De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 18)

't Was een goedaardig kind met weinig doorzicht en met een gelaat, dat onder alle omstandigheden den bevroren lach van moeder vertoonde. Ze werd groot en dik, maar haar verstand kwam niet boven 't kinderpeil.

Ombra had gedaan wat ze kon, om haar jonge zuster buiten de kroeg te houden, doch niets baatte, omdat vader haar bij zich wilde hebben. Toch wist ze van alles te verzinnen om Roosje nu en dan eens bg haar op „De Polen" te hebben, om haar goeden raad te geven, en te waarschuwen voor 't groote gevaar, waarin ze verkeerde. Ze trachtte haar dan zooveel mogelijk te stellen 'onder den indruk van 't aangename, rustige leven, zooals zij 't daar en bij oom Johannes genoten. Ze vermaande haar om in 't N. Testament, dat ze haar reeds had ge­ geven, te lezen en er naar te leven. Ze moest bidden, veel bidden, want de Heere in den hemel kon haar altijd helpen. De paar uurtjes in de week, die Ombra altijd thuis doorbracht, benuttigde ze ook steeds, om onder vier oogen met haar jonge zuster te spreken. Met tanteBetje sprak ze ook over Roosje, en deed een goed woord voor haar, dat tante haar eens moest aanhalen, en 't zóó schikken, dat Roosje ook oom Johannes hoorde bidden. Want dat bidden hielp 't allermeest, omdat niemand zoo kon bidden als oom.

Dat streelde tante Betje, en ze trachtte dan haar jonge nicht ook zoo toe te spreken, als ze 't Ombra steeds deed, maar ze kon het niet. 't Uiterlijk van Roosje trok haar niet aan, stootte zelfs af, en daar kon tante maar niet over heen. Zg hield niet van 't kind, dat op de moeder geleek, en ze voelde er geen band aan, en dat was voor haar een bewijs, dat de Heere in dit kind niet wat goeds voor Hem had gelegd: zij kon 't niet beletten, dat Roosje in haar zonde volgroeide: 't was evenals haar ouders en als Femma een verworpelinge. Oom Johannes voelde die overlegging en zag de stugge doening van zijn vrouw, en noopte zijn dochter !N^jen, om zich meer aan haar nicht gelegen te laten. En Mien merkte dan aan Ombra, waar 't eigenlijk om te doen was, en zich bewust dat ze over een sleutel had te beschikken, zocht ze naar 't slot en — vond hét.

Mien had iets van vaders ernst en moeders aanvallige openhartigheid. Tot nu was ze nog slechts een enkele maal by oom Aardt in huis geweest, maar nu zou ze er een wit voetje zien te krijgen, al zou ze dan ook elken dag de wandeling naar „De Slurf" maken. En ze deed het, om Roosje,

Ze bracht telkens een versnapering mee, nu voor den een, dan voor den ander en soms voor allemaal. En voor allen had ze een hartelijk, vriendelijk woord.

Met den geestigen oom, die wel eens een vermaning van haar kreeg, en die in haar tegenwoordigheid zqn vloekwoorden inhield, schoot ze zóó ver op, dat zij Roosje nu en dan een paar uurtjes mee mocht hebben. En van lieverlede kreeg ze haar nicht niet alleen mee naar de kerk, maar zelfs naar de katechisatie en meisjesvereeniging.

Er bestond nu zooiets als een Samenzwering, met aan 't hoofd Ombra, en waarvan het groote doel was Roosje uit de kroeg te helpen, 't Meisje zelf echter was zóó onnadenkend, dat ze daarvan niets merkte, wat weer dit voordeel had, dat ze er ook niets van aan haar ouders of Femma kon verraden.

Ombra's plan was zóó: zg zou moeder bewegen thuis te blijven, omdat het met de negotie toch maar slapjes ging, en zg zou dan bijna haar geheele loon in de huishouding geven, waardoor moeders verlies wel vergoed werd. En bleef moeder thuis, dan kon Roosje ook gaan dienen. Femma zelfs was reeds half voor dit plan gewonnen, omdat ze wel inzag dat haar jongste zuster in 't geheel niet voor de herberg deugde.

Reeds had mevrouw Brandts, die ook mee in het complot was, al een bij uitstek mooien dienst voor haar klaar gemaakt, en 't wachtte nu maar alleen op een laatste woord van vader.

Maar, dan werd Femma ziek, zóó ziek, de dokter zei, dat hg gevaar vreesde. Reeds lang voelde ze zich nu onwel, en had ze, wat haar scheelde, verborgen gehouden, omdat ze vreesde dit misschien het begin zou zijn van een angstig einde. En als ze er zich nu overheen zette, moedig, dapper, en' veel wilskracht, dan zou, wat ze voelde wel wegblgven. 't Scheelde zooveel of ze ziek wilde zgn of niet. En hielp het veel dat ze zichzelf de vrees voor gevaar' verborg, het hielp nog meer als niemand: er iets van merkte.

En zoo zich zelf bedriegend, had ze altijd moe en beklemd, beurtelings opverend en benauwd warm, voortgeploeterd van den. eenen dag en week in den andere, immer torschend die steeds zwaarder wordende mand, en zich voortgesleept van huis tot huis, maar altijd: veel valsch gebaar van kracht en moed en  levenslust. Alleen om thuis geen argwaan te wekken had ze tegen heug meug gegeten, hoezeer ze ook merkte dat het haar slecht bekwam.

(Wordt vervolg)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's