat stapelt ontzaglijke oordeelen op uw ziel; Eens zult gij oogsten de rampzalige vrucht
Want, die in 't eigen vleeseh zaait, zal uit zijn vleesch verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien.
Tweeërlei eeuwigheidsoogst!
Eeuwige, eindelooze, onherstelbare, onherroepelijke verderfenis, of eeuwig, zalig, onvergankelijk, onverderfelqkleven. Verderfenis, rampzaligheid, ellende, eeuwige ellende, die geen tong hier ook maar ter helfte kan uitspreken, en waarbij de diepste ellende, die hier geleden wordt, nog een begeerlgk lot zal schynen, of-een goed zoo groot, zoo schoon, dat geen oog het heeft aanschouwd, en geen oor't heeft gehoord, en in geen menschenhart ooit opgeklommen ia; en van deze twee éen; daar is geen derde
Dringe u Gods Geest tot de goede, onberouwelijke keuze.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's