De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

Met een enkel woord hebben we verleden week in de rubriek „Uit de Pers" meegedeeld, dat dr. M. Woudstra van Utrecht een voorstel doet tot afschaffing van het Kiescollege.

In het Weekblad v. Vrijz. Hervormden vonden we deze week van de hand van dr. Niemeyer van Bolsward het volgende stukje:

Het Kiescollege verdwijne!

In het confessioneele weekblad „De Gereformeerde Kerk"" bepleit dr, M.Woudstra, predikant te Utrecht, de afschaffing der kiescolleges.

Hg acht het bestaan van deze lichamen in strijd met het wezen der Kerk, die behoort te worden geregeerd door Christus. En Christus, zoo zegt hij, regeert niet door middel van kiescolleges, maar door de ambtsdragers.

Wel erkent hij het recht der gemeente, om de ambtsdragers, de leden van den kerkeraad, te kiezen, maar aan die ambtsdragers moet dan verder de regeering der Kerk worden overgelaten.

Dr. Woudstra hoopt, dat men algemeen deze zaak op de classicale vergaderingen van dit jaar aan de orde zal stellen, opdat in 1921, als de gemeenten zich weer moeten uitspreken over de vraag, of zg het recht, om predikanten te beroepen en ouderlingen en diakenen te benoemen, willen overdragen op den kerkeraad, of het zelf willen uitoefenen, de nieuwe door hem gewenschte toestand zal kunnen intreden.

Wij staan zóó ver af van de beschouwing, volgens welke sommige menschen als ambtsdragers min of meer de vertegenwoordigers zgn van Christus, door wie hg de Kerk moet regeeren, dat het weinig zin heeft, daarbij opzettelijk stil te staan.

Wig hebben echter reeds menigmaal betoogd, dat kiescolleges ondingen zijn, en dat ons de meest gewenschte toestand schijnt, dat de leden van den kerkeraad rechtstreeks door de steragerecbtigde lidmaten wordeu gekozen, en hel beroepen van predikanten wordt opgedragen aan den kerkeraad.

Daarom steunen wij gaarne het voorstel van dr. Woudstra, al doen wij dit op geheel andere gronden dan die hij voor heeft.

Men bemerkt, hier stemmen in het punt van kwestie mannen en richtingen overeen, waar men overigens in beginsel verschilt. Zoo. zou dus een gemeenschappelijke actie mogelijk zijn.

Wg, voor ons, zgn altyd vijanden van het instituut „Kiescollege" geweest. Het ambt wordt eenvoudig door dat college opzij gezet en een groepje mannen vertegenwoordigt dan zeer willekeurig heel de gemeente. Dat is zeker niet overeenkomstig de H. Schrift. Want als we Hand. 1:15—26 lezen, bemerken we dat niet een tweetal gekozen wordt onder leiding van de Apostelen; in Hand 6:2—6 staat dat door „de menigte, gekozen wordt onder leiding van „d" twaalven." Zie ook Hand 14:23, waae Paulus en Barnabas in elke gemeenter onder medewerking van de broederen, , ouderlingen aanstellen. Waarbij ook Tit. 1:5 en 2 Tim. 2:2 in aanmerking komen.

Het ambt moet dus de leiding hebben. Art. 5 van de Dordtsche Kerken orde zegt dan ook: „Wat aangaat de dienaren des Woords, die tot een andere gemeente beroepen worden, zoodanige beroeping zal, zoowel in de steden als ten plattelande, geschieden door den Kerkeraad" enz. 't Welk overeenstemt mèt 't geen de Synode vanEmbden, in het jaar 1571, vaststelde in art. 13 van de Embdensche Kerkorde, waar we lezen: „De dienaren des Woords zullen door de Kerkeraden enz. verkozen worden. En verkozen zijnde zullen zij aan de gemeente worden voorgesteld, opdat zij of door stilzwijgen der gemeente aangenomen worden, of, zoo daar iets was waarom de gemeente in de verkiezing niet wilde bewilligen, binnen 15 dagen de gemeente dat zou kunnen voortbrengen.

Dienzelfden toon beluistert men ook in de Dordtsche Kerkorde van 1574 en van 1578; in de Kerkorde van Middelburg van 1581 en van den Haag van 1586.

Nergens is sprake van een kiescollege, 't welk liet ambt opzij zet en in de plaats van de gemeente verkiest.

En dus, dat „het kiescollege verdwijne" is ook óns begeeren.

Hier moet de Oemeente aan 't woord komen en het ambt, dan komen we tot betere verhoudingen.

Wat óns aangaat, wij juichen dan ook het idee van dr. Woudstra hartelijk toe en verheugen ons over de sympathie in deze van dr. Niemeyer.

Zoo zouden er tenslotte, naar we vast gelooven, nog wel meer punten van overeenkomst te vinden zijn, om gemeenschappelijk te ijveren voor betere toestanden op het terrein van het kerkelijk leren.

Om ten slotte te komen tot een verstandige en welomschreven scheiding op dit stuk, éenerzijds een 'belijdende Kerk en anderzijds een vrijzinnige Kerk. Eenerzijds een Kerk met een belijdenis en anderzijds een Kerk zonder bepaalde belijdenis. Kunnen we elkander hier ook niet vinden ?

Onze Grondwetscommissie.
Over de door het Centraal Comité van  Kiesvereenigingen benoemde Grondwetscommissie schrijft het Friesch Dagblad:

Het Centraal Comité laat er geen gras over groeien.

Was op den dag zelve van het Oentralen Convent besloten tot instelling eener Grondwets-commissie, thans is deze commissie er al en kan ze haar werk aanvangen.

Men kent de taak dezer commissie.

Vooreerst zal zg nagaan, wat onzerzijds gewenscht wordt inzake do punten, die de tegenwoordige regeering vooral de aandacht waardig keurt en in do tweede plaats zal zij in studie nemen het vraagstuk der verhouding van Keik en Staat, voorzoover deze in de Grondwet behoort geregeld te worden.

Dat laatste verheugt ons zeer. -

De toekomstige ontwikkeling van ons staatkundig leven, hangt voor wat de Ohr. partijen aangaat, goeddeels af van de vraag, of men het kerkelgk-politiek vraagstuk tot een oplossing weet te brengen.

Met het oog daarop lijkt ons de samenstelling der Commissie wel geslaagd.

Er zitten zoowel theologen als juristen in: beide mannen van beteekenis en naam.

Terwijl het ook niet zonder belang is, dat de zes commissie-leden genomen zign, voor zoover wij 't kunnen nagaan, drie uit de Hervormde en drie uit de Gereformeerde Kerken. Vooral wanneer het kerkelijk-politiek vraagstuk in 't geding komt, moet alle schijn zelfs van partijdigheid vermeden worden.

Mannen als prof. Kuyper van de „Vrije" en ds. Van Grieken, de voorzitter van den Geref. Bond, zullen, hopen we, met elkander en naet de anderen tot eenparig advies komen, waarmee straks heel onze partij kan accoord gaan, — God geve, in de toekomst tot hernieuwden opbloei der aloude Geref. Kerken dezer landen, aan wie in de vorige eeuw zoo onnoemelijk veel onrecht is gedaan!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's