Uit het kerkelijk leven.
De Kerkvisitatie. I.
Één van de middelen om goede orde te houden in de Kerken is de Kerkvisitatie. Laat ons daarover een en ander mogen meedeelen.
Het woord Kerkvisitatie is samengesteld uit Kerk en visitatie. Visitatie komt van het Latgnsche visitare, een intensief van het werkwoord viso, bezichtigen, en beteekent dikwijls bezien, onderzoeken, bezoeken. Kerkvisitatie geeft dan ook te kennen, een herhaald bezoek en onderzoek, welke vanwege eene meerdere kerkelijke vergadering bij eene plaatselgke Kerk verricht wordt. Waarbij we kunnen spreken van een gewone en van eene buitengewone Kerkvisitatie; in 't eerste geval wanneer het 't gewone bezoek geldt naar vaste orde gebracht aan de plaatselgke Kerken in de classis; in het tweede geval wanneer er in een of andere gemeente moeUgkheden zgn gerezen en de Kerk visitatoren daarnaar een bizonder onderzoek moeten instellen.
Volgens art. 44 der Dordtsche Kerkorde moest de Kerkvisitatie jaarlijks van wege de classis in alle Kerken geschieden, waartoe de classis ten minste twee van de oudste, ervarenste harer Dienaren moest autoriseeren (benoemen of afvaardigen).
De idee der Kerkvisitatie is in de Heilige Schrift gegrond.
Voor het Oude Testament kan daartoe gewezen worden op 1 Sam. 7:16, waar ons bericht wordt, dat Samuel van jaar tot jaar opging naar Bethel on Gilgal en Mizpa en Israël en al die plaatsen richtte. Alsook op 2 Kron.l7:7—9 waar geleerd wordt, dat de profeten en priesters rondgingen om te leeren en de ordeningen Qods in alle de steden van Juda te handhaven.
Bg het lezen van het N, Testament treedt deze zaak duidelijker nog aan het licht. Want ten eerste bemerken we bg het lezen van de eerste hoofdstukken van het boek de Openbaring, dat Jezus, de verhoogde Heiland, acht geeft op de gemeenten en van uit den hooge Zijne gemeenten inspecteert. Maar immers zoo wel van Petrus (Hand. 9:32) als van Paulus (Rand. 15 : 31 enz.) wordt ons verhaald, dat zij de gemeenten bezochten, om te zien hoe men het maakte en om de gemeenten te versterken (vers 41).
Dit voorbeeld der apostelen is nog al beteekenisvol. Immers zij lieten de gemeenten, door hen gesticht, niet aan zichzelve over, maar bezochten ze herhaaldelijk om haar te versterken, op te bouwen, beter in te richten en ha«, r alzoo geestelijke gaven mee te deelen.
Laten we hier Hand. 15:36 eens samen lezen. Da, ar staat toch: En na eenige dagen zeide Paulus tot Barnabas: aat ons nu wederkeeren en bezoeken onze broeders in elke stad, in welke wg het Woord des Heoren verkondigd hebben, hoe zij het hebben" of, zooals de kantteekenaren verklaren „om te vernemen hoe het met hen staat, aangaande hun geloof."
Wat zien we hieruit? Niets meer of minder, dan dat het motief (beweegreden) voor het aanvaarden van de 2de zendingsreis eigenlijk meer is een Kerkvisitatie dan wel eene nieuwe Zendingsreis te ondernemen. Want Paulus ging op reis, niet allereerst om het evangelie aan de onbekeerden te brengen, maar om de gemeenten te bezoeken en de toegebrachten op te bouwen en te versterken, óók daar het gemeentelgk (kerkelijk) leven zoo noodig te verbeteren. Eerstin den loop der reis strekten zgn bemoeiingen zich uit tot de heidenen en te Troas roept de Heere hem tot een geheel nieuw arbeidsveld. ïh Hand. 15 : 36 ligt dan ook — zooals de uitlegger Bengel schrijft de „nervus visitationis ecclesiasticae" d.w.z. de zenuw der Kerkvisitatie.
En wat de Apostelenzelf deden, deden eveneens hun leerlingen en helpers, gelijk big kt uit 1 Cor. 4:19; 1 Cor. 16 VS. 5—8; 2 Cor. 12 vs. 14, Filipp. 2Vs. 19—24 enz.
Het is gemakkelijk te verstaan uit welk beginsel de Kerkvisitatie — het bezoeken der broederen en het versterken van het gemeentelijk (kerkelijk) leven — voortkomt.
Immers is de Kerk één lichaam. De verschillende broeders en zusters in den geloove, de onderscheidende plaatselijke gemeenten, behooren toch bg elkaar, zooals de hand en de voet bij elkaar hooren onder één hoofd. Op grond nu van de éénheid in het geloof en de éénheid, die er is in Christus, staan de plaatselijke Kerken met elkander in Kerkverband. En gelijk Jezus zelf vanuit den hemel op Zgn gemeenten neerziet, en er acht op geeft, zullen ook de gemeenten onderling elkander hebben te zijn tot een hand en tot een voet, om elkander te helpen, elkander op te scherpen, elkander in alle dingen bg te staan. Waarbg, als gevolg van de zonde, ook de een op den ander heeft toe te zien, opdat men bg de zuiverheid van het geloof en bg het rechte wandelen in 's Heeren ordinantiën bewaard worde. Ook zullen de Kerken samen de gemeenschappelgke belangen in betrekking tot Kerkregeering, opleiding van dienaren des Woords, het werk der zending en der barmhartigheid, enz. enz. moeten voelen, dragen en voorstaan.
Vanouds heeft men in de Christelgke Kerk in deze het voorbeeld van de Apostelen gevolgd en we zien dan ook, dat op de Conciliën (Kerkvergaderingen) te Sardica in 347 en Laodicea in 365 werd verordend, dat iedere bisschop eenige presbyters of opzieners zou verkiezen, die met hemjaarlgks zgn diocese (bisschoppelgk district) zouden rondgaan en in elke Kerk een onderzoek instellen, of alles wel naar goede orde toeging. In 't Westen zoowel als in 't Oosten werd voortaan deze gewoonte gevolgd.
In ons land is de Kerkvisitatie ook met het Christendom ingevoerd. Onvermoeid reisden mannen als Eligius, Radboud en anderen der eerste bisschoppen in ons Vaderland hunne uitgestrekte diocesen (kerkelijke districten) rond tot het doen van onderzoek in ieder Kerspel, ter inspectie der verschillende gemeenten. Bij hun aankomst werden de leeken I opgeroepen zich kerkwaarts te begeven.
De geestelijke dier plaats moest de mis bedienen, eene preek houden en andere kerkelgke plechtigheden verrichten. Daarop, werden de oudsten der gemeente ondervraagd omtrent het gedrag, den ijver en bekwaamheid van hunnen voorganger. Bleek hy zich waardig in alles te gedragen, dan oogstte hij den dank zgns bisschops; over dingen die afkeuring verdienden werd hij berispt; de onwaardigen werden afgezet.
Nadat men met de geestelijken had afgedaan, vestigde men het oog op de aanwezige scholen; want de eerste bisschoppen beijverden zich om kennis in de harten van 't opkomend geslacht te planten. De bisschop verhoorde de kinderen en beoordeelde daarnaar de bekwaamheid des onderwijzers. Bekwame meesters werden aangemoedigd en ongeschikte verwijderd, terwijl de ouders, die hunne kinderen het onderwijs onthielden, ernstig onderhouden werden en zoo zij geen beterschap betoonden, met de kerkelijke discipline be4*ejgd werclen.
Vervolgens moest de straf' bepaald worden over degenen, die afvallig waren geworden of zich aan andere euvels hadden schuldig gemaakt, om daarop de boetvaardige overtreders weder in de gemeenschap der Kerk te herstellen.
Voorts werd een onderzoek ingesteld naar de kerkelijke goederen, de opbrengst der tienden en andere stoffelijke belangen der Kerk.
De beste bisschoppen verbonden aan deze tochten ook het Zendingswerk.
Karel de Groote en Karel de Kale schreven later 't houden van Visitatie den bisschoppen als wet voor en mede door deze inspectiereizen is het kerkelijk leven, het onderwijs der jeugd, de uitbreiding van het Christendom onder de heidenen, en de beschaving der bevolking bevorderd, hoewel helaas 1 voor tal van bisschoppen de behartiging van de stoffelijke dingen n.l. het innen van de kerkelijke belastingen, enz. hoofdzaak werd.
Toen in latere tijden de Visitatie in handen der monniken-orden kwam, diende zij weinig anders dan om de hiërarchie te bevorderen of ging op in eene inquisitie.
De tegenwoordige toestand in de Roomsche Kerk is, dat de bisschop of zelf of door zijn generaal-vicaris of door den ring-vicaris de Kerspels van zijn bisdom visiteert; gelgk het concilie van Trente het den bisschoppen weer als hun plicht heeft ingescherpt zich met deze zaken te bemoeien.
Luther drong bjj den Keurvorst van Saksen aan op hét houden van Kerkvisitatie. En zoo kwam het in 1527 tot een rondreis, welke drie jaren duurde. Keur-Saksen werd in vier districten verdeeld en naar elk ervan werden kerkelijke en wereldlijke visitatoren gezonden, waartoe ook Luther en Melanchton behoorden. Een der schoonste vruchten van deze visitatie is de groote en de kleine Catechismus, door Luther opgesteld ten behoeve van het onderwijs der gemeenteleden.
{Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's