Uit de Pers.
Wijziging Belijdenis, Liturgie en Kerkorde.
Ds. H. C. van den Brink, van Dieren, schrijft in de Geref. Kerkbode voor Zutphen-Dieren het volgende artikel:
Onderscheidene (Geref.) Kerkelgke bladen spreken de wenscbtelgkheid uit, om wijziging te brengen in onze Kerkelgke geschriften, onze Bdijdenia, Liturgie en Kerkenordening.
Reeds jaren lang zijn stemmen in die richting op den kansel en in de pers opgegaan. Zelfs kan gezegd worden, dat veranderingnoodzakelijk, dringendnoodzakelijk is. Hoe uitnemend toch genoemde geschriften zgn, kenmerken van een tgd van diep geestelgk leven en rgke geloofskennis, •— ze zijn toch kinderen van hun tijd. Ze spreken de taal der zestiende eeuw, voor ons, kinderen der twintigste, nauwelijks meer verstaanbaar. Bovendien, het leven stond niet stil gedurende die eeuwen. Inzonderheid door de wonderlijke opbloeiïng van het Calvinisme in ons vaderland gedurende de vorige eeuw is het inzicht in de leer der Waarheid verrijkt en verdiept. Terwijl door den invloed van rationalisme en revolutie velerlei dwalingen ontstonden, welke onze Vaderen niet keuden, althans niet in den vorm, welken zij thans hebben aangenomen, en in de verhoudingen op . menig levensgebied, inzonderheid op maatschappelgk terrein, , veel werd veranderd.
Zal de Kerk niet nog' meer worden teruggedrongen dan reeds geschiedde; zal zij haar beteekenis voor ons volksleven niet steeds meer zien verminderen; zal zg niet al meer in ledental verminderen door afdwaling en afval — dan moet zij het woord van haar tijd spreken, de Waarheid belijden overeenkomstig de behoeften en belangen harer tegenwoordige leden, en in haar officieele handelingen, diensten «n samenkomsten zich aanpassen aan het karakter, dat onze eeuw vertoont.
Zal er thans van zulke wijzigingen iets komen?
Zooals we reeds zeiden, er is al jaren lang om geroepen. Maar het was als een roepen van een stem in de woestijn. Indien er al eenig antwoord op kwam, dan was het: „de tgd is er niet rijp voor; er zal zooveel stof door worden opgejaagd; zelfs is twist en tweedracht, verdeeldheid en verscheuring te vreezen!" En door zulke en dergelijke beweringen, geuit door onze vooraanstaande mannen in de pers en op kerkelgke vergaderingen, werdt ge dan met uw „vooruitstrevende" gevoelens in een hoek geduwd.
Zal het nu anders gaan ?
De voorteekenen lijken niet ongunstig. De wereldschokkende gebeurtenissen, welke wij beleven, beginnen ook ons Kerkelijk leven, tot dusverre zoo starconservatief, aan te roeren. Nieuwe tijden vangen aan, dus luidt het wachtwoord dezer dagen. En de Kerk heeft de roeping leiding te geven aan het leven, dat zich nieuwe banen zoekt.
Stof tot wgziging is er genoeg. Tal van pantheïstische, theosophische, socialistische leeringen vragen om het Kerkelijk woord, dat tegenover de leugen de belijdenis der Waarheid plaatst. De Formulieren voor de bediening der Sacramenten, met name voor die van het H. Avondmaal, en voor de Huwelijksbevestiging dienen op menig punt herzien te worden. Dat de Gemeente zelve wat meer actief optreedt in hare samenkomsten onder de bediening des Woords, wordt terecht wenschelgk geacht; maar liturgisch missen we daarvoor alle regeling. Voor de uitbreiding van het gering aantal geestelijke liederen, dat aan den Psalmbundel is toegevoegd, gaan al meer stemmen op. De Psalmen zelf vereischen herziening, zoowel wat de bergming als de zangwijze betreft. Het diakenambt komt, althans op de meerdere. Kerkelijke vergaderingen, niet tot zijn recht. Vragen als: of er een diaconessenambt is, en indien ja, of het dan ook niet moet worden ingesteld; of aan de vrouwelijke lidmaten het stemrecht, zoowel actièf als passief, toekomt; hoe de gaven en talenten, door den Heere aan de zusters verleend, in het Kerkelijk verband aan de Gemeente ten goede kunnen komen; en zoovele dergelijke vragen, theoretische en practische, moeten toch eindelgk eens beantwoord worden.
Het komt er nu maar op aan, dat het ditmaal niet eens bg woorden blijft; dat de zaak der herziening worde aangepakt en op de eerstvolgende Generale Synode aan de orde gesteld. Het duurt nog anderhalf jaar, eer de Synode samenkomt. En als dan voor een en ander commissies worden benoemd, wat de gebruikelijke en ook goede weg is, dan verloopen er nog drie jaren, voordat een beslissing genomen kan worden. Is het noodzakelijk — en dit is zeker wel het geval, wanneer het gaat over belangrgke punten der Belijdenis — ook nog met andere Kerken van Gereformeerde gezindte in overleg te treden, dan kost dit ook tijd. Overhaasting mag er volstrekt niet zgn, waar het zoo gewichtige en ingrgpende zaken geldt. Indien er slechts een begin mede wordt gemaakt! Dat alleen kan bevrediging wekken. We hebben al woorden genoeg gehoord, we verlangen en verwachten thans daden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's