De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 19)

Eindelijk, eindelgk had ze het onderspit moeten delven in den ontzaglijken strijd tegen den vqand, die van geen wijken weet.

Tot haar laatste greintje kracht had z' er aan gewaagd, om mogelgk het op de been te houden, maar ze zakte op een stoel uitgeput neer.

Toen moest ze naar bed. Maar ze wilde niet. Op bed immers werd je ziek! En op bed.... stierf je.

O, maar sterven — zoo jong nog — onzin, onzin! Ze wilde niet sterven en ze zou niet sterven I En daarom schuwde ze het bed.

Een flauwte had haar willoos gemaakt, en toen had men haar naar bed kunnen dragen, in de bedstee van de kamer, waar de lage zoldering zwart was geverfd of geteerd.

De dokter zei aan de ouders rond weg, hoe gevaarlijk hem die patient toescheen.

Maar vader sterkte zgn dochter, door te zeggen, ds^ ze binnen enkele dagen weer hersteld) zou zgn. En moeder kwam lachend naar 't bed en zei:

»Moed houden, meid, dat is 't beste." Ja zeker, moed. houden zou ze, en ze zou spoedig weer beteren!

Maar zoolang ee nu niet zelfden boer op kon, moest Roosje dat voor haar doen, omdat anders de klandizie verliep.

En Roosje was alles wél: zg liet zich goedsmoeds voor alles gebruiken.

Femma zelf had niet gewild, dat men 't Ombra of wie ook liet weten, dat ze ziek was, zoodat haar zuster den eerstkomenden Woensdagmiddag er nog niets van wist, en dan ook zóo erg schrok, toen ze Femma. zoo ziek, zoo vervallen, zoo uitgeleefd daar , zag liggen, dat ze zich geen meester meer was en zei:

„Maar Femma toch! Och Heere!" En dan had ze de handen in elkaar geslagen. Maar de patiënte ergerde dit zóo, dat ze zei:

»Meid, ben je-geki! 't Beteekent niets. Met een paar drankjes ben ik er weer boven op."

„O Femma, dat hoop ik zoo, maar ...." Ze durfde niets meer te zeggen, hoewel haar ziel vol gedachte was. Ze pakte even haar klamme hand en drukte die teer, om haar te doen gevoelen, dat ze haar liefhad.

„Femma! zeg waar je zin in hebt! Al is 't duurste, ik zal 't dadelgk voor je halen."

De zieke, verstoord, duwde den elleboog naar haar toe en zei:

„Meid! jij doet net of ik ziek ben.Ik weet niet wat je mankeert!"

Vader scheen de woorden uit de bedstee gehoord te hebben; hg riep:

„Ombra! kom hier!" Ze ging dan schoorvoetend in de kroegkamer, waar vader, na eerst de deur der ziekekamer gesloten te hebben, 't haar verweet, dat ze zich zoo dom gedroeg bg een zieke; en hg vertelde haar dan wat de dokter had gezegd.

„Maar vader, Femma kan zóo niet sterven! Dan zou er toch iemand met haar moeten spreken en bidd«n!"

De man vertrok geen spier in zgn gelaat, maar zei, , met de uiterste kalmte: „Als jij mij hier zulke kunsten komt uithalen, wil ik je in mgn huis niet meer hebben!"

Ombra wist plots niet meer, wat ze zeggen of doen zou. Ze was gaarne gaan huilen, maar ze kon het niet. Ze wenschte te kunnen bidden en 't was haar in eens, of er geen God was. En terstond voelde ze zich zoo leeg en verlaten, zoo ellendig, dat ze wenschte 't luide te kunnen uitjammeren. En als ze nu dacht hoe 't haar zou te moede zijn, indien ze daar lag als haar zuster, zonder hoop op herstelling, voelde ze 't schokken in  haar gewrichten en ze rilde over heel haar lichaam.

Even ging ze nog naar haar zuster en vertrok dan spoedig, om met oom Johannes te raadplegen. Ze vertelde daar de heele ontmoeting, zeer tot ontsteltenis van tante en oom, en de laatste besloot er nog denzelfden dag naartoe te gaan, doch hg zou er dan langs een omweg, van den anderen kant zien te komen, om aan het bezoek den schijn van toevalligheid te geven. Ombra ging met een zeer bezwaard hart naar huis, waar ze ook aan mevrouw 't zoo onverwachte ervaren mededeelde, en vrgheid kreeg, om reeds morgenochtend weer haar zuster te bezoeken.

Tegen 't vallen van den avond ging oom Johannes op weg en kwam, toen 't reeds donker was, in de woning van zijn broer, juist zooals hij dat immer deed, wanneer hg daar den weg langs kwam, en 't eerste wat hg nu hoorde was, dat Femma ziek was, en dat de dokter bezwaar had.

Maar och, die kerels weten meestal zelf niet wat ze zeggen; ze moeten er wel wat veel van maken, anders zouden de menschen zeggen: 'k heb je niet noodig. Ga maar eens bg haar kijken; maar je moet ze moed inspreken."

De bezoeker ging in de andere kamer, en regelrecht op de openstaande bedstee toe.

„Zoo, Femma, — je vader vertelt mij daar dat je in bed ligt; een beetje kou gevat, zeker? Hoe is het? "

„Och, 't beteekent niets, oom! 't Zal wel gauw weer overgaan!"

{Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's