De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN.

21) Was oom Johannes maar hier! — Oom Johannes — hoe zou die 't gemaakt hebben bq Femma? Zou hg met haar hebben gebeden?

Terwijl hare gedachten naar 't uiterligke en belijnde terugkeerden, stapte ze weer in 't bed, en denkend aan 't bidden van haar oom, en her voelend het wonder rustige, dat dan telkens in haar ziel was neergedaald, viel ze in slaap.

Toen ze door Sientje wakker geklopt werd, verblgdde ze zich in 't licht van den dag, en al wat haar voor enkele uren zoo had beangstigd, scheen vervaagd. En toen s^e drie uren later zich gereed maakte, om haar zuster te bezoeken, had ze nog alleen een angstige herinnering aan den weggezonken Qacht en zag tegen den komenden op als iets bangs. Ze wenschte, dat het altqd dag mocht zijn.

Mevrouw gaf haar een mandje vol fruit en een paar fiesschen wijn mee voor haar zuster. Max zelfs kwam met bloemen voor de zieke aan, en hoewel Ombra voelde, dat er geen bloemen pasten bg d& t sterfbed, aanvaardde zg ze toch met welgevallen en bedankte den jongen hartelijk.

Nu eerst naar oom Johannes, om te hooren hoe 't hem bg: haar thuis vergaan was. Terwijl zg naar hem luisterde, kwamen tranen in haar oogen, sombere tranen, die, over haar toegebeten lippen droppelend, spraken van innerlijke hopeloosheid.

„Hier tante I neem u die bloemen I Bij Femma zouden ze vloeken!"

Tantes gemoed raakte ook vol. En in haar vrouwelqke voorzienigheid had ze vermoed, dat het krap zou zijn in de herberg, want nu daar een erge zieke was, zouden er weinig bezoekers komen; en Femma bracht nu uiets in, en moeder zeker ook niet.

„Hier kind, geef dat aan je moeder! 't Is voor de bloemen! Zie je, dan geef jg het uit je eigen zak!" zei tante en stopte haar twee rgksdaalders in de hand.

„Dank je vriendelijk, tante! — zei Ombra, haar tranen wegvegend — 'k heb zelf ook wat bij mq gestoken."

Oom en zij spraken af, dat hij 't vandaag nog eens wagen zou om met Femma te spreken, en zij moest dus maar heel voorzichtig zqn met haar woorden. Tante gaf haar nog wat eieren mee en dus goed beladen trok Ombra naar haar ouderlijke woniug.

Tante Betje had het goed bekeken: er ging geen mensch meer «naar de Slurf om er een borrel te koopen, want reeds liep in de buurt het gerucht, dat er de dochter op sterven lag. En moeder was nu wel genoodzaakt r thuis te blijven, terwgl reeds de eerste dag bewezen had, dat Roosje voor de negotie in 't geheel niet deugde en 't voordeeliger zou zijn dat ze maar thuis bleef.

Dat alles werkte voorzeker de vriendelijke ontvangst van Ombra in de hand.; Want ze kwam niet alleen met fruit en wgn, eieren en een stuk rookvleesch, dat ze zelf had gekocht, maar ook met klinkende rijksdaalders, en daai^terstond overheen de verzekering, dat ze geen zorg behoefden te hebbeu over de kosten van dokter en apotheker.

Jammer, dat Femma van al die bereddering hoorde, want wrevelig en bits zei ze:

„'t Is of de menschen gek zijn; ze doen net of er hier een op sterven ligt en wij aan de diakonie zijn vervallen — Ombra! wat zeg jij nu? Is 't geen zonde, dat ik hier op bed lig? 'k Zou veel gauwer beteren als ik óp was. Ik voel dat ik juist op bed zieker word. Met die dokterskunsteu altijd! Laat de kerel' naar de pomp loopen! Toe, help eens; 'k wil er uit...."

Ombra zag dat 't arme schepsel het zweet; op 't gelaat parelde. En wat stonden die groote oogen glazig! Ze pakje haar hand.

„Toe zus! je moest je nu niet zoo driftig maken, 't Is veel beter voor je, dat je kalm blijft. We meenen 't immers allemaal goed met je...."

De zieke rukte in eens haar hoofd om en zei: Niemand behoeffc het goed met mij te meenen; ik kan't er best zonder doen. Ik zal mg zelf wel helpen."

Ombra kon dat alles niet zien hooren; Waa«eiu, ze trok haar hand terug en wendde zich om, opdat Femma haar tranen niet zou zien. En opstaand, en  met de rug haar toegekeerd, zei ze: Ik Zal je een lekkeren appel schillen en in partjes snijden!"

Ze begon dadelijk, en toen ze de schijfjes in bekoorlijken vorm op het schoteltje had gelegd, en haar  toereikte, sloeg deze er verachtelijk met de hand tegen, zoodat de stukjes overal heen vlogen.

't Is of je allemaaal gek bent. Breng dien rommel bij een zieke, maar niet bij mij. !"  Ombra ging de ziekenkamer uit naar haar vader en vertelde hem Fenna's vreemde doening.

„Ja — zei de man — wij zgn er tot in den dood mee verlegen. Ze doet niets dan schelden en verwijten. Als je niet wist, dat ze zoo na aan d'r eind is, zou je ze een flinken klap op d'r mond geven.

Moeder kwam er nu ook bij zitten en vertelde hoe leelijk Femma haar telkens had toegesproken. Maar 'twas de ziekte en daarom nam ze 't haar niet kwalijk.

{Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's