De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Jezus dan wetende alles wat over hem komen zoude, ging uit, en zeide tot hen : wien zoekt gij? Zij antwoordden hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen : ik ben 't. En Judas, die hem verried, stond ook bij hen. Als hij dan tot hen zeide: k ben het, '-gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde. Hij vraagde hun dan wederom wien zoekt gij ? En zij zeiden : Jezus den Nazarener. Jezus antwoordde: k heb u gezegd dat ik 't ben. Indien gij dan mij zoekt, zoo laat deze henengaan ; Opdat het woord vervuld zoude worden, dat hij gezegd had: uit degenen, die gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren. Johannes 18 : 4-9.

Daar is een schoone „profetie in feiten", waarop 't licht der vervulling duidelijk afstraalt, en de beteekenis voor een geloovig volk verhoogt.

Door de geschiedenis van Izaaks offerande speelt 't licht, als 't morgenlicht door dicht geboomte. Leest gij van de gewilligheid van den zoon, en van zijn stillezijn in 't woord zgns vaders, als deze hem zegt: „De Heere zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mqn zoon"; hoort gg straks, op den top des bergs gekomen, dat hij zich laat binden, en op 't altaar laat nederleggen, dan treft u dit altijd weer. En niet minder roert het u, als de banden van Izaak losgemaakt worden door bizonder bevel en op 't altaar 't lam wordt geofferd, 't welk in de struiken verward zat. Izaak komt vrij; 't lam wordt geofferd.

Wij volgen 't oude spoor en lezen daarin van de overgave van 't Lam Gods, 't welk de zonde der wereld wegneemt. Daar is 5n 's Heeren werk zoo'n vaste gang. Een der vroegere Godgeleerden sprak er van, dat het N. Testament in 't O. Testament verborgen lag en het O. Testament in het N. Testament opgehelderd werd. Dat mocht hij zeggen en wij protesteeren daar niet tegen.

Vooral als we de geschiedenis van Abraham's zoon lezen en daarna gedenken aan wat de Vader deed, die Zgn Zoon gaf en overgaf; en aan dien Zoon, die Zich binden liet, opdat Hij ons zou ontbinden (Avondmaalsformulier); dan luisteren wij met aanbiddende bewondering naar de „profetie der feiten" en zien vol aandoening hare vervulling, zoo voller en uitnemender in openbaring van de liefde Gods,

In 't Schriftdeel, hierboven gesteld, spreekt God van ontzaglqk heerlijke dingen, 't Ging alles zoo vlug in zqn werk op dien Donderdag en Vrijdag; wij kunnen het ons haast niet voorstellen, dat dat alles in zoo kort tijdsbestek is doorleefd en doorgestreden door den Heiland.

Die ontzettende strijd in Gethsémané! Dat betreden van zulk doornig pad, nu «Hij Zijne ziele bizonder stelt tot een rantsoen voor velen"!

't Jaar des welbehagens, de dag der wrake is aangebroken. De straf, die ons den vrede aanbrengt, is op Hemendoor Zqne striemen brengt Hg genezing voor een volk, dat den last des toorn Gods tegen de zonde niet dragen kon en daaronder eeuwig had moeten verzinken.

Daar is een volk, dat door genade des H. Geestes met den apostel zegt: do zonde is mij de dood geworden; en 't geen ik nu leef, dat leef ik door 't geloof des Zoons van God.

Maar ik wou eigenlijk niet teruggaan in de geschiedenis des lijdens, d. i, de geschiedenis der liefde.

In volkomen onderwerping aan den wille Zijns Vaders, had de Heere bemoedigd en bemoedigend gesproken: Staat op, laat ons gaan, zie, hij is nabij — en hij niet alleen, doch de liefde zegt niet meer — hij is nabij, die Mij verraadt. Eén van de twaalve kwam aan 't hoofd eener groote bende.

Als de innige band des geloofs ontbreekt, dan komt er soms onverwachts eene kleine omstandigheid, waardoor de krisis wordt verhaast en naar buiten openbaar wordt, hoe het eigenlijk van binnen gesteld is. Dan wordt de uitwendige gemeenschap verbroken en er zgn helden, die den nacht noodig hebben voor hun werk.

Judas is genaderd en met hem een groote bende. En't was nacht; misschien was de hemel bewolkt.

Die „bende" draagt lantaarnen en fakkelen en wapenen, gelijk nog altijd er een bende optrekt om bg hun licht en met hunne wapenen Jezus te vangen.

Zij zijn over de beek Kedrons heen en naderen den hof. Zij komen in den hof en staan, eer ze het vermoeden, vlak onder 't oog van den Koning, dien zij willen (en moeten !) binden.

De Heere hoorde in die voetstappen de aannadering van Gods gerechtigheid, wegens de zonden van al Zijn volk.

O! daar is zoo'n droeven achtergrond in deze historie.

Eens was in Eden Satan ingekomen en hij had allen mensch in boeien van zonde en banden des doods geslagen, en vandaar die groote ellendigheid en die schrikkelijke onmacht ten goede en die geneigdheid tot alle kwaad, 't Vergulden dier boeien ontslaat niet van die ontzettende gebondenheid aan zonde en dood, maar predikt te duidelijker hare werkelijkheid. Daar is in de zonde niet slechts een macht, die bindt; zij zelve kluistert den mensch en bindt het oordeel te vaster.

En nu komt die vorst, in heel die toerusting en met al die wapenen in dezen hof om den tweeden Adam te binden, hoewel hij zal ondervinden, wat de Heere vroeger had gezegd: „bijkomt, doch hij heeft aan Mij niets." '

't Ging ook toen om den Koning en in Hem om al Zgn volk; om u en mg, om allen wien 't werk van den Middelaar is toegerekend.

In heilige gewilligheid, in onderworpenheid aan Zijnen Vader treedt Jezus de hel tegen en al Zijn macht, opdat het welbehagen des Heeren door Zijne hand gelukkigliijk zou voortgaan.

Adam viel; Jezus staat in de gehoorzaamheid aan Zijnen Vader.

Toen menschen Hem Koning wilden maken, , ontweek Hg aan hunne handen; thans treedt Hij Zijne vijanden tegen en zegt in de daad reeds hier: Niemand neemt het leven van Mg, maar Ik leg het van Mijzelven af.

Hij Zich onttrekken? Neen, neen! O! als dat eens zoo geweest ware.Maar Hg gaat in in dezen weg van smarte, smaadheid en vloek, omdat Hg weet, alles wat over Hem komen zal, omdat dit de weg is om Godes gerechtigheid te voldoen en er geen verlossing is voor Zijn volk zonder deze banden.

Dit wee en de ellende van. diepe wateren moeten over Hem komen; dezen last des toorn Gods tegen de zonde moest Hij dragen ter vervulling Zijner Hoogepriesterlijke offerande.

Zg mogen rekenen op verwoeden tegenstand, of lafhartige vlucht; zij weten niet, dat Hij geen zwaard zal gebruiken (éen der Zijnen doet het, maar kon het niet al te best hanteeron, naar ik acht!) maar den drinkbeker drinkt^ dien de Vader Hem geeft.

't Is Zgne ure. Hij vlucht niet, omdat het Zijn lust is een vluchtend volk te redden, en voor de vreugde Hem voorgesteld kiest Hg dezen weg.

Wat heeft Gods volk een gewUligen Hoogepriesterl En wat is Hg weinig bekend bg een wereld, die Hem en Zijne waarheid nog altijd wil binden! Ik zie in die menigte met hunne lantaarnen en wapenen een spiegel van onzen tijd, waarin men met eigen licht uitgaat tegen Hem; en die menigte groeit nog aan, allen dag, onder zoovele volkeren, waaronder de afval voortwoekert.

Gebonden met „zoete banden" van eeuwige liefde, gaat Hij Zijne vangeren tegemoet en vraagt hun: Wien zoekt gij ?

Hij staat op 't kruispunt, waar eeuwige liefde de helleboosheid snijdt en weet, dat Zijns Vaders hand ook dezen draad invlecht met teedere zorge. Hij geeft Zich vrijwillig, als een lam, dat stemmeloos is voor dien die 't scheert — wat kon. zoo'n lam stil nederliggen! — alzoo doet Hij Zgnen mond niet open tegen Zijn' Vader.

Op zijn vraag, beschamende vraag, verkrijgt Hij antwoord. Hem wordt gezegd: Jezus den Nazarener. Dat hebben de overpriestersden Romeinschen soldaten gezegd! Allen evenwel voldingen hun schuld door dit antproord; ons is 't goed te weten, dat de Heere menigmaal Zijne vijanden ophoudt met lastige vragen.

Ongedacht roept de Heere soms een mensch tot verantwoording.

Hoe menigmaal werpt Hij ons een vraag voor en wij weten vaak niet wat te zeggen. Zij worden opgeroepen om rekenschap van hunne daden te doen en alle volk heeft er belang bij, dat ze den rechten Man gevangen nemen. Zij moeten wel weten om Wien het gaat.

Eigenlijk gaat het liog altijd om dezen Hoogepriester en Zijn werk. Doch genoeg. De Heere zegt: Ik ben het. Alsof Hij hen wil wijzen op al hun vergeefschen arbeid, met die lantaarnen en fakkelen; zij konden hunne wapenen wel wegwerpen.

Daar zijn soms tijden van ontzettende verblinding, tijden waarin de macht der duisternis groot is. Anders zoudt ge denken: is hier dan geen enkele Romein, die 't gevoelt: wij worden misleid, want een boosdoener.... neen I dat is Hij niet. Leest niemand in houding en in 't oog iets anders?

Maar in deze dagen worden we in de beroeringen der natiën zoo gedurig herinnerd, dat het oordeel over de zonde vaak verblinding en verharding is. Hoe is-anders 't verloop in Gethisemané bij de gevangenneming te begrijpen?

Want als Hg zeide: Ik ben het, gingen ze achterwaarts en vielen ruggelings ter aarde. Daar ging bij dit Zijn woord kracht van Hem uit.

Hierin is betooning van Koninklijke Majesteit, een Majesteit, waarvan Jesaja had gesproken, als hij zea.de: „Hg zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met den adem Zijner lippen zal Hg den goddelooze dooden."

. „Ik ben het", sprak Hij tot beijioediging Zijner discipelen en daarna fluisterde Bij het in levens-of stervensnood en verkwikte Zijn arme volk in benauwdheid. Zulk een: Ik ben het, was hemeldauw voor een geprangd gemoed.

Hier is het waarschuwend om alle Zijne vijanden verantwoordelijk te stellen voor de schuld, welke zij op zich laden.

Machteloos, en sommigen gewond door eigen wapenen, liggen ze terneder. O! menschen, wat doet gij een boos werk met tegen den Heiland op te trekken, 't Getal dergenen, die zich met eigen wapenen kwetsten, is zoo verbijsterend groot en wordt soms hier nog ingezien.

Dezer dagen werd nog in herinnering gebracht het aangrijpend woord, door den socialisten-leider in zijn laatste oogenblikken gesproken. Hij zeide: „Verstoot geen zoekende ziele. 01 wat moet ik lijden. Overal komen ze mij tegen met dreigend opgeheven handen en vloeken mij, dat ik weliswaar hunne stoffelijke belangen bezorgde, maar het geestelijk element hun ontroofd had en hen daardoor ongelukkig had gemaakt."

Ziet de dagen komen, waarin het zelfverwijt en de wroeging velen, door wapenen van eigenwijsheid gewond, zal verteren.

Als Hij straks komt en zeggen zal: Ik ben het! wat zal het vreeselijk zijn achterwaarts te wijken om dan te roepen: misleid, misleid!

In Gethsémané had de Heiland kunnen heengaan met Zijne jongeren; doch Hij was in deze ure gekomen om Zichzelven te geven en al den geslachten te toonen, dat hier alleen sprake is van vrijwillige overgave.

Van' overmacht is bij almacht geen sprake.

In Majesteit staat daar mijn Koning, zegge alle volk, gelgk ik mij indenk, dat de discipelen, aanbiddend stil, naast Jezus stonden. Immanuel, van Wien in de rolle des boeks geschreven stond — en hoeveel! — hoor ik spreken: Ik heb lust, o jGod! om Uw welbehagen te doen.

Hij draagt den scepter. De eere, Hem onthouden in den wég des geloofsonderhandeling, zal Hg eens ontvangen!

Wat is het toch een groote zaak, door genade voorover] gebogen in stof neer te mogen vallen en met gebroken hart door schuldbesef en gebogen knieën Zijne ontferming tijdig (vandaag I) in te roepen; óf ook door de rechte toeëigening door den H. Geest, in Dezen Heere al zijn heil te zien en te zeggen, als die man in mijne nabuursehap: „Zeg maar vrij, dokter, als ik eene ongeneeslgke kwaal heb, want de dood is voor mij geen koning der verschrikking meer."

Zalig alle volk, wiens eere de gesmade Heiland is en wien de wapenen en lantaarnen uit de handen gevallen zijn om in Hem hun alles te mogen hebben.

{Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's