De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Diaconale arbeid.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diaconale arbeid.

8 minuten leestijd

Twee belangryke circulaires. II. I

Wie eenigszins met de geschiedenis van ons vaderland op de hoogte is, weet, hoe naijver tusschen de verschil­lende steden en wedijver tusschen de verschillende provinciën om de eerste te zijn onze vaderen het algemeen landsbelang wel eens deed vergeten en bij wijlen land en volk aan den rand van den afgrond gebracht heeft.

Het individualisme, dat zegt „ieder voor zichzelf" is een grondtrek van de bedorven menschelgke natuur, maar juist omdat het uit de bedorvenheid dier natuur opkomt, zijn zijn vruchten wrang en wreed. 

Dit laatste zou uit de geschiedenis der volkeren op meer dan eén wgze zijn aan te toonen; en de geschiedenis der Christelijke Kerk geeft ons al volkomen hetzelfde te zien. 

Daarom verwerpen wij met alle kracht het independentistische stelsel van kerkregeering, dat elke Gemeente op zichzelf doet staan en alleen voor zichzelf doet zorgen. 

Wg gelooven de eenheid der Christelgke Kerk en deze haar eenheid in Christus, die zich ook uit in een eenheid van belangen en plichten, roept haar om in steeds uitgebreider vergaderingen, in nationale en zelfs internationale synoden samen te komen om in gemeenschappelijk overleg en in eendrachtige samenwerking haar hooge roeping in deze wereld te vervullen. Helaas de zonde, onze zonden, de zonden van ons kerkelijk leven zgn oorzaak, dat van dat laatste zoo weinig bereikt is en wordt, maar dat het beginsel als zoodanig bij het aanvaarden van het presbyteriaansche stelsel van kerkregeering mede aanvaard wordt, hebben onze vaderen in het bg eenroepen van de Nationale en Internationale Synode van Dordt in 1618 duidelijk getoond. 

Toch is het verwonderlgk om te zien, hoe weinig getracht is dit beginsel in de practijk in werking te stellen, ook daar, waar niet onmiddellijk tal van belemmerende factoren dit onmogelijk maakten. Is de zelfzucht der menschelgke natuur, het individualistische karakter hem eigen, hier oorzaak, dat zoo dikwgls leer en leven met elkander in strijd zijn? 

Wg denken thans aan do werkzaamheid onzer Diaconieën, Het is ons niet mogelgk op dit oogenblik met nauwkeurigheid te zeggen, in hoeverre in de 17e en 18e eeuw getracht is de eenheid der Kerk ook op dit terrein te openbaren en door gezamenlijk overleg tot oplossing van verschillende vragen en tot over­eenstemming ten opzichte van bepaalde onderwerpen te komen. Dit is echter wel zeker, dat het resultaat van zulk een onderzoek zeer weinig zal opleveren, trouwens in dat geval zou de toestand in onze dagen een andere geweest zijn en wij zouden niet voor het feit staan, dat onze Diaconieën tot voor korte jaren nog geheel leefden naar het independentistische stelsel van kerkregeering „ieder voor zich", schoon in theorie waarschijnlijk nagenoeg alle diakenen dit stelsel verwierpen.

Op Diaconaal terrein staan we hier voor een ontzettende fout in ons kerkelgk leven, die zich in het werk der Armenzorg deerlgk heeft gewroken. De Vereeniging van Diakenen in de Ned. Herv. Kerk heeft getracht deze fout een weinig te herstellen en wil blijkens haar jongste circulaire daarmede voortgaan.

Wie nu voor alle dingen op de beginselen let, zal mogelijk in dit verband zich afvragen of het uit kerkrechterlijk oogpunt bezien goed te keuren is dat dit werk van een vereeniging uitgaat en wij erkennen, dat dan misschien tal van beginselvaste bezwaren kunnen geopperd worden, maar wie om derwille daarvan zich aan deze gezegende actie zou willen onttrekken, zou niet zonder reden vergeleken kunnen worden bij een vader, die uit beginselovertuiging weigert een allopathisch aïts bij zijn stervend kind te roepen, schoon een homoeopatisch arts op dat oogenblik niet te verkrijgen is. Wij mogen niet in den naam van beginselvastheid de zonde van ons kerkelijk leven laten voortwoekeren en met krampachtige vasthouding van een theorie de eischen der practijk verwaarloozen. 

Trouwens — en we zeggen het met blijdschap — de Vereeniging van Diakenen stuurt in den rechten weg, waar ze de dingen niet van boven af de Gemeenten wil opleggen, maar van onderen af wil doen opkomen. De circulaire toch wil in de eerste plaats aansturen op het houden van provinciale vergaderingen, waarheen natuurlgk alle Diaconieën hun afgevaardigden kunnen, zenden. 

Aan het houden van enkel nationale conferenties kleeft een bezwaar, dat onze vaderen in de regeling van de regeering der Kerk reeds, getracht hebben te ondervangen. Zij bepaalden immers, dat in de meerdere vergaderingen niet behandeld werd, wat in de mindere vergaderingen kon worden afgedaan. Dat was zeer practisch gezien. Om die reden juichen we ook het houden van provinciale vergaderingen van harte toe. Immers een ieder weet, hoe elke provincie vaak zijn eigenaardigheden heeft, ook op het gebied der Armenzorg. Verschil in levenswijze, levensstandaard etc. kan al tot een verschillend handelen nopen. Daarom zgn tal van vragen, die voor de ééne provincie van groote beteekenis zijn, voor de andere soms zonder eenig belang. Wanneer dergelijke vragen dus op provinciale vergaderingen behandeld worden, dient men daarmede ten zeerste de zaak, voor welker behartiging men samenkomt. 

Maar er is meer, dat het houden van provinciale vergaderingen aanbevelenswaardig maakt. Er zgn nog zooveel diakenen, die op een Algemeene Conferentie nimmer verschijnen, hetzij door den grooten afstand, waarop de vergaderplaats van hun stad of dorp is gelegen, hetzij doordat ze zich op zulk een groote vergadering niet thuis gevoelen.. Door het houden van provinciale vergaderingen worden deze bezwaren voor een groot deel weggenomen en zullen steeds meerderen met belangstelling leeren meeleven. Veler blik zal daardoor worden verruimd, waar noodig zal men leeren gemeenschappelijk de handen ineen te slaan om iets tot stand te brengen; tal van andere goede vruchten van den diaconalen arbeid zal men hieruit zien voortkomen. 

„ Ten tweede, zegt de circulaire, moeten wg meer geschriften onder de diaconieën, hs misschien zelfs in de Gemeenten kunnen verspreiden".

Een conclusie, die volkomen gerechtvaardigd is. Daar is b.v. een diaken, die iets meer wil weten van het werk der barmhartigheid, dat door de Chr. Kerk alle eeuwen door verricht is; o.a. wil hij zich gaarne op de hoogte stellen van de ontwikkeling van het Diaconaat in onze Vaderlandsche Kerk, van de wgze, waarop men vroeger werkte en van de verandering, die met de jaren daarin gekomen is; of wel hg wenscht nader kennis te maken met de bemoeiing, waarmee de Overheid vroeger en nu zich met de Armenzorg heeft ingelaten en nog inlaat; ten eerste staat hg dan voor de moeilijkheid vaak niet te weten welke geschriften ter hand te nemen, ten tweede is het hem niet immer mogelgk die boeken, die hg zou willen raadplegen, in handen te krggen, dewgl niet ieders beurs toereikend is alles aan te koopen.

Indien, naar het plan der circulaire, de Vereeniging voor Diakenen in staat wordt gesteld een bibliotheek aan; leggen, kon dit allen diakenen en predikanten, die zich op de hoogte willen stellen van verschillende vragen, dier diaconalen arbeid betreffen, tegemoet komen.

Ook over de verspreiding van van schriften in de Gemeente wordt gedacht. „Misschien zelfs" zegt de circulaire een weinig voorzichtig, zoo niet al te voorzichtig. Want hier is een dringende noodzakelgkheid. Het meerendeel der Gemeente weet van den diaconalen; arbeid niets af en onbekend maakt onbemind. Het wordt waarlijk tijd, dat; leden der Gemeente meer op de hoogte worden gebracht van wat er gedaan wordt en gedaan moet worden. Alleen daarvan kan vermeerdering van belanis destelling worden verwacht. Thans is de persoon van den diaken, gewapend met collectezak of open schaal dikwijls de eenige, wat de Gemeente van deze taak krijgt te zien en men heeft vaak geen flauw begrip van den omvang van dien taak, van de moeilijkheden daaraan verbonden en van de gelden daarvoor benoodigd.

„Ten derde, zoo vervolgt en besluit de circulaire haar verlanglijst, is, noodig een bureau, dat geleid wordt door personen, die tijd beschikbaar kunnen stellen om te spreken, vragen te beantwoorden, inlichtingen te geven, gegevens te verstrekken, een Centrum voor de Armenzorg in de Ned. Herv Kerk."

Het gewenschte van zulk een instelling kan door iedereen worden verstaan,

De meeste van onze diakenen, ten minste op de dorpen, hebben wel eens voor een moeilijk geval gestaan, waar ze niet wisten hoe te handelen; b.v.het geval dat hen in aanraking bracht met de kinderwetten. In den regel gaat men dan naar den Scriba van het Classicaal Bestuur, maar het gebeurt, hoe wqst man overigens moge wezen, dat hij tot niet .geheel op de hoogte is van alls wat daarmee verband houdt. Dan weer naar een ander en niet dan na lang zoeken en vragen vindt men, wat men weten wil.

Indien er een Centraal Bureau wordt ingesteld, is men van al die moeite af. Dan weet men, dat men daar terecht kan en men is zeker geen onjuiste inlichtingen of gegevens te zullen ontvangen, waardoor men gedurig zgn wens onderbroken of tegengehouden ziet.

Drie belangrijke punten staan dus op; de agenda; deze 3 desiderata zullen kunnen verwezenlgkt worden indien nu Diaconieën aan den oproep der circulaire gehoor geven en donatrice der Vereeniging worden tegen een contributie van f 5 a f 10 's j aars.

Dit laatste bedrag behoeft, naar het ons toeschgnt voor geen Diaconie een bezwaar te zijn. Het eenige bezwaar dat misschien, dat tal van diakenen de noodzakelijkheid der voorgestelde plannen niet inzien. Om hen daarvan zoo mogelijk te overtuigen, althans tot een nadere overweging daarvan te dringen, hebben wg hier op deze circulaire gewezen. Wanneer ze met of zonder overleg opzij is gelegd en voor kennisgeving aangenomen, hopen wg, dat men daarop terug zal komen en zich alsnog als donatrice zal opgeven.

Eendracht maakt macht. En het gaat niet aan om eerst aan alle last en medewerking zich te onttrekken, maar straks als anderen voor het werk hebben gezorgd, wel van de vruchten te willen plukken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Diaconale arbeid.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's