De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Diaconale arbeid.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diaconale arbeid.

6 minuten leestijd

Geringe waardeering van de Diaconale ondersteuning.

II.. (Vervolg).

In de tweede plaats zal men moeten trachten om te komen tot zulk een steunen en helpen der paupers, als dienstig kan zijn tot hun zedelgke verheffing, want o.i. moet de oorzaak van het pauperisme niet uitsluitend in sociale wanverhoudingen gezocht worden, maar zelfs veel meer in zondige, vaak van der jeugd af aangekweekte en aangemoedigde karaktereigenschappen, menigmaal nog gepaard gaande met gebrekkige geestvermogens. Daartoe zal misschien ook moeten behooren een andere ondersteuning dan door middel van een gift, opdat hun meer en naeer de lust verga om bg de eerste de beste gelegenheid tot de diaconie de toevlucht te nemen, zonder dat zij getracht hebben een weg te vinden om zichzelf te helpen.

Sommige diakenen zijn geneigd deze menschen botweg af te wijzen. „Dan hadden ze in den zomer of toen ze volop werk hadden den boel maar nie't moeten opmaken en verbrassen" is hun argument. Daarmede hebben ze zeker den vinger op een wondeplek gelegd; maar mag men die mensehen dan honger laten lijden ? Die vraag weegt het grootste deel der diakenen zoo zwaar, dat ze besluiten toch maar te geven; niet meer dan om ze voor honger te vrijwaren, maar zelden worden ze ledig weggestuurd.

Het kan echter niet ontkend worden, dat deze menschen hierdoor gesterkt worden in hun zorgeloosheid. Hebben ze den éénen winter iets gekregen, in den zomer rekenen ze er reeds mee, dat dat ook den volgenden winter wel het geval zal zgn. Zoo komt men nooit van eze menschen af, maar door te geven oedigt men ze veeleer aan en anderen et dezelfde karaktereigenschappen woren door dit buitenkansje jaloersch en aan mee denzelfden weg op. Daarom omt het ons gewenscht voor, dat de iakenen-de werkeloozen onder hen en de uden van dagen, die nog werken kunnen, an bet werk zetten. Geen ondersteuning onder meer, maar ondersteuning in ruil oor werk. Daardoor werkt de ondersteuning éenerzgds verheffend en anderijds zal men bevinden, ' dat tal van paug s b v d p pers iiiet zoo spoedig meer komen aankloppen, want luiheid en het verlangen om zonder inspanning aan den kost te komen is in den regel ook een karaktertrek dezer menschen.

Menig diaken zal hierover de schouders ophalen. Waar zal men altijd het werk vinden ? En wat zal men hen laten doen ? Maar het schgnt ons toe, dat hij, die het beginsel toejuicht, tenslotte de bezwaren der practijk zal weten te overwinnen, heeveel moeilijkheden hier ook aan verbonden zijn. Temeer dewijl, als men geen werkgeverj voor hen vinden kan, men hen werk kan laten doen^ dat geen waarde heeft of beter gezegd geen waarde behoeft op te brengen; want laat men hen niets doen, men moet tóch ondersteunen. Tal van echte paupers zullen dan zeggen: „ik dank je; ik kom om een paar gulden, niet om werk bij de diaconie", maar geen diaken behoeft zich van hardvochtigheid te beschuldigen, als hg zulken wegzendt. De stelling: „geen arbeid, geen ondersteuning" zou zeker zuiverend werken. Dat op deze wijze de taak van diakenen, vooral in grootere Gemeenten verzwaard wordt, spreekt wel vanzelf; maar als de liefde drijft, wordt het zware vaak licht, terwijl bovendien de weg openstaat om bij te groote uitbreiding van werkzaamheden van „behulpsels" gebruik te maken en daardoor nog het voordeel wordt verkregen, dat in de Gemeente meer kennis van en belangstelling voor dien arbeid gewekt wordt.

Een enkel voorbeeld, hoe men soms werk kan vinden, zij hier toegevoegd. In sommige Gemeenten bestaat de goe woonte om aan een ondersteunde, die te oud is geworden voor zwaren veldarbeid, geen licht werk kan vinden en daarom geholpen moet worden, het onderhoud van den pastorietuin op te dragen. Een uitnemende maatregel, die zelfs heel de Gemeente ten goede kan komen, want menig predikant, die in deze dure tijden , geen • tuinman bekostigen kan, wordt thans te veel door zijn tuin in beslag genomen. We kunnen zulk een voorbeeld van werkverschaffing alleszins aanbevelen. De diaconale arbeid is er mee gebaat en de fatsoenlijke arme zélf is er over verheugd ; hij doet nu iets voor zijn ondersteuning; hij krijgt den indruk toch niet ganseh hulpbehoevend en afhankelijk te zijn; zgn druk wordt er eenigszins door verlicht.

Is het nu misschien mogelijk is dezen weg door middel van werkverschaffing of andere oordeelkundige ondersteuning het aantal paupers te verminderen, vele diaconieën moeten daarnaast oppassen, dat ze geen paupers kweeken. En dat geschiedt. In sommige plattelandsgemeenten met rgke diaconieën. Eiken winter worden daar tal ^an gezonde arbeiders, die geregeld werk hebben, bedeeld. Het motief: „de loonen zijn te laag." Maar juist door zulk een bedeeling worden de loonen laag gehouden. De werkgever rekent er mee. Ook de werknemer. En deze laatste leert in zijn gezonde dagen reeds om op de liefdadigheid te steunen. Dat kweekt zwakke karakters. Vooral in onze dagen, nu op het platteland de welvaart toeneemt, moet men daarmee ophouden. De diaconieën kunnen het geld, dat er over is, beter aan den arbeid der inwendige zending besteden. Ook in dien weg komt het ten goede aan de armen d^^emeente, al zijn het niet direct de armen van eigen Gemeente.

Bovendien — en dat is zooveel erger — deze maatregel wordt ook toegepast in Gemeenten, waar de diaconie niet bepaald rijk is. Arbeiders met een laag loon krggen in den winter vaak een ondersteuning van f 1 a f 1, 50 per week. Het is zeer goed mogelgk, dat zulk een arbeider te weinig verdient om behoorlijk rond te komen, maar door op die wijze, hem te helpen bestendigt men niet alleen wantoestanden op sociaal gebied, maar bederft heel den diaconiearbeid. Men ondergraaft het eigen initiatief en de werkelijke armen worden er de dupe van. Want het gevolg is, dat die niet voldoende hulp ontvangen. Daarom is het gewenscht met zulk een methode meer en meer te breken, evenals met algemeene uitdeelingen op Kerstmis of Nieuwjaar, die hetzelfde gevolg hebben. Laat men de werkelijke armen, die niet hebben en niet kunnen, op ruime en milde wijze helpen; de anderen komen niet voor rekening der diaconie, maar moeten geholpen worden door verbetering der sociale toestanden. Een geregelde duurtetoeslag op hun loon komt tenslotte den werkgever ten goede; dat nu is niet het doel, waartoe diakenen hulp moeten verleenen en waartoe de Gemeente haar gaven gegeven heeft en nog geeft. Zoodat ook hier het woord eldt: „wie te veel wil doen, doet tenslotte alles gebrekkig."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Diaconale arbeid.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's