De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

9 minuten leestijd

Gereformeerden en Vrijzinnigen.

Het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden geeft in het No, van 20 Maart j.l. nog een artikel in aansluiting aan 't geen wij schreven over de oplossing van het kerkelijk vraagstuk.

Men herinnert zich nog wel, dat ons artikel in deze richting ging: dat er zou komen eenerzijds een Kerk met een belijdenis en anderzijds een Kerk zonder belgdenis; en dat de vrijzinnigen zich dan zouden terug trekken uit de Herv, Kerk en saam zouden gaan wonen in een Kerk zonder belijdenis.

Het Weekblad voor de vrijz. Hervormden antwoordt nu dat het woord „belijdenis" op onderscheidene wijze kan gebruikt worden. Soms verstaat men er onder een in bg zonderheden afdalend belijdenisgeschrift. Maar men heeht er ook wel een veel ruimere beteekenis aan, zoodat het overeenkomt met „karakter, "

Een Kerk met een belijdenis in engeren zin — met een in bijzonderheden afdalend belgdenisgeschrift dus — vindt het Weekblad allerdroevigst, „Zulk een Kerk verafschuwen we even sterk als de gereformeerden haar bewonderen" zegt het Vrijz, orgaan, „Daaruit volgt echter allerminst, dat wij een Kerk verlangen zonder belijdenis, ook zonder belijdenis in ruimeren zin. Zulk een Kerk zou in ons oog gelijk zijn aan een vereeniging zonder doel en statuten".

Dus — het weekblad voor de vrijz. Hervormden ' verlangt „geen Kerk, waarin plaats is voor iedereen, ook voor ongeloovigen b, v. en voor Maria-vereerders". Een Kerk met een belgdenis dus.

Beperkende bepalingen en bepaalde omschrg vingen in zake het al of niet gelooven en belijden, verlangt het Week blad dus. Want als men „ongeloovig' is of als men een „Maria-vereerder" is, dan kan de vrgzinnig-HerVormde met zulke menschen niet samen wonen in één Kerk-gemeenschap.

Dus een Kerk mei een belijdenis, waarin min of meer staat wat men wel en wat men niet gelooven moet of mag,

„Wij verlangen" zoo lezen "we verder „wij verlangen een Kerk, die een ChristO' Igk, een Protestantsch karakter draagt, en dat karakter, die belgdenis, duidelgk laat uit komen" — doch „met groote ruimte voor vrijheid in geloof en verscheidenheid van opvatting".

„Wij verlangen dus een Kerk met een belijdenis in. ruimeren mn" zoo wordt nog eens herhaald.

En dan volgt verder: „In overeenstemming hiermee stellen wij nu de vraag aldus: moet het niet hiertoe komen: eenerzgds een belgdenisKerk en anderzijds een vrgzinnige Kerk, eenerzijds een Kerk met een belgdenis in engeren en anderzgds een Kerk met een belijdenis in ruimeren zin? "

Waarop dan als antwoord gegeven wordt: „Ja, dat achten wg wenschelgk".

„De engeren" en de „ruimeren" kunnen dus, volgens het Weekblad, niet in één kerkgemeenschap samen wonen of samen blijven.

En al betreurt het Weekblad het ten zeerste, dat het zulk een scheiding moet wenschen, het moet nu eenmaal; want het Weekblad verwacht niet, dat de voorstanders van een Kerk met een belgdenis in engeren zin van inzicht zullen veranderen. Wel zou het Weekblad het eersi liever beproeven met een gedeeltelijke scheiding, die gemakkelqk na eenigen tijd weer zou kunnen worden opgeheven, met zulk een gedeeltelgke scheiding als mogelgk wordt gemaakt door het Reglement op het vormen van filiaal-gemeenten.

Maar nu de voorstanders van een Kerk met een belgdenis in engeren zin zich met hand en tand daar tegen verzetten en vreedzaam samen wonen met anders denkenden ongeoorloofd big ven noemen, „moeten wg" — aldus het Weekblad — .wegens de moeilijkheden en de ellende, waartoe de bestaande toestand leidt, de bedoelde scheiding wenschelgk noemen".

Hierin stemmen het Weekblad en de Waarheidsvriend dus overeen: dat er scheiding moet komen tusschen vrijzinnigen en gereformeerden — ofzooals het Weekblad het noemt: tusschen de voorstanders van een belijdenis in engeren en de voorstanders van een belgdenis in ruimeren zin.

Bij elkaar blijven kan nu eenmaal niet. En wat niet kan, moet men ook niet willen vasthouden of gaan voorstaan.

Uit elkaar dus, wat in deze niet bg elkaar hoort. Wat geestelgk gescheiden is, voege de mensch niet saam; evenmin alsdat 't geen geestelgk saamgevoegd is, mag worden gescheiden.

Wat nu die kwestie van belijdenis in engeren en in ruimeren zin betreft, zegt het Weekblad dus, dat in een Kerk met een belgdenis in ruimeren zin geen ongeloovigen en geen Maria-vereerders kunnen worden opgenomen of geduld.

Ons wèl. Maar met een belgdenis in engeren zin kunnen wij b.v. geen loochenaars van de Godheid van Christus dulden en we kunnen niet opnemen, die het plaatsbekleedend lijden en sterven van Christus verwerpen; om niet meer te noemen.

Die op Goeden-Vrgdagavond de verzoenende kracht van Christus' bloed loochenen en op Paaschmorgen ontkennen, dat Jezus waarlijk uit dedoodenia opgestaan — de lichamelgke opstanding (dus — kunnen wg, met onze belgdenis in engeren zin, niet erkennen als broeders en zusters in het geloof.

Het Weekblad dat zelf positie inneemt tegen „ongeloovigen" en „Maria-vereerders" moet zulks nu in ons maar billijken en ons daaromtrent niet al te hard vallen.

Doch dan gaat het ten slotte over de vraag: wie hooren nu in de Herv. Kerk thuis; wat is de Herv. Kerk nu; een Kerk, die b.v. alleen geen „ongeloovigen" en geen „Maria-vereerders" in «jch opnemen en dragen kan; of is 't een Kerk met déze beperkende bepaling ook, dat allen die de Godheid van Christus loochenen in die Kerk niet thuis hooren, in die Kerk niet kunnen worden opgenomen en in die Kerk niet kunnen worden geduld?

Voor ons is het antwoord niet moeilgk.

De belgdenisschriften onzer Herv. Kerk, onze Psalmbundel, onze Gezangenbundels, onze liturgie, onze kerkelijke Reglementen enz, enz. geven ten slotte zoo'n duidelgk antwoord, dat het voor ons buiten twijfel is, dat men verstandig doet in de Herv. Kerk nu niet langer bg elkander te wülen houden degenen die in de allervoornaamste hoofdwaarheden des geloofs Iqnrecht tegenover elkaar staan.

Wat men in de 19 eeuwen, die achter ons liggen, nooit heeft kunnen vereenigen, kan men nu ook niet aaam voegen, 't Moet uit elkaar.

En wat dan in beginsel accoord gaat met het Gereformeerd-proteatantsch geloof, gelijk dat in de 12 geloofsartikelen, de drie formulieren van eenigheid, den Psalm-en Gezangenbundel, de liturgische formulieren, het Kort Begrip enz. uitkomt en in de prediking en Sacramentsbediening ook steeds is uitgekomen tot op den huldigen dag — ddt moet in de Herv. Kerk big ven of komen; terwijl allen, die in de fundamenteele waarheden van het Gereformeerd-protestantisme een vrijzinnig standpunt innemen, dat lijnrecht staat tegenover de heerschende beginselen in de 12 geloofsartikelen, formulieren van liturgie en belijdenis, Kort Begrip, Psalm en Gezangenbundel ruiterlijk en ridderlijk moesten zeggen: wij verlaten de Herv. Kerk, want samen wonen met de menschen van de engere belijdenis gaat niet; ons blijven kan slechts de Kerk ondermanen en de invloed dier Kerk op het volksleven schaden.

We hopen van harte dat het Weekblad iets voor deze dingen voelen zal. 

Want als het zegt „ten aanzien van de belijdeniskwestie beantwoordt onze  Herv. Kerk zoo goed als volkomen aan n onze wenschen", dan zijn wij zoo vrij om hier te denken aan grootspraak. Het Weekblad weet wel anders en beter! Zeer zeker is er de laatste 100 jaren dikwgls gepoogd de belijdenis in engeren zin te verruimen — maar het Weekblad weet even goed als wg, dat, wanneer men het wilde formuleeren, zooals de vrgzinnigen het zoo gaarne willen, het protest altgd zéér sterk was en de vrijzinnige heeren in de Synode steeds op allerlei manier hebben verzekerd, dat ze de beIgdenisschriften der Kerk, zijnde de drie formulieren van eenigheid, geenszins wilden weg doen. Ze waren er en ze bleven er. De Synode wilde er niet aan tornen. Binnen die bepaalde grenzen zou alleen vrijheid zijn, mits men het wezen van die belijdenis niet schenden ging en de hoofdzaak van die formulieren niet verwierp.

We halen daar nu geen bewijzen voor aan, daar we dat reeds zoo dikwgls deden en onze brochure er ligt om er bladzij na bladzy voor na te slaan.

Nog eens, als het Weekblad dan ook zegt: , de Herv. Kerk beantwoordt ten aanzien van de belijdeniskwestie zoo goed als volkomen aan onze wenschen" dan gelooft het Weekblad dat zelf niet En herhaalde malen is dan ook van vrgzinnige zijde een poging gedaan om allerlei wqzigingen aan te brengen, juist omdat men voelde, dat de Herv. Kerk ook in haar tegenwoordige kerkelijke re menten nog altijd als een belijdende Kerk uitkomt, met de belijdenis der aloude Geref Kerk ten grondslag, niet naar de letter, maar wel naar den geest aan die bepaalde belgdenis gebonden —waarbij de echt-vrijzinnige leerstellingen aangaande den Christus Gods contrabande zgn evengoed als het beginsel van de Maria-vereering.

Eindigt het Weekblad dan ook met deze conclusie: De conclusie, die voor de practijk uit ons antwoord volgt^ ligt nu voor de hand.

De scheiding moet worden voltrokken doordat de voorstanders van een Kerk met een belijdenis in engeren zin in de gelegenheid worden gesteld, om op de gemakkelijkste wqzen de Kerk te verlaten, om een nieuwe Kerk te stichten of zich met hun deel van de kerkelijke goederen te voegen bij de Geref. Kerken, die in staat zijn, aan hun wenschen te voldoen" — dan zouden wg daartegenover willen stellen: aan de Geref. Kerken is dus ook volgens het Weekblad onrecht gedaan, doordat men hun onthouden heeft en nog onthoudt waarop zij recht hebben; en voorts: laten nu allen die in de fundamenteele geloofswaarheden principieel verschillen met de belgdenis onzer Herv. Kerk, haar verlaten, waarbij we hen dit geenszins moeilijk willen maken; integendeel, zéér gemakkelijk en aannemelijk; waarbg dan de weg geopend is voor de broeders en zusters van de „Geref. Kerken" om zich weer te vereenigen met de Herv. Kerk.

Dan verkrggt de Herv. Kerk op den grondslag van haar aloude belgdenis, door duizenden en duizenden binnen en buiten hare muren zoo zeer geliefd, weer haar goede plaats in het midden onzes volks — de scheuring onder belijdende broeders en zusters valt weg — en de vrgzinnigen kunnen zich op eigen terrein naar hartelust organiseeren, vrij geworden van de Christus-belijders in engeren zin en vrij zich houdend van de „ongeloovigen" en de „Maria-vereerders". Op een dergelgke oplossing blijven we nog altijd hopen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's