Staat en Maatschappij.
Gebonden, of niet.
In de onlangs gehouden vergadering van de Christelijk Historische Unie deed zich een incident voor, welker oplossing velen, ook buiten de Unie, met belangstelling zullen tegemoet zien.
Naar aanleiding van eene uitspraak, welke ten opzichte van een nieuwe onder wijsparagraaf stond genomen te worden, werd de vraag door een der leden opgeworpen n.l. in hoeverre de Unie en meer in het bijzonder hare leden in de Kamer aan eene uitspraak der vergadering zullen gebonden zqn.
Tegenover de eene groep, die aan het bekende Standpunt begeerde vast te houden, dat de Unie geen program van actie kent en dientengevolge aan de Kamerleden volledige vrijheid wilde gegeven zien, stond een andere, die oordeelde, dat het niet aanging, zich langer op de vlakte te houden, en aan een uitspraak der vergadering bindende kracht wilde toekennen.
Tusschen deze beide fracties stelde zich een derde, die liever den middenweg wenschte te bewandelen, en die wij het best zouden kunnen aanduiden als de mannen van de „geest en hoofdzaak" richting.
Zooals te begrijpen is, viel op de vergadering op dit punt geen beslissing. Het werd goedgevonden, dat het hoofdbestuur een uitspraak zal voorbereiden.
De zaak zelve lijkt ons van ongemeene beteekenis.
In de gebondenheid aan het program ligt toch juist een der cardinale verschilpunten tusschen de Anti-revolutionairen en de Christelijk-Historischen.
Dat er onder laatstgenoemden nu stemmen opgaan, die niet willen weten van het doen van „plechtige uitspraken, zonder dat zij iemand binden, " gelijk een Christelijk-Historisch blad zich dezer dagen uitliet, verheugt ons niet weinig.
De Christelqk Historische Unie spreke zich duidelijk en onomwonden uit, niet in een z.g. eenheidsmotie, maar zoo, dat een ieder een klaar inzicht in haar standpunt krijge.
En als dan partij gekozen wordt voor de „gebondenheid, " dan zullen we ons daarin hartelijk ver bigden.
Wq wachten met belangstelling den loop der dingen af.
De Nieuwe Lager-Onderwijswet.
Bij de Tweede Kamer is ingekomen het ontwerp tot wijziging der Lager-Onderwijswet. We ontleenen aan dit ontwerp enkele dingen: De invoering van een zevenjarigen leertijd voor de algemeene volksschool is onafwgsbaar.
Het U. L. O., zooals dat nu in de wet omschreven is, heeft eigenlijk geen recht en reden van bestaan. Wat voor de scholen van M. U. L, O geldt, dat zij in een dringende behoefte voorzien, geldt niet voor de U. L. O, scholen, zooals zij georganiseerd zijn. Deze scholen zouden dus uit ons Onderwijssysteem moeten verdwqnen. Daarentegen achtte de Minister alle termen aanwezig om tegemoet te komen aan den aandrang, om door grooter geldelijken steun dan volgeus de tegenwoordige wettelqke bepalingen verstrekt wordt en dan ook in de voorstellen der Staatscommissie opgenomen is, het wezenlijke M.U. L. O. te bevorderen.
Het Onderwqs aan doofstommen, blinden, spraakgebrekkigen, zwakzinnigen en idioten wordt afzonderlijk geregeld onder den naam van buitengewoon Onderwijs.
Onder de vakken van Onderwijs zal worden opgenomen handenarbeid. De Minister denkt zich den papier-en kleiarbeid voor alle kinderen in de eerste twee leerjaren der Lagere school; daarna den aanvang van het handwerk onderwijs aan de meisjes, waarvoor de papierarbeid een zeer nuttige voorbereiding is; en daarnaast aan de jongens (en eventueel ook aan de rrieisjes gedurende éen leerjaar ee; i enkel uur per week) eerst kartonarbeid en vervolgens houtarbeid.
Er zal een opleiding van het onderwijzend personeel in 't leven worden geroepen voor éen bevoegdheid, die in vel opzichten is gelijk te stellen met die welke nu door de hoofdacte wordt verleend. Voor het onderwijs geven in de beide laagste leerjaren zal een uitzondering in deze worden gemaakt, 't welk steunt op het verband, dat gelegd zal worden tusschen het bewaarschoolonderwijs en het onderwijs gedurende de eerste twee leerjaren der gewone lagere school. Voor het onderwijs geven aan kinderen van 4 tot 8 jaar zal dan een bevoegdheid noodig zijn, die minder breede opleiding vereischt dan die voor het geven van onderwijs in de hoogere klassen. Het bewaarschool-onderwijs zal dus verdwijnen. De naam bewaarschool onderwijzeres dient vervangen te worden door dien van hulponderwijzeres.
De minister wenscht overigens het afzonderlijke examen te behouden, hetwelk de bevoegdheid geeft tot het geven van onderwijs in de vreemde talen; dus niet éen bevoegdheid die recht geeft om onderwqs te geven in de gewone vakken benevens Fransch, Duitsch, Engelsch, wiskunde en gymnastiek.
De velerlei opleidingsvormen rnoeten plaats maken voor éen enkelen, die eene kweekschool-opleiding beoogt, om op minstens 20-jarigen leeftijd éene bevoegdheid te geven welke in vele opzichten is gelijk te stellen met de bevoegdheid, die nu door de hoofdacte wordt verleend. De opleiding op die kweekschool dient te worden begonnen op minstens 15-jarigen leeftijd en zich aan te sluiten bq het onderwijs met algemeen programma. Het examen zal worden een eindexamen aan de kweekschool, onder toezicht van regeerings-gecommitteerden. De vergoeding van de kosten der erkende bijzondere kweekscholen zal door de overheidskassen worden overgenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's