De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN.

16)

Om dus den vrede met haar ouders en haar zuster te bewaren, zou ze dan maar zooveel mogelijk de woning van oom en tante mqden.

Dat alles overlegde ze, nu ze door 't dorp liep naar haar bestemming. Bij oom Johannes was ze in de heenreis geweest, om zich den weg naar haar ouders te laten uitduiden; nu wipte ze er nog even binnen.

„Hoe vond je 't daar, Ombra? " Zoo overviel haar terstond tante Betje.

„Och, tante! heel goed; als 't maar geen kroeg was. Ik begrijp vader niet; maar van moeder en Femma heb ik ook geen verstand; zq schgnen niet buiten een herberg te kunnen leven I"

„Jg wel, hé meid? " zei tante en pakte en schudde weer even haar arm. „En is 't je goed bevallen in de kerk? Ik was toch zóó blij, dat ik je daar zag. En oom ook. Je gaat zeker wel altijd nu? "

„Ja zeker, tante! Maar 'k hoor toch liever oom bidden; ik begrijp dat beter I"

„Och, kindi je zult daar wel aan wennen; je leert dat wel. — En lees je nu ook altgd een kapittel bq 't eten? "

„Sientje en iksamen, tante! Vast tweemaal daags."

„Ja, kind! je moet den Heere maar zoeken en in Zijn wegen wandelen 1 Daar is vrede en heil, en welvaren ook! — Wil je nog gauw een boterham? — Nou, dan wat uit het trommeltje!"

Ombra bedankte voor alles en ging nu vlug heen, nagezien en nog eens toegewuifd door haar tante, 't Onheusche verwijt van haar vader was ze nu al weer vergeten en met een van geluk stralend gelaat, buiten 't dorp omringd door volle Meiweelde, stapte ze naar huis. Boven haar groenden de hooge eiken, rechts en links wisselden bonte weiden en welige akkers elkander af en vóór haar lag het uitgestrekte buiten „De Polen", voor haar nu reeds, of nu nog, de liefste plek van de wereld.

Haar zwol de borst van dankbaarheid.

HOOFDSTUK VIII.

De verandering van Ombra's omgeving uit een roezemoezig herbergleven naar de stille, eenvoudige deftigheid op een zeer vrij gelegen buiten, was overweldigend. Ze zag, ze voelde 't, dat ze plots in een andere, voor haar boven alles bekoorlgke, wereld was overgestapt.

Alles wat tot „De Polen" behoorde, was omzoomd met een strook van drie, vier rijen hooge boomen, waaronder dicht kreupelgewas het onmogelijk maakte, er doorheen te zien. Binnen dien zoorn was het als een paradgs. Van den weg had men alleen een vrij gezicht, over den vijver en den voortuin heen, op den gevel van het groote gebouw, dat slechts in 't midden een bovenverdieping had. Mijnheer Brants was stil; mevrouw, druk. Ze hadden één zoontje, Max, een stevige, gezonde jongen.

Max was er 't middelpunt van 't leven. Bijna alles, wat er op „De Polen" gedacht, gesproken ongedaan werd, wentelde zich om 't leven van den eenen erfgenaam. De jongen behoefde niets te leeren, niets te worden in de maatschappij, maar hij moest leven, heel lang leven. Bg alles werd steeds eerst gevraagd, of 't al of niet goed zou zijn voor Max.

Max moest veel in de buitenlucht; daarom was dit buiten hier aangekocht. Hij moest gevrq waard zijn tegen wind en tocht; daarom was heel het landgoed omluwd met dicht geboomte. Hg moest nooit natte voeten kunnen krijgen; daarom liep door heel het terrein een verhoogd plankenpad. Hard loopen, hoog en ver springen eischte te veel hartslag en daarom speelde hij nooit dan onder toezicht van zijn moeder.

En — want daarvan was vooral een lang gezond leven afhankelijk — Max moest immer veel eten en steeds van 't krachtigste, voedzaamste. Echte wijn was ook versterkend, en dus dronk Max bij zijn maaltijden wijn.

De jongen was gedrochtelijk dik.

Zgn stand bracht mee, dat hij met bijna niemand in aanraking kwam, en daaraan was dit voordeel verbonden, dat zijn domheid voor de wereld verborgen bleef.

Toch was 't een echte, goede sul, bezield met denzelfden levensernst als zgn mama. Want dat immers is ernst, ( iemand bij al zijn denken, doen en denken slechts 't oog richt op één zaak, altijd op dezelfde zaak.

En die zaak was voor beiden, moeder en zoon, een gezond lichaam en een Is leven. De jonge jongen was zich bij alles bewust, wat lichamelgk voor hem was, en daarom vooral was de trots en hoop en vreugde zijner moeder. Anderen trots kende ze niet, en daarom hield elkeen van haar: zij maakte geen onderscheid tusschen arm en rijk. toch wel, want aan de rijken had ze voor haar jongen niets, aan de armen veel. Of konden de rgken voor haar spinnen, weven, breien, naaien? Uiteraard de armen wel.

Wollen, echte wollen kleeren waren voor de gezondheid noodig. Maar ze wantrouwde fabrikanten en winkeliers En' daarom had zg zelf schapen, liet door een bekwame spinster de wol tot garen verwerken, en ouderwetsche breister moesten daarvan ondergoed maken.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's