De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

Wij hebben geen gelegenheid gehad een overzicht te geven van een artikel uit de Stemmen voor Waarheid en Vrede waarin gehandeld werd door een emerituspredikant over de oplossing van het kerkelgk vraagstuk. Om toch iets van dit artikel te laten lezen en alzoo te weten in welke richting de gedachten bij meerderen in dezen tijd gaan, nemen we hier over wat in het Weekblad voor Vrgz. Hervorfnden in een Ingezonden stuk door ds, W. Meindersma naar aanleiding van bovenbedoeld artikel wordt geschreven.

Men leze:

Eene Oplossing van het Kerkelijk Vraagstuk?

In het nummer van 16 Januari gaven wg een overzicht van een artikel uit de Stemmen voor Waarheid en Vrede over de bestuursinrichting onzer Kerk.

-fe de Februari-aflevering geeft de ongenoemde auteur, een emeritus-predikant in den Haag, het vervolg, dat nog belangrijker is, omdat niet meer en minder dan een weg wordt aangewezen voorde oplossing van het richtingsvraagstuk, een weg, die naar schrgvers oordeel ook door hem en zijne orthodoxe geestverwanten kan worden betreden. Wij meenen, dat met twee handen het voorstel door ons, vrijzinnigen, moet worden aangegrepen, gedachtig aan het: beter een half ei dan een leege dop.

Wel meent de schrijver, dat voor de orthodoxie het beginsel van evenredige vertegenwoordiging en ook de beginselen, neergelegd in het ontwerp van den modus vivendi en het reglement op het stichten van filiaal'gemeenten, welk laatste con-' cept hij noemt „een knap uitgewerkt stuk", zullen big ven stuiten op haar „non possumus", maar toch dient de Kerk het richtingsverschil te erkennen als eisch van zuivere democratie.

En nu kunnen wg verder onzen auteur aan het woord laten. Volgens hem lag voor de orthodoxie de fout der twee laatstgenoemde reglementen hierin, " „dat zij aan die op geestelgke verzorging naar hun eigen geweten rechthebbende kringen de macht verleenden, om te heeraohen over de bestaande gemeente, waarbinnen zg zich bevinden. Die gemeente immers moest, tegen haar geweten, hare kerkgebouwen, hare predikbeurten, het deel harer inkomsten voor predikant, eeredienst, afstaan'aan die kringen. Dit is op geenerlei wijze, hoe vernuftig men ook een reglement in elkaar zette, te verkrijgen. Het zou een geweldpleging zijn, die tot bitteren strijd in plaats Tan tot „lief rustig naast elkaar leven" zou voeren".

In plaats hiervan wil nu onze auteur het volgende: „de Kerk erkenne het recht van zulk een kring van lidmaten, die zich binnen een territoriaal begrensde ge' meente bevindt, met welke hij om des beginsels wil geen gemeenschap houdt, en die zich, naar de belofte der lidmaten, aan de verordeningen der Kerk onderwerpt. Zij late dezen kring de vrijheid, zijn kerkeraad volgens de geldende reglementen te kiezen en zyn evangeliebediening volgens de reglementen in te richten. Zulk een kring draagt geheel en al zijn eigen lasten, maar is dan ook vrij van die, welke op de andere gemeenteleden rusten. Hun lidmaatschap van de bestaande gemeente gaat over op de nieuw gevormde. Natuurlijk moet een reglement het aantal lidmaten bepalen, in evenredigheid van de talrijkheid der leden van de territoriaal begrensde gemeente, hetwelk minstens tot vorming van eene dergelijke .hulpgemeente wordt vereischt. Ook zal de hulpgemeente zich door een duidelijken naam moeten onderscheiden, b.v. Nederd. Herv. Hulpgemeente te Hilversum. In groote steden. zouden de hulpgemeenten zich noemen" bijv. naar den naam van het gebouw hunner samenkomsten: Nederd. Herv. Gemeente , Bethel" te..., en dergelijke".

Tot zoover onze auteur. Neen, zijn voorstel bevredigt ons niet volkomen. Dat de leden der hulpgemeente geene lasten voor de moedergemeente behoeven te dragen, dat is. niet meer dan billijk, maar onbillijk zoude het ziju, als zij en inzonderheid de voorgangers der hulpgemeenten van alle recht op de geldmiddelen der moedergemeente zouden zijn uitgesloten ; wij denken hier aan de rijkstractementen, pensioen-en weduwenrechten etc. Maar dit is eene quaestie van nader overleg. Als vrijzinnigen en ethischen het met elkaar eens konden worden over dat, wat onze auteur in enkele lijnen schetst, dan was o i, veel gewonnen, en wij meenen, dat de Ver. van Vrijz. Hervormden, daar invoering van het regl. op het vormen van filiaal-gemeenten nog wel tot de vrome wenschen zal blijven behooren, ernstig deze oplossing van het kerkelijk probleem, al is zij dan niet afdoende, onder de oogen moet zien.

W. MEINDERSMA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's