De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Steun aan gedemobiliseerden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Steun aan gedemobiliseerden.

6 minuten leestijd

De demobilisatie tengevolge van den wapenstilstand tusschen de oorlogvoerende mogendheden bracht het onderwerp : steun aan gedemobiliseerden, opnieuw aan de orde. '.

De aanvankelijk vastgestelde steunregeling bevredigde niet en  werd dan ook belangrijk aangevuld en uitgebreid bij de Ministeriëele kennisgeving van 27 December 1918.

Tengevolge daarvan werd echter een nieuwe actie in het leven geroepen, en wel onder en door de gedemobiliseerden van vóór 1 Augustus 1918, omdat de steunregelingen slechts betrekking hadden op de dienstplichtigen op of né, 1 Augustus 1918 gedemobiliseerd.

De vóór genoemden datum met onbepaald (klein) veïlof gezondenen achtten zich door de getroffen steunregelingen onbillijk behandeld. Hun verwanten of betrekkingen ontvingen veelszins een lagere kostwinnersvergoeding terwijl zij dienden, dau die van de op of nè. 1 Aug. 1918 gedemobiliseerden, en voor hen bestond nè, demobilisatie in het geheel geen steunregeling. Vandaar dat er op verschillende plaatsen organisaties werden opgericht met het doel te ijveren voor uitkeeringen aan hen, die vóór 1 Aug. 1918 den dienst met onbepaald (klein) verlof verlaten hadden. Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal werd geadresseerd in verband met deze zaak, en binnen zeer korten tijd zal de Kamei een beslissing hebben te nemen over de motie van den heer Zadelhoff en de con clusie van de commissie, in wier han den zijn gesteld de inlichtingen van den Minister van Oorlog op het adres van den Ned. Bond van Dienstplichtigen.

Het schijnt niet overbodig aan deze aangelegenheid enkele woorden te wijden ten einde het publiek in te lichten over de beteekenis van deze zaak.

Er is een zeer groot onderscheid tusschen de gedemobiliseerden van vóór en die van op of vk 1 Aug. 1918. De vóór dien datum naar huis gezondenen waren weken te voren bekend met het tijdstip van hun demobilisatie, terwijl de nS, dien datum uit dienst vertrokkenen plotseling of bijna plotseling voor het feit van hun demobilisatie werden geplaatst. De eerstgenoemden konden weken aaneen pogingen aanwenden om zich van werk in de burgermaatschappij te voorzien, de laatstgenoemden waren daartoe niet in de gelegenheid. De eerstgenoemden keerden in de maatschappij terug lichtingsgewijze op een tijdstip, dat vaak samenviel of ongeveer samenviel met het in dienst treden van een beduidend aantal landstormers of miliciens, waardoor er vaak plaats voor hen kwam in een of anderen werkkring; de laatstgenoemden keerden huiswaarts in veel grooter drommen, zonder dat er anderen in dienst geroepen werden en dat juist op een tijdstip, waarin het nijpend gebrek aan kolen en grondstoffen grooter invloed had dan ooit te voren.

De eerstgenoemden konden veelszins spoedig werk vinden, de laatstgenoemden waren te dezen opzichte in veel slechter conditie.

Uit dit gezichtspunt gezien is een steunregeling voor de op of na 1 Aug. 1918 gedemobiliseerden billijk te achten, omdat daardoor aan deze personen op andere wijze en langs anderen weg principieel hetzelfde geboden werd wat voor de vóór 1 Aug. 1918 gedemobiliseerden bestaan had.

Voorzoover de vóór 1 Aug. 1918 gedemobiliseerden in moeilijkheden zgn geraakt in de laatste maanden, is dit geen gevolg van het feit, dat zij gedurende korter of langer tijd in militairen dienst hebben vertoefd, maar een gevolg van de omstandigheid dat de oorlogstoestand al meer het maatschappelijk leven ontwrichtte en werkloosheid bracht voor steeds meerderen. M. a, w. zij zijn crisisslachtoffers en komen niet in aanmerking voor steun vanwege het departement van Oorlog of Marine, maar van wege het Koninklgk Nationaal Steuncomité en zijn organeh^%vereenkomstig de regelingen daarvoor door deie instelling vastgesteld.

Voorts zou een uitkeering aan alle geedemobiliseerden van vóór 1 Aug. 1918 tot grove onbillijkheden leiden en in verschillende gevallen neerkomen op het wegsmijten van geld. De gevolgen van de mobilisatie waren voor de daarbij betrokkenen zeer verschillend. Er zijn menschen, die geen ander verlcrf genoten hebben dan het gewone periodieke verlof, terwijl anderen langdurige verloven verkregen hebben voor het verrichten van noodzakelijke werkzaamheden of de uitoefening van hun bedrijf. Er zijn personen geweest, die in den tijd, dat zij in dienst vertoefden, een grooter inkomen hadden dan ooit te voren in de burgermaatschappij, terwgl anderen zeer sterk gedupeerd zijn geworden door het dienstverband. Er zijn menschen, die gedurende hun mobihsatietijd hun inkomen geheel of voor een grooter of kleiner deel behielden, terwiijl voor anderen die gunstige omstandigheid niet bestond; Verder is er in verschillenden vorm steun verleend pok aan degenen die vóór 1 Aug. 1918 gedemobiliseerd zijn o a. door de Nat. Vereeniging tot steun van miliciens. Met deze en meer andere factoren zou moeten worden gerekend om tot een billijke steunverleening te komen, maar ieder zal hebben toe te geven, dat dit strikt genomen onmogelijk is. Voorts beteekent een uitkeering.aan allen, dat gegeven zal worden ook daar waar het absoluut overbodig is. Een uitkeering van f 6.— per maand aan ieder over het tijdvak waarin hij gemobiliseerd was, zou big een gemiddelden diensttijd van + 2 jaar voor zeg 200, 000 menschen neerkomen op 'n uitgave van f 30, 000, 000.

Tot zoo iets kan geen medewerking verleend worden door hen, die op ernstige wijze én met de belangen der gedemobiliseerden én met de financiën van den Staat wenschen te rekenen.

Ook verlieze men de veelszins demoraliseerende werking van dergelijke uniforme regelingen niet uit het oog. Reeds de steun aan hen, die op of na 1 Aug. 1918 den dienst verlieten, droeg in verschillende gevallen het karakter van gelduitdeeling zonder eenige noodzaak, en werkte in andere gevallen het kwaad van-niet willen-arbeiden en steunen-opde-uitkee^ing in de hand. Daarmede mag niet worden voortgegaan. De toestanden ' in het buitenland leeren ons tot welke ellendige gevolgen dit leidt. Steun door bevordering van arbeidsgelegenheid, niet steun door gelduitkeering sta op den voorgrond, en worde krachtig gepropageerd. Productie, productie en nog eens productie heeft te zijn het wachtwoord van onzen tijd.

Daarom moet niet geijverd wórden voor een steunregeling aan de gedemobiliseerden van vóór 1 Aug, 1918, zooals die voor hen welke na 1 Aug, 1918 den dienst verlieten is vastgesteld, maar voor een regeling, die hen, welke werkelijk aan steun behoefte hebben, helpt, en dit kan slechts geschieden als men de betrokkenen verwijst naar het Koninklijk Nationaal Steuncomité en zijn organen.

Dit is een .sociaal instituut en helpt ook kleine middenstanders. En in dezen zin behoort o, i. ook de Tweede Kamer te beslissen, al zal de sociaal-democratie en het communisme zich daartegen uit propagandistische overwegingen verzetten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Steun aan gedemobiliseerden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's