De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

9 minuten leestijd

Indien gij dan met Christus opgewekt lijt, zoo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is zittende aan de rechterhand Gods.: bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Coll. 3:1, 2.

Naar 't Hemelhof.

In weinige dagen is 't gelaat des rijks vernieuwd en heel onze omgeving bekleed met heerlijkheid; de halmen worden in den lande gezien, 't vogelenheir jubelt, het vee huppelt de weiden, nu alles met zonlicht overgoten werd.

Dat alles is 't werk des Heeren, die waarheid inschrijft in die vernieuwing leesbaar voor allen, opdat wij niet te verontschuldigen zouden zijn. Dit  schone boek, in 't welk alle schepselen lezen en klein, gelijk als letteren zijn, en  ons de onzienlijke dingen Gods geven te schouwen, n.l. Zijne eeuwige kracht en Goddelijkheid, spreekt tot de geslachten  de herleving in de natuur is het veelzeggend beeld van de kracht der dingen van Christus in 't midden gemeente.

Er is lente-leven, 't welk de winter  verdrijft.

Ja leugen is vaak de omgekeerde waarheid genoemd. Nu is 't opmerkelijk, dat er mannen zijn geweest — misschien nog wel? — die niet de vernieuwing 's aardrijks gelaat een prediking maakten van Christus' heerlijkheid, maar precies omgekeerd er van maakten, dat gedachte aan 's Heeren opstanding eigenlijk opgekomen was uit 't ontwaken natuur en dat de machtige sprake den lentetqd, de Christelqke Kerk bracht had tot de „voorstelling" van Jezus' herleving.

Die opstanding, die lichamelijke opstanding, was vrucht van ontstelde verbeeIding en voorts stond dat feit (? ) los van het leven der gemeente, èn der volkeren en had geene beteekenis voor het leven van heel het creatuur.

Wat een voorrecht, dat wij beter mogen weten, juister mogen zien en de ervaringen van het geestelijk leven, ons heerlijker gewisheid geven van het feit  van 's Heeren overwinning van graf en 'dood en de beteekenis van die zaak. Over de zonnige velden van Gods arbeid werpt het ongeloof diepe schaduwen en maakt een mensch, maakt ' een wereld zóó. arm en berooft de volkeren van den troost des Evangeliums brengt, ook maatschappelijk, verderf en ondergang.

Maar de levende God handhaaft Zgne arheid en de heerlgkheid van Zqn gezalfden Koning, door alles heen; Hg doet dit telkens en zal het ook thans  maken.

Het heil in Christus — en in Hem "alle heil! — en de geloofsverzekering ervan is zoo groot een schat, dat het immers niet verwondert, dat alle macht der helle er op uit is, om Christus kroon en een arm volk den troost te te ontroven.

De onverschilligheid, de totale ongelovigheid, die blindheid van zoovelen om ons henen, mocht weleens tot vernedering brengen over Gods ongehouden goedheid, als Hg ons deze dingen hier 't oog bracht door genade des H. Geestes en nauw aan 't harte,  zoodat wij bewogen werden om den Heere te zoeken. Als 't om ons droog is, mocht het wel tot roem des Heeren en tot onze verootmoediging zijn, als we nog eens mogen merken, dat de dauw des hemels op onze ziele viel.

Die bekentenis doe ons tevens acht nemen op teksten als bovengeschreven!

Paulus — en wie meer dan hg ? — heeft van den rqkdom van en in Chriatus getuigd en plaatst het lijden en sterven onder 't rechte licht. Hij had van 't geloof der Collossensers gehoord en bemoedigt hen, wetende, dat zij in groot gevaar verkeerden, dewijl er waren die allerlei bijkomstige dingen op den voorgrond schoven, 't Hoofd niet behoudend en den wasdom van 't geloofsleven wilden belemmeren.

Dit is een kwaad onder de zon. Bijkomstige — soms belangrgke dingen, op de eerste plaats te zetten, en .... de hoofdzaak geringer te achten.

Komt niet hieruit vele scheuring en vervreemding in gevoelen tegenover hen, met wie wij het in de hoofdzaak eens zijn?

In Colosse was gevaar, blijkens hoofdstuk 2 van den brief, en nu vangt hij aan, in wat • bij ons 't derde hoofdstuk heet, te vermanen om te zoeken de dingen die boven zijn, omdat die „dingen" inhoud, beteekenis en richting geven en zelfs de plaats aanwgzen van de dingen, die op de aarde zijn.

Hemelleven is niet los van het leven hier beneden. Een spotter kon zeggen: ik laat God het Paradijs, als Hij mij i Parijs laat; een Christen begeert genade Gods van den hemel, opdat zijn leven op aarde gericht mocht zijn tot Gods eer e, 's naasten stichting en eigen zaligheid.

Indien gij dan met Christus, als 't d Hoofd van al Zijn volk, zijt opgewekt, in toerekening en door dadelijke vereeniging met Hem door 't geloof, zoodat gij bewijs Zijner opstanding in u mocht hebben, door levensvernieuwing, dewijl gij lente-leven — misschien uitnemend zalig! — in uwe ziele kendet, zoo hoort l mijne opwekking in 't woord, om hemelsche dingen te zoeken.

Indien gij dan.... Dat indien kan soms pijnlgk aandoen, 'k Las eens dat p dat woordeke een ngdig woord is. 't Is k zoo, als er wantrouwen, achterdocht uit spreekt.

Een volk, oprecht tot 's Heeren vreeze genegen, kan dat neerslaan. Vooral in  geval dat hg, die spreekt, bij ons crediet l heeft. Dan denkt zoo'n oprechte ziele vaak: hij (of zq) merkt het aan mg ook  wel, dat het niet recht bij mij staat. En  dan wordt zg soms in groote moede­loosheid gebracht.

Is het daarentegen in liefde, uit voor­zichtigheid, men voelt dat wel eens, dan  kan het ons tot nader onderzoek brengen,  en al wordt dan de eigengerechtigheid o gekrenkt, de oprechtheid prijst die voor­zichtigheid, en zegt heel stillekens: O! ja, dat is goed, want als de conditie eens niet op mg paste, dat zou zoo ontzettend zijn; ik ben bang mij zelven te bedriegen.

Paulus sprak in heilige voorzichtig­heid; bovendien wist hg, dat er in eene gemeente altijd zgn — en zgn zullen! — die zich met uitwendige belgdenis tevreden stellen en een leven onder de bediening des Woords en aanhoorigheid aan een bepaalde Kerkgemeenschap als grond hebben voor hope op de eeuwigheid.

Deze dwaling misleidt er velen en houdt hen staande op een nog al hoog plaatsje en drgft zelfs tot.... hooge woorden.

In Colosse hebben ze het nietkwalgk genomen. Bovendien wisten ze, dat alle zoeken naar geestelijke, hooge dingen, alleen recht is en vruchten brengt, als ze spruit uit de vereeniging met den opgewekten Heiland.

Alle zoeken, met „blijvende miskenning" en buiten die vereeniging loopt op teleurstelling uit.

Met Hem opgewekt en dadelijk met Hem vereenigd, naar 't welbehagen des Heeren, alzoo ingezet in 't leven, kwam toch werkzame begeerte en levende behoefte aan die dingen, die boven zijn, waar Christus is en Hij niet alleen, doch Hg daar, als Hoogepriester en Uitdeeler van noodige genade.

De apostel wgst aan 't verband tusschen de heilswaarheden in Christus en de zielswerkzaamheden. Want daar gaat opstandiugskracht uit van den Heere, zoodat wij begeeren met Hem „gestorven en begraven", met Hem op te staan om in nieuwigheid des levens te wandelen.

Dan komt 't uit, dat de Heere „doodt en levend maakt" en de kracht Zijner opstanding bewgst in heel den weg van geloof en bekeering en Hij 't is, die sieraad voor assehe geeft, en 't gewaad des lofs voor een benauwden geest.

Was Christus niet opgestaan, er zou nooit een mensch bekeerd zijn, en zich in Hem hebben verblijd; nu is de aanwezigheid van een volk, dat God kwam te missen en Hem zoekt in Christus en vindt, bewijs voor Zijne gemeente van de waarachtigheid Zijner opstanding op dien gedenkwaardigen morgen in Jozefs hof.

Indien gij dan met Hem zijt opgewekt en door Hem levendgemaakt, zoo zoekt de dingen die boven zijn — want zij zgn te vinden! — opdat gg daardoor verrijkt, uw leven vervuld zij met heerijkheid en hoogere beteekenis.

De dingen.

Gig hoort wel, dat men zegt dat 't gaat om begrippen, om voorstellingen, om phantasieën; doch wij weten, dat het krachten zgn, goddelijke hemelsche krachten en deze inwerken op denken en gevoelen en willen; deze geestelijke beginselen, die eigenlgk boven thuis behooren, gelgk de wijnstok in 't Zuiderand, drgven uit tot zalige aanbidding an God-drieëenig, om in de gemeenchap des H. Geestes, de genade van Christus te kennen, en de liefde des Vaders te genieten.

Boven is de heerlijke tegenwoordigheid Gods. Zoekt haar door 't geloof hier te genieten, Gods vredes-gedachten te verstaan en laat in uwen ganschen wandel openbaar worden, dat genade-kracht zich omzet in daden van gehoorzaamheid. Boven is liefde, vrede, blijdschap, zachtmoedigheid enz. Zoekt deze dingen, opdat het gebruik en bezit van aardsche dingen u daardoor geheiligd zg, en uw arbeid geadeld worde en uw werk, dienende den Heere, hemelwerk zij op aarde.

Er is wijsheid, die van boven is; daar is eene roeping, die van boven is, daar is een geboorte van boven. Kortom, alle genadegave, elke zegening komt af van den Vader der lichten bg Wien geene verandering noch schaduw van omkeering is. Door al deze dingen is de weg des levens den verstandigen naar boven, opdat hg afwijke van de helle beneden.

Zoekt deze genade ijverig in al de bestelde middelen, bedenkt ze, d. w. z. last er gedurig uwe bepeinzing over zijn in liefdevolle ernst, zoodat de heerlijkheid van Jeruzalem veel in uwe harten moge zijn.

Laat er aandacht, belangstellende waardeering zijn, zoodat uwe genegenheden ontstoken mogen worden tot den Heere en Zijne nabgheid, opdat gg rgk moogt zgn in geloof, in liefde en in alle goed werk.

De uitnemende waardij dezer dingen, boven al wat de aarde geeft, bewegen! Laat op zgn best, de dingen dezer wereld „tweede zaken" (res secundae zei een onzer ouden) zijn, doch „eerste zaken" de Koning en het Koningrijk Gods en Zijne gerechtigheid, opdat alle aardsche genietingen en werkzaamheden het hemelsch stempel mogen dragen.

Voor een den Heere zoekend volk is allerlei aanmoediging.

O! Indien gg uwe zonden niet meer kunt voorspreken, en niet kunt ontkennm.; indien gij u deswegens veroordeelen moet en u voor den Heere verootmoedigt; indien gij om de verzekering van Gods liefde schreeuwt tot God in stille nachten, meer dan om 't bezit van een wereld met al het hare; indien Christus Jezus u begeerlgkst werd en uwe gedurige bede: „Laat mijn harte oprecht zgn tot Uwe inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde"; indien gg gezet zijt op 's Heeren vreeze, opdat er doel en leiding zg in uwe wegen, weet dan dat uw leven in Christus verborgen is bg God en dat uit die Levensbron u zal toekomen, wat gij noodig hebt om hier door geloof u te hechten aan Christus en te ondervinden, dat wie door den Heere gegrepen is, door Hem niet weer wordt losgelaten.

De „wortel van Isaï" draagt ook de kleinste van Gods kinderen, totdat openbaar zal worden Christus' heerlijkheid en die van Zgn werk in de zaligheid van al Zgn volk en de vernieuwing van heel de creatuur (Rom. 8:23).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's