De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 17)

't Was een goedaardige mevrouw, die met het dienstpersoneel omging als met haars gelijken, en immer naar goede gezondheidsvoorschriften bij haar onderhoorigen vischte. En de jongen, wien geen andere levenseisch werd gesteld, dan gezond te zijn en lichamelijk te groeien, ging met de dienstboden om als zijn zusters.

Ombra vond, dat mevrouw juist zoo was als tante Betje, zoo goedig, zoo hartelg k, zoo eenvoudig, maar niet zoo prikkelbaar en — ja, of mevrouw al of niet godsdienstig was, bleef haar nog onbekend, maar 't zou wel.

Sientje was vormelgk godsdienstig opgevoed, en ging uit plicht ééns des Zondags ter kerk; ze bad vóór en dankte na de maaltijden, maar, al had ze 't in den beginne soms gedaan, ze las zelden meer in den Bijbel: de vorige dienstbode hield daar niet van.

Maar nu was Ombra gekomen, en Sientje had al heel spoedig gemerkt, dat de nieuwe, met al haar verlangen naar een hooger levenssfeer, toch een echte heidin was. En omdat tante Betje haar had vermaand om den Bgbel te lezen, en zij hier over met Sientje had gesproken, wilde deze gaarne dat heidinnetje ter wille zgn, en daarom baden en dankten ze, en lazen ze nu tweemaal daags gemeenschappelgk de Schrift.

En Sientje leerde haar de verdeeling van den Bijbel in Oud en Nieuw-Testament en wees haar de voornaamste stukken — naar zij in haar jeugd had geleerd — daarin aan.

En Sientje vertelde ook aan mevrouw, wat 'n heidin Ombra was, en hoe zij haar nu op 't rechte spoor bracht, en mevrouw toonde haar blgdschap, dat dit in haar huis plaats had. Ombra werd er dan wel een beetje de vertroetelinge.

O, ze voelde zich zoo gelukkig. Want wat steeds haar begeeren was geweest, dat had ze nu plotseling zóó volop gekre­ gen, dat z' er tot hals en ooren midden in stond. Geen ruw woord hoorde ze meer, en 't platte en lage was hier geheel vreemd. Alles zweefde hier in een nevel van vriendelijkheid en bescheidenheid, en zooals 't nu buiten was in den tuin, in 't bosch, al groen en bloesem en zang en zonneschgn, zóó dacht het haar in de harten van allen, met wie ze hier omgang had.

In haar eigen hart ruischte het, t' ochtend en t' avond, dag en nacht, van dankzegging, zij 't vaak minder bewust, aan den Vader in de hemelen, die haar lot zoo ten goede had gewend. Zoo er nog iets was, dat als een verstoring daar door heen wentelde, dan was het 't knagend weten, dat haar vader en moeder in een kroeg woonden, en zich daar geheel thuis gevoelden. Maar die verstoring werkte dan weer als een wolk, die even het lieve zonlicht wegstal, om 't straks te glahzender en vroolijker terug te geven. Ze bezat nu, waarnaar ze zoolang had uitgezien: vrede met zich zelf en met alles rondom haar. Ze ging nu naar de kerk, en bad, las in den Bgbel, en 't was haar zoo wel te moede, omdat ze al haar wensch had, en alle goede menschen haar zoo welgezind waren.

Bij oom Johannes telde ze voor een eigen kind. En hem te hooren bidden bleef voor haar het liefste, dat ze zich denken kon. 't Trok haar altijd op van de aarde en uit de sfeer van 't alledaagsche denken en doen; 't was haar een zielestreeling van omhoog, een aanraking van 't waarachtig eeuwige. Maar 't was meteen iets, dat haar aan het vroeger zoo bekende gevoel van leegheid herinnerde en haar nog soms deed opschrikken, omdat ze dan plots even zag, dat er nog niets wezenlijks die leegte had vervuld.

Maar na oom Johannes kwam altijd tante Betje haar innigheid uitstorten door middel van dien hartelijken voelbaren armpak, die Ombra tot in de ziel doordrong en haar zei, dat ze nu juist zoo was als tante Betje. Ze leerde al en zou nog steeds meer leeren: ze was nu op 't goede pad.

HOOFDSTUK IX.

In „De Slurf" zette zich het oude leven uit „De Gouden Posthoorn, " schoon op een lager trap, voort. Op een lager trap: want hier kwamen geen kooplieden en handelsreizigers om er voor eenige uren hun thuis te hebben; hier stappen geen reizigers binnen om wat te rusten en zich te verkwikken. Hier kwam men alleen om borrels te drinken: knapen die zich nog te vreemd, te onbeholpen voelden in een flinke dorpsherberg, • hier onbespied hun gang konden gaan. Vooral 's Zondags vonden een aantal van die jonge kroegkweekelingen  hun aangenaamst verzet, en voelden zich hier mannen worden, de mannen, de menschen, die den rechten kijk op 't leven hadden. En daglooners uit de omgeving die altgd de zwaarwichtige zorg voor vrouw en kinderen voelden, zochten hier zoete vertroosting.

Roosje had de school verlaten om: bij afwezigheid van Pemma en moeder tot hulpe te zijn van vader die doorgaans op den stoel zat, als de oppermachtiche patriarch zijn pijp rookende.

(Wordt vervolgd}

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's