De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

In Kerkblaadje, onder redactie van dr. J. C. S. Locher te Leiden (20 April .l.) lazen we bet volgende artikel:

Tegen de Kiescollege's,
Ons reglement op de benoeming der ouderlingen en diakenen en de beroeping van predikanten is in een nieuw pakje gestoken en op enkele punten werkelijk verbeterd. Toch is het maar eene verbetering in kleinigheden. Nieuwe gezichtspunten zgn er niet geopend. Feitelijk blijft alles bij het oude, al is de datum voor het vaststeUen der kiezerslijst vastgesteld op 1 November, zoo v& st, dat het in de steden moeilijk zal zgn om dan nog de verkiezing van gemachtigden voor het kiescollege zoo snel te doen plaats hebben, dat het nieuwe kiescollege nog bij tijds vóór den aanvang van het Nieuwe Jaar de ouderlingen en diakenen zal kunnen verkiezen.

Maar men heeft dan ook een tusschenschakel laten bestaan, die er best uit kan. Waartoe de kiescoUege's ? Men heeft indertijd in groote gemeenten niet onmiddellijk aan de stemgerechtigden willen opdragen, om de ouderlingen en diakenen en vooral de predikanten te kiezen. Men wilde een college, dat overlegde' en remde. Want men was wel bang, dat de kiezers in de groote steden niet tevreden zouden zijn met de deftige zelfgenoegzame liberalen, die veelal op het kussen waren, nakomelingen der oude regenten.

Geremd hebben de kiescollege's niet. Van overleg is er geen sprake in vergaderingen van 50, 100, 200 en meer leden, mag er zelfs op sommige plaatsen geen sprake zijn, daar de plaatselijke reglementen soms elk debat verbieden. Bedisseld worden de zaken toch niet daar, maar in de kiesvereenigingen.

Van verschillende zijden klinkt de stem: de kiescoUege's moeten weg. Dr. Woudstra te Utrecht wilde er in de Ger. Kerk van 18 Febr. den veldtocht tegen openen. Hij kreeg steun uit een geheel ander kamp. Dr. Niemeger viel hem bij in het „Weekblad voor Vrijzinnigen". Dr. Bronsveld herinnerde er aan, deze beiden reeds meer dan eens voor te zgn geweest. „Laat ons de handen ineen slaan, om deze „gemachtigden" weg te zenden en aan de Kerkeraden het recht te hergeven, dat hun toekomt. Maar zooals 't nu toegaat en zooals 't in de Kerk meer en meer wordt, kan en mag het niet langer. Men trekke dus dapper en eenparig op tegen deze Kerkeligke ongerechtigheid."

Blijkbaar met instemming worden deze woorden aangehaald door de „Waarheidsvriend", die ook wijst op hetgeen de „Heraut" zegt: „En we verblijden ons, omdat ook in de Hervormde Kerk dat zelfde reeds wordt ingezien en op opheffing der kiescoUege's wordt aangedrongen. De gemeenteleden moeten zelf de ambtsdragers kiezen, zij 't ook onder leiding van den Kerkeraad."

We verblijden ons, dat deze gedachte langzamerhand veld wint. Ook wij hebben meer dan eens tegen de kiescolleges geschreven. Het is geen schriftuurlijk ambt, lid van het kiescollege te zijn, zooals bij de ouderlingen en diakenen wel het geval is. Het contact tusschen den Kerkeraad en de Gemeente wordt er noodeloos door geschaad. De Kerkeraad komt verder van de Gemeente af te staan. Laat de ouderlingen en de diakenen onmiddellijk door de Gemeente gekozen worden. Het is wel een „durf". Er is kans, dat deze of gene gemeente eerder „omgaat" Maar daartoe is altijd een paar jaar stemmen noodig. Dus krijgt de gemeente altijd den Kerkeraad, dien zij verdient, die haar vertegen woordigt.

En laat dan de predikanten door den Kerkeraad gekozen worden. Deze heeft de geestelgke verantwoordelijkheid voor de gemeente, is in de gemeente door God geplaatst in bgzondere wijze. Aan hem komt het toe. '

We verbeelden ons niet, dat daar het heil der Kerk van afhangt. Maar in de Kerk van Christus moet het gaan, zooals het behoort te gaan.
L,

Uit Noord-Hollandsch Kerkblad, weekblad voor de Geref. Kerken in Noord-Holland (van 25 April j.l.) knippen we onderstaand artikel uit. 't Is blijkbaar van de hand van ds. C. Lindeboom. Geref. pred. te Amsterdam.

Afzonderlijke Avondmaalbekertjes
In de laatste weken is in onderscheidene bladen weer de vraag aan de orde gekomen, of bg de bediening des Avondmaals de gemeen schappelgke beker niet door afzonderlijke bekertjes diende te worden vervangen, 't Ligt niet in onze bedoeling, deze kwestie in den breede onder de oogen te zien. Ook gevoelen wij voor de voorgestelde verandering niet veel. Met het prijsgeven der oude traditie zou o.i. in_de Avondmaalsbediening een kostelijk symbolisch element te loor gaan. Aan de tafel des Verbonds hebben de geloovigen gemeenschap, niet alleen met hun Heere en Hoofd, maar ook met elkander, en deze laatste gemeenschap is het, die ook door den éénen beker wordt veraanschouwelijkt.

Evenwel — dat er tegen de invoering van afzonderlgke bekertjes principiëele bezwaren zouden bestaan, kunnen wg niet inzien. Het staat volstrekt niet vast, dat Jezus bepaaldelijk het drinken uit één beker bevolen heeft. Wel heeft Hij, bij de instelling des Avondmaals, tot Zijne discipelen gezegd: „drinkt allen daaruit", maar dat dit woord een bevel zou bevatten voor het gebruik van één beker is niet te bewijzen.

De kerk heeft dat woord dan ook nooit als zoodanig opgevat. Anders zou zij er niet toe zijn overgegaan, voorden éénen beker een viertal bekers in de plaats te stellen, gelijk gewoonlijk geschiedt. Ook in onze Gereformeerde Kerken is tegen het gebruik van meerdere bekers nimmer eenig bezwaar gerezen.

Wq hebben nooit eene Avondmaalsviering bijgewoond, waarbq slechts één beker op den disch was gezet. Zelfs daar, waar hoogstens twintig personen aan de tafel kunnen aanzitten, staan, een enkele maal twee, jneestal echter vier bekers gereed. Indien één beker voor elke vijf personen geoorloofd is, dan zien wij niet in, dat een afzonderlijke beker voor ieder der aanxittenden op Schriftuurlijke gronden kan worden veroordeeld.

Naar Prof. Pont in De Schatkamer mededeelt, werd dit reeds in het midden der 16e eeuw onder de Gereformeerden ook zoo begrepen, blijkens een citaat, door hem ontleend aan Hottinger's Helvetische Kirchengeschichte.

„Er is sprake van de post-epidemie van 1564. In een brief van Zanchius, later professor te Heidelberg, toen te Chiavenna, aan Bullinger, d.d. 28 April 1564, daarop betrekking hebbende, lezen wij: „Te Chiavenna heeft de pest in weinig weken 108 personen opgeëischt. De preeken en ook het H. Avondmaal worden onder den vrijen hemel gehouden: allen hebben gedronken van êen wijn, maar ieder heeft zijn eigen beker meegebracht. Wij werden allen door deze Avondmaalsviering zeer getroost."

Prof. Pont voegt hieraan toe: „Deze Avondmaalsviering met afzonderlijke bekers, geleid door een man als Zanchius, later een der Gereformeerde leiders, had plaats in de dagen van opbloeiend leven in de Christelijke kerk. Men make zich daarom niet met een oppervlakkig oordeel . . . van deze zaak af. De vraag is: tast de invoering van afzonderlijke bekers het wezen van het Avondmaal aan, of doet zij het niet? Doet zij het, dan is de invoering van afzonderlijke bekers uit den booze, en nergens geoorloofd. Doet zij het niet, dan is zij overal geoorloofd . . ." Hiertegen valt niet veel in te brengen. Laat ons daarom voorzichtig zijn met het opperen van principiëele bedenkingen. Men voere redenen aan, waarom de besproken verandering niet wenschelijk of niet noodzakelijk wordt geacht, maar bestrijde deze niet met Schriftuurlijke argumenten. Tenzij men consequent wil zqn, en ook het gebruik van twee of vier bekers meent te moeten veroordeelen. L.

In hetzelfde N. Holl. Kerkblad stond ook dit stukske:

Vrouwelijke diakenen.

De Heraut stelt de vruag, of de gaven en talenten, die God de Heere aan de vrouw schonk, in de kerk wel gonoegzaam tot ontwikkeling zijn gekomen, en oordeelt dat de arbeid der barmhartigheid het eigenlijke terrein is, dat voor haar moet opengesteld. En dat niet maar in allerlei hulpdienst, doch bepaaldelijk in den dienst van het ambt.

Niet het profetische, en ook niet het koninklijke, maar het priesterlijke ambt van Christus ligt op haar weg. De rijke gaven van liefde, toewijding en verzorging, haar geschonken, komen hier tot haar schoonte uiting. En in dat opzicht is de Kerk zeker tegenover de vrouw te kort geschoten, omdat zij eeuwenlang het diakenambt alleen aan mannen toevertrouwde, maar vergat dat de Schrift naast de diakenen ook van diakonessen spreekt. Al is wel een enkele maal een poging gewaagd, om dit ambt weer in het leven te roepen, toch heeft dit geen blijvend gevolg gehad. Zulk een gebrek in de Kerk nu wreekt zich. Waar de vrouw in de plaats, die God haar schonk, niet geëerd wordt, gaat ze straks een plaats eischen, die naar Gods Woord alleen den man toekomt, en vraagt ze ook het predikants-en ouderlingen-ambt. Onze Kerken zullen daarom wel doen met dezen „zeer heiligen en zeer nuttigen dienst" der diakonessen in eere te herstellen. Het diakonaat zou daardoor tot veel rijker ontwikkeling kunnen komen, en aan de behoefte van de vrouw, om ook in den dienst der Kerk te arbeiden, zou worden voldaan.

Reeds vroeger sprak De Heraut als haar meening uit, er geen bezwaar in te zien, indien de vrouw de* aandacht van den kerkeraad vestigde op personen die haars inziens in aanmerking behoorden te komen voor de verkiezing van ambtsdragers. Thans bepleit het blad, gelijk men ziet, de herstelling van den dienst der vrouwelijke diakenen, 't Zou ons niet verwonderen, indien het eerlang op zijn vroeger uitgesproken oordeel terugkomt, en, in aansluiting aan wat reeds twintig jaren geleden door Dr. A. Kuyper Sr. werd bepleit, ook het recht der vrouw erkent, om bij de verkiezing van ambts­dragers haar oordeel te geven^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's