Stichtelijke overdenking.
De rechte overgave.
2 Sam. 15 vers 25b—26.
Een der donkerste bladzgden uit Davids levensboek zien we ons hier voorgelegd. De grijze vorst n.l. moet vluchten voor zgn eigen kind. Zijn beste raadsman is tot Absalom overgeloopen.
Denkt u dit eens in — alles waggelt. Zijn rijk staat op het punt in te storten. Wat moet hg nu doen?
Onmiddellqk het leger bgeeoroepen, dadelgk zijne dapperea rondom zich vergaderen. Die zoon moet worden gestraft op een harde wgze, en dat volk, dat zich niet schaamt een ouden koning ontrouw te worden, zal bitterlgk worden getuchtigd. Niets van dit alles.
David heeft slechts éen raad: ^laat ons vlieden." Laat on» uit de stad zoo spoedig mogelijk wegvluchten.
Maar David, hoe heb ik het nu? Waar is uw moed gebleven ? Wat is uw leven u "waard als ge zult moeten ronddolen ln den vreemde? Wat zal een ieder van u denken?
Dat ge een.lafaard zijt? Foei, is dat het doen van den overwimaaar van Goliath?
Niets vermag David tegen te houden. Hij-gaat. En hoe gaat hq nu?
Te voet Het koninklijk rgdier wordt niet gezaadeld. Hij beweegt zicb zoo tusschen zjne getrouwen.
Wie nauw toeziet, bemerkt onmiddellijk dat hier een raadsman aanwezig is, die van beteren raad dient dan Achitofel, De Heere Zelf is zijn voorlichtear. 't Ware anders een vreselke moeiilijke gang. Van alles wat "hem tot nu was overkomen was dit het allerzwaarste. Ieder die mede öptrofk gevoelde er iets: van. We lezen dan ook, dat het gansche land weende met luider stem, als het' volk overging.
Het Kédron-dal ziet de droeve schaar voorttrekken. De koning met vrouwen en kinderen, benevens de lijfwacht. En wie we niet mogen vergeten : Zadok, de Priester en de Levieten, dragende de Arke des Verbonds.
Dat is iets schoons, dit heeft een heer-Igke profetie in, zegt ge. Als de Ark slechts mede mag optrekken.
Zoo denkt David er niet over, Aan de Ark heeft David niet veel. Deze zal hem geene overwinning bezorgen. Hij staat hierin anders dan Hofni en Pinehas in hunne dagen.
Deze trokken op, meenende als zij de Ark maar bij zich mogen hebben, dat alles gereed is, 't Was toen wel anders gebleken.
„Breng de Arke Gods weer in de stad", zoo luidt het koninklgk bevel.
En nu spreekt de koning een woord, dat u voldoende licht geeft omtrent zijn zielstoestand, zqn gemeenschap met den Heere. Als een onwaardige in zichzelf geeft hg zich geheel in Gods hand.
„Indien ik genade zal vinden in des Heeren oogen, zoo zal Hij mij wederhalen en zal ze mg laten zien, mitsga-ders Zgn woning, maar indien Hij alzoo zal zeggen: Ik heb geen lust tot u ? zie hier ben ik, Hij doe mij, zooals het in Zgne oogen goed is."
Hij vertrouwt zich geheel aan Gods genade toe.
Niet „ik zal wel wederkeeren. Geen nood, ik heb nog genoeg dapperen overgehouden. De Krethi en de Plethi bleven mg getrouw, ook staat Joab met vele dapperen nog aan mijne zijde, tegen deze kunnen Absalom en zijn jonge krggers het toch niet uithouden. Ik zal, hoop ik, wel spoedig weer hier zgn."
Neen, . God zal, als Hij genade bewijst, mg terughalen
Ge ziet hier een kind vertrouwensvol het hoofd nederleggen aan den vaderlijken boezem.
Zouden de bekende woorden uit Ps. 42 toen niet aan des Dichters ziel zijn ontrold.
O mgn ziel, wat buigt g' u neder? Waartoe zijt ge in mg ontrust? Voedt het oud vertrouwen weder: Zoek in 's Hoogsten lof uw lust.
De Heere zal mg wederhalen. En waartoe?
Om hem op den troon te herstellen ? Om hem wrake en voldoening te geven over de afvalligen ? Om als 2de overwinnaar van Goliath den zegezang op de lippen te leggen?
Neen, om de Arke Gods weder te zien in het heiligdom. Om daar in te gaan met Gods vromen en den Naam des Heeren groot te maken.
Hoe David zich geheel heelt overgegeven, blgkt uit de woorden, welke hij nu spreekt, zoo volkomen. Indien de Allerhoogste zeggen zal: „Ik heb geen lust in u, zie, hier ben ik. Hg doe met mg wat goed is in Zgne oogen."
'k Geloof niet, lezer, dat een betere gesteldheid op deze wereld licht kan worden gevonden voor een kind des Heeren dan hier. In deze gestalte ziet ge den vrome op het allerschoonste. Zelden of ooit krggt ge zoo kostelgk te aien wat de Geest des Heeren vermag. Temidden van de grootste onheilen, als troon en rgk in elkander zinken, als ballingschap voor de deur staat, ja mis w schien de dood hem zal vinden, als alles tegenloopt, vleesch en bloed samenspannen, om dan nog te zeggen met woord en daad: Hg doe met mij naar wat in Zijn oogen goed is. D i. goddelgke taal.
De Priesters, tot wie deze woorden gericht werden, mogen terugkeeren. De Ark, welke zg bij zich hadden, in haar vorige stee hersteld, de Heere wgkt met Zijne genade niet een oogenblik van hem.
Neen David, ge moogt nu nog de gedachte uitspreken, dat het mogelgk zgn kan dat de Heere zeggen zal: Ik heb geen lust tot u." In een zondaar, die zoo voor Hem staat, heeft God wél een lust. Straks zal hg het merken.
De Priesters keeren terug met de Ark in hun midden. David moet het hoofd afwenden want dat valt hem uiterst zwaar. Denkt maar eens aan Psalm 84. Daar benijdde hij de zwaluwen, want deze leggen de jongskens neder in de schaduwen van het altaar. Hij moet thans dwalen en dolen buiten de nabgheid, buiten de stad.
Hij weet de oorzaak : 't is zijne zonde. Hg heeft het zelf over zich heen gehaald. Hg bekent zijne misdaden, niettemin valt het hem o zoo moeilgk.
Ziet hem maar eens henengaan.
Toen de priesters uit het oog zgn verdwenen, gaat ook David heen, over den Olijfberg opgaand en weenende. Het hoofd omwonden, barrevoets.
Wie hier van verre staat mag hierin een zekere tegenspraak beluisteren, doch wie de wegen des Heeren kent, zal het duidelgk wezen: van binnen is het toch stil. Daar zingt de ziel:
Mijn ziel is immers stil tot God Van Hem wacht ik een heilrgk lot Hg immers zal mgn rotssteen wezen,
Maar daarnaast blgft staan : Mgn vleesch en mgn hart bezwgken.
't Was voor David zoo zwaar zgn Jeruzalem te moeten vaarwel zeggen, zijn heihgdom te moeten missen, over den Olijfberg te moeten klimmen. Vandaar de tranen. Maar onder alles door en over alles heen blijft dit levend in zijn ziel „als God mij genadig is, zal ik Jeruzalem weder aanschouwen, zal ik weer ingaan in Gods heiligdom, zal ik weer als koning terugkeeren."
We willen hier eens een enkele vraag stellen.
Wat dunkt u, lezer, van zulk eene verhouding als hier was tusschen David en zgn God? Is het niet iets schoons in bange dagen zulk een toevlucht te kennen ?
David was in de zonde gevallen, helaas diep gevallen, de schaduwen daarvan zouden hem volgen tot aan het graf toe. In zijn kinderen kreeg hij de straffende hand des Heeren te merken, maar in deze kastijdingen werden Gods vertroostingen rijkelgk zijn deel. De Heere hield hem kort achter zich aan. Hg mocht voor een tijd worden gescheiden van wat hem lief waa, straks treedt de hereeniging in. Hg mag Jeruzalem weer begroeten. Hg gaat weer tempelwaarts. Hij mag de Arke weer zien.
Kent ge nu, ook iets van deze overgave, lezer? In donkere tgden zien we het licht het beste. In dagen van beproeving weten we het best wat we aan een goeden vriend hebben.
Kent ge den Heere ook aldus ? Dan weet ik zeker dat ge twee dingen zult verstaan, n.l.: ik heb alles verzondigd en ik kan mij op Gods trouw volkomen verlaten. Davids God is een God van waarheid.
Nu behoeven we, als we hier een vluchtenden koning zagen, geen vergelijkingen te treffen met een anderen vluchtenden monarch, de vraag immers blijft: hoe staan wij temidden van de gebeurlijkheden des levens ? Wanneer wij gezondigd hebben, dat we dan als David doen: belijden met tranen. Als we geslagen worden, dat ook onze gang zg als van David: als ik genade gevonden al hebben, zoo zal Hij mg wederhalen. Dat ons levenslied zijn.mag:
Lieve Jezus, vol van trouwe. Die mgn Zaligmaker zgt, 'kHeb nog van mgn keus geen rouwe 'k Hou 't met U in eeuwigheid. 'k Blgf daar liggen aan Uw voeten, Gij zult mij nog eens ontmoeten, Uw verbond zal eeuwig staan, En'die liefde, en die liefde, En die liefde nooit vergaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's