De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Diaconale arbeid.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diaconale arbeid.

9 minuten leestijd

Twee belangrijke circulaires.

Twee belangrijke circulaires hebben de laatste maanden onze diaconieën bereikt.

De eerste dateert reeds van Dec. 1918, is verzonden door een Commissie uit de kringen van diakenen onzer Kerk met medewerking en steun van de „Vereniging van Diakenen in de Ned. Herv. Kerk" gevormd en „wil trachten belangstelling te wekken bg de Ned. Herv. Diaconieën voor een gemeenschappelijk optreden ter verkrijging van een of meerdere Tehuizen, waar onze behoeftige ouden een liefderijke verzorging overeenkomstig hun behoeften kunnen vinden."

De tweede gaat uit van het Bestuur van de „Vereeniging van Diakenen in de Ned. Herv, Kerk" en wekt de Diaconieën op om donatrice dezer Vereeniging te worden, opdat meer en meer in gemeenschappelijk optreden kan worden gearbeid aan de verheffing der armenzorg.

Beide onderwerpen zijn van zoo groote beteekenis, dat wg niet stilzwijgend daaraan voorbg mogen gaan.

I.

Wat betreft de verzorging van behoeftige ouden zijn wij het er allen over eens, dat ouden van dagen, die door de diaconie ondersteund of onderhouden worden, hun vrijheid moeten behouden. Als regel behoort te gelden en geldt ook vrij algemeen, dat ze een eigen huisje blijven bewonen. Wij verlangen de tijden niet terug — misschien dat op sommige plaatsen deze stelregel nog toegepast wordt — toen de ouden van dagen, die ondersteuning noodig hadden, in zekeren zin gedwongen werden in het Armenhuis of Oudeliedengesticht te gaan, dewijl ze bij weigering geen of geen genoegzamen steun ontvingen. Dit is een soort van barmhartigheid, die doet denken aan de barmhartigheden der goddeloozen, van welke de Spreukendichter zegt, dat ze wreed zijn. Of is het niet wreede barmhartigheid een oude van dagen zonder noodzaak te dwingen het huisje te verlaten, waaraan hij gehecht is geworden, waar ieder voorwerp hem spreekt van het lief en het leed, dat het leven hem bracht, van zooveel, dat eenmaal beteekenis voor hem had? Misschien had hij eena een zoon of dochter, die gestorven zijn; zij lieten hem iets na, een meubelstuk of een weinig knutselwerk, voor hem van groote waarde door de herinnering, die daaraan verbonden is; maar als de diakenen hem verplichten of dwingen in het Armenhuis te gaan, moet hij dikwijls van alles afstand doen; een oude jood koopt de rommel, zooals menigeen het belieft te noemen, maar voor den oude van dagen vertegenwoordigt deze rommel een schat van zoo groote waarde, dat hg er vrg willig nooit geen afstand van zou hebben gedaan. Het spreekt van zelf, als ouden van dagen in een eigen huisje blijven, dat dit le­ van de kas der Diaconie meer vordert dan wanneer allen in één Tehuis samen zijn, maar hieraan kunnen onze diakenen toch niet het recht ontleenen om een arme te berooven van de vrijheid, die hem lief is en hem te dwingen van alles, waaraan zijn hart gehecht is, afstand te doen om voortaan als een bezitlooze, die nagenoeg niets meer het zijne noemen kan, in een Armenhuis zijn plaats in te nemen.

Het is dan ook allerminst de bedoeling der Commissie, van wie de circulaire uitging, om in deze richting werkzaam te zgn en te komen tot de oprichting van Tehuizen, waarin de Diaconieën, die niet over eigen Tehuizen beschikken, al hun ouden van dagen kunnen doen opnemen. De Vereeniging van diakenen verstaat in dezen haar roeping en laat zich niet leiden door een handelsgeest, die voor alle dingen geldelgke winst en goedkoope exploitatie zoekt, maar tracht door de liefde gedreven de ware belangen der armen te behartigen en het goede voor hen te zoeken.

Uitgaande van het beginsel, dat ouden van dagen in eigen huis en eigen omgeving zoo mogelijk gelaten moeten worden, komt echter ieder diaken in de practijk tot de ervaring, dat dit lang niet immer mogelgk is. Zeer talrijk zijn zelf de gevallen, waarin het onverantwoordelijk zou wezen, indien de diakenen ouden van dagen aan eigen verzorging overlieten. We denken aan hen, die niet meer ten volle beschikken over hun verstandelijke vermogens of aan zulken, die gevaar loopen te vervuilen, dewijl ze zich niet rein houden of kunnen houden. Hoe dikwijls komt het ook niét voor, dat sommige oudjes het-geld, dat ze ontvangen, geheel verkeerd gebruiken, hetzg door misbruik van sterken drank, hetzij door andere verspilling, zoodat ze niettegenstaande den steun, dien ze ontvangen, toch nog gebrek lijden. Hier moet natuurlijk met krachtige hand worden ingegrepen en mogen en kunnen de ondersteunden niet aan eigen verzorging worden overgelaten. Nog meer is dit het geval met degenen, die een lichaamsgebrek hebben of aan de een of andere ongeneeslgke ziekte lijden; dezen moeten nood^akelgk door anderen worden verzorgd en verpleging moet worden gezocht. Maar waar en hoe? Zietdaar de moeilijkheid, waarvoor onze diakenen telkens weer staan; ook na lange en breedvoerige discussies op de vergaderingen wordt het antwoord op deze vraag vaak niet gevonden; de genoemde circulaire wil trachten met ver­ eende krachten tot oen oplossing te komen.

De meeste Diaconieën bezitten geen eigen Tehuis; daarom zijn ze in gevallen als zooeven genoemd op gezinsverplegin aangewezen. Een prachtig woord, vooral voor hen, die, naar zg zeggen, om des beginsels wille gezinsverpleging boven gestichtsverpleging verkiezen, maar in de practijk blgkt dit mooie woord en deze schoone zaak vol doornen te zitten, die geweldig kunnen steken. Diakenen, die wel eens gezocht hebben naar een gezin, dat een oude van dagen wenschte op te nemen en te verzorgen, weten daarvan mee te spreken. Slechts zeer zelden gelukt het een eenigszins geschikt huisgezin te vinden, dat zich daarvoor geven wil en in 9 van de 10 gevallen is het dan nog een gezin, dat zelf in moeilijke omstandigheden verkeert en, zooals de uitdrukking luidt, er beter van hoopt te worden.

Na kan men bij dergelgke ervaringen wel klagen over de liefdeloosheid der menschen in onze dagen, maar dan vergeet men, hoe groote bezwaren inderdaad aan het opnemen van een oude van dagen in den huiselgken kring verbonden zijn. Het komt ons voor, dat die bezwaren vaak zoo groot zijn voor beide partijen, dat ronduit'erkend moet worden, dat gestichtsverpleging hier boven gezinsverpleging moet worden gesteld en dat de handen in elkander moeten worden geslagen om tot de oprichting van gemeenschappelijke Tehuizen te komen. De noodzakelijkheid daarvan wordt wel het meest gevoeld, als wg in 't bizonder denken aan die ouden van dagen, die aan een ongeneeslijke kwaal lijden of zwakzinnig zijn geworden. De circulaire zegt daarvan: „de ervaring heeft geleerd dat de uitbesteding in gezinnen voor de betrokkenen vaak een Igdensweg is en geen verpleging kan worden geacht, onzen Diaconieën waardig, terwijl toch de kosten van zulk een verpleging belangrijk zijn."

Het woord „lijdensweg" is hier niet overdreven. Men spreekt wel eens van verschoppelingen, maar zulke ouden van dagen kunnen dien naam met recht dragen. Droevig is hun bestaan en donker hun leven. Want van do verpleging, die ze noodig hebben, komt in de meeste gevallen niets terecht. Soms hebben ze een kwaal, die hen veel pijn doet«igden; wie heeft dan geen behoefte aan een vriendelijk woord, aan troost en bemoediging? doch eenzaam liggen ze in den regel in hun bedstede neer en niemand, pok niet van de huisgenooten, bekommert zich om hen; ja bijwijlen is men wreed genoeg om in hun bijzijn tegen den diaken te klagen, dat de oude man of vrouw zoo lastig wordt en dat men er zoo'n werk mee heeft èn .., . dat er toch wel een kwartje in de weekbg mocht.

Het wordt hoog tijd, dat de oogen eens opengaan voor wantoestanden, zooals ze op dit gebied gevonden worden, wantoestanden — ik wil het gaarne erkennen — die ook door menigen diaken worden gezien en waaronder hg zucht, maar waarin hij geen verbetering weet aan te brengen. Want er zgn geen gestichten waar men zulke ouden van dagen kan onderbrengen; en is er hier of daar nog een, dan luidt zoo dikwijls het antwoord: „geen plaatsI" Zoo moet dan wel noodgedwongen een gezin worden gezocht en een verpleging aanvaard, die den naam van verpleging niet dragen mag.

Dat in den kring onzer Diakenen het bewustzijn ontwaakt is, dat hier andere wegen moeten worden ingeslagen, is een moedgevend verschijnsel. Trouwens overal en op allerlei terrein gaan de oogen ervoor open, dat een nieuwe tijd is aangebroken, met tal van verouderde vormen en methoden gebroken moet worden en naar nieuwe wegen gezocht behoort te worden, nieuwe wegen en nieuwe vormen, waarin het oude, het eeuwige evangelie zijn hart-en leven en wereldvemieuwende kracht kan openbaren.

Daarom trof het mij, dat in het Diaconaal Correspondentieblad der Geref. Kerken, afl. Januari, (dus nagenoeg gelijktijdig met bovengenoemde circulaire) gesproken wordt van een rondschrgven, verzonden aan de Diaconieën der Geref. Kerken in Zuid-Holland, waarin deze Diaconieën opgewekt worden om te trachten tot de oprichting van gemeenschappelijke Rusthuizen voor ouden van dagen te komen. Wel is hier niet van zoo breed opgezet plan sprake als in den kring onzer Diakenen (een Tehuis voor zieken en degenen, die aan een ongeneeslijke kwaal lijden, valt buiten het bestek), maar niet vergeten mag worden, dat 1o in de Geref. Kerken het plan provinciaal is opgezet en 2o dat het aantal ondersteunden bij ons aanmerkelijk grooter is dan in de Geref. Kerken en de behoefte aan een afzonderlgk Tehuis voor zieke ouden van dagen zich daarom bg ons eerder doet gevoelen. Maar wij verblijden er ons ten zeerste over, dat ook in de Geref. Kerken gevoeld wordt, dat gezinsverpleging zoo zelden geeft wat onze ouden noodig hebben,

Hoe staat het thans met de plannen? Zal er iets van komen ? Tot nu toe ver­ namen wij nog niet, of vele Diaconieën medewerking hebbeu toegezegd, maar het zou ons ten zeerste leed doen, indien door gebrek aan medewerking de zaak geen voortgang kon hebben of op beperkten voet moest worden opgezet dan wenschelgk is voor een goede organisatie van dezen arbeid. Veel goede, dat in deze wereld tot stand kon worden gebracht, blijft achterwege door gebrek aan geld, maar in een gemeenschappelijke zaak als deze behoeft daarvan geen sprake te zijn. Indien b.v. de rijke Diaconieën onzer Kerk eens besluiten konden tegen matige rente of renteloos van haar rijkdom iets voor dit doel af te staan, zou het stichtingskapitaal spoedig verzekerd zgn.

Wij vertrouwen evenwel, dat deze zaak bij genoemde commissie in goede handen is; van harte wenschen we haar een spoedig slagen van haar uitnemend pogen toe en hopen weldra iets naders daarvan te vernemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Diaconale arbeid.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's