Allerlei.
God verstaat.
Eentonig zwiept de wind de naakte twijgen van beukeboomen, die m'n heuvel draagt; golft over 't dal z'n wgde weemoedstrilling, die wegsterft, waar ze om vernieuwing vraagt.
Geen zonnestraal beschijnt de lage struiken, die, eenzaam klein in 't uitgestrekte veld, zich angstig buigen bij de koude strooming soms wreed geknakt, door werv'lend windgeweld.
Ik denk aan 't leed, dat dikwgls ook m'n ziele, moe overgolven kan in droefheidsklacht, wanneer ik eenzaam hangen strijd moet strgden, wanneer m'n hart naar licht, naar liefde smacht.
En waar ik eens m'n blije liefdeklanken, in warmte trillend, golfde, om mij heen, daar fluister 'k nu m'n stamelende smeeking in zwakheid, slechts verstaan door God alleen.
„Mijn Vader, als weer somb're smart komt dreigen, die mg langs donk're kronkelwegen leidt, schep Gij dan in m'n hart een vast vertrouwen, opdat ik weet, dat Gij m'n Goël zijt". — (De Rotterdammer).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's