De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

Het recht der Gemeenteleden.

In de „Heraut" wgst prof, dr, H. H. Kuyper er op, dat de Kerkenorde der ­ Geref, Kerken ook op het stuk van de verkiezingen dient gewijzigd te worden.

In de Kerkenorde komt het recht der Gemeenteleden om „degenen te kiezen, door wie zij zullen geregeerd worden", niet tot uiting. Dat komt omdat men bg de opstelling van de Kerkenorde de Gemeenteleden niet vertrouwde. „Het recht erkende men, de uitoefening van dat recht dorst men hun niet te schenken". Oorzaak daarvan was, volgens schr., dat de Reformatie der 16de eeuw door de Overheid met geweld werd „geprovoceerd" en er van doorwerking harer beginselen geen sprake was. Zelfs beweerde de bekende Jacobus Koelman in zijn: „Het ambt en de plichten der ouderlingen en diakenen", dat „in vele Gemeenten het meerendeel der Gemeenteleden gansch niet bekwaam was om te oordeelen over de bekwaamheden, vereischt ie in leeraars en regeerouderlingen, ja, dat somtijds het grootste deel der Gemeenteleden et goddeloos, natuurlgk en onvroom was, zoodat zij geen bekwame personen en zouden kunnen of willen verkiezen tot die bedieningen."

„Dat dit bezwaar thans is weggevallen, " aldus prof. K., „zal ieder toestemmen." Hg betoogt dan dat de mannen die met Separatie en Doleantie medegingen, dat vrgwillig en niet om eenig gewin deden. „De groote hoop der volkskerk ging met de reformatie niet mede." En in de tweede plaats wgst hij op de geheel veranderde positie der Gemeenteleden, die hebben te zorgen voor de instandhouding van den eeredienst en voor de armen! Daarom b.v. acht hg het verkeerd, „wanneer de Kerkeraad bg de verkiezing van een predikant de Gemeenteleden als onmondige kinderen behandelt en zelfs zonder hen bq die keuze te kennen, een predikant beroept? "

De Kerkenorde bepaalt nu nog, dat de verkiezing van den predikant door den Kerkeraad geschiedt. In de practijk neemt doorgaans ook de Gemeente zelve aan de verkiezing deel. De Kerkenorde dient op dit punt dus gewijzigd te worden. Ook ten aanzien van do verkiezing van ouderlingen en diakenen, waar bij de revisie der Kerkenorde op de Synode van Utrecht, slechts de mogelykheid werd opengelaten de Gemeente te doen medewerken aan het saamstellen van een groslijst.

Maar vooral wil prof. K. hier het techt der Gemeenteleden in de Kerkenorde zien omschreven, omdat de ontwikkeling van het „ambt der geloovigen" voor de Kerk zelf van zeer wezenlijk belang is en daarin alleen waarborg ligt voor het zuiver houden van de Kerk. Hij wijst er dan op, dat het bederf in de Kerk schier nooit van onderen, maar van boven insloop. „Het zqnde ambtsdragers, juist zij, die de wachters op Sions muren moesten zijn, die 't eerst door dit bederf worden aangetast." Dit geschiedde nq, de stichting der Kerk door de Apostelen, toen Pelagius en Arius optraden. Zoo nog geen eeuw na de Reformatie der 16e eeuw, toen de ambtsdragers het Arminianismo verbreidden. En zoo werd in het begin der 19de eeuw het rationalisme door predikanten de Kerk ingedragen. Daarentegen bleef het „volk" trouw aan de Belijdenis. Zoo zal het ook nu zijn. En daarom moet het ambt der geloovigen tot rijker ontplooiing komen.

„Wie ons Gereformeerde volk kent, weet hoe uitnemende krachten daarin schuilen, om het bederf in de Kerk te weren. En al is het tenslotte alleen de Geest des Heeren, die de Kerk voor inzinking en verwording bewaren kan, toch mag door ons geen enkel middel verzuimd worden, dat in die geestelijke worsteling der Kerk steunen en helpen kan."

— De Luthersche „Wartburg" schrijft een artikel over „Kiesrecht enz." en oordeelt:

„Het is voorzeker normaal, dat een Christelqke Gemeente zichzelf bestuurt, dat dit niet door een besloten clubje gebeurt, maar dat zg in haar geheel haar predikanten en bestuurders kiest. Zoo is het dan vroeger ook geweest. Ze heeft echter haar recht lichtvaardig prijsgegeven of het is haar ontnomen; ze is het kwijt in verreweg de meeste plaatsen. Het is nu de vraag: op welke wijze en wanneer de gemeenten haar recht zullen herkriijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's