Uit het kerkelijk leven.
Alles vraagt om een oplossing
Alles vrahgi om een oplossing van het zeer moeilijke kerkelijke vraagstuk.
Buiten kijf gaan we tqden tegemoet, waarin tegenover de macht van on-en bijgeloof de eenheid en de kracht van het Protestantisme meer zal moeten uitkomen, wil niet het socialisme en anarchisme ter eener zijde en E, om« ter anderer zijde de leiding nemen.
Nu voelen we allen wat de kracht en den invloed van het Protestantisme breekt: het is de ellendige verdeeldheid, die ons telkens overal met lamheid slaat.
Daarbij maakt onze Herv. Kerk helaas! geenszins een uitzondering.
Want heeft de Heere hdar van ouds een beteekenende en breede plaats gewezen onder ons volk, sinds lang zijn we bezig onze beste krachten te verteeren door in eigen kring voortdurend tegen elkander te vechten, 't welk ons in de schatting van het publiek belachelgk maakt en ons in den weg staat een grootsche, nationale taak te vervullen.
De richtingstrqd is met recht onder ons een vloek te noemen. Daardoor worden onze beste krachten verteerd. Er is zooveel goeds, zooveel toewijding ook, maar wij gebruiken dat voor een belangrqk deel om tegen elkaar in te werken, inplaats van naast elkaar en met elkaar te bidden en te strijden.
Door den richtingstrijd wordt zooveel nagelaten, wat er anders al lang had kunnen zgn. Denk aan het parochiestelsel ; aan de vermeerdering van predikantsplaatsen; aan zooveel arbeid van dienende liefde; uitbreiding en betere regeling van het werk der Zending; de opleiding van predikanten; Godsdienstscholen; om niet te vergeten de kwestie van de predikantstractementen; de verzorging van emeriti, van predikantsweduwen ^n weezen. Daarbij komt een organisatie van onze Herv, Kerk, die haar doodelijk drukt en die 't onmogelijk maakt, dat zg als Kerk leven kan noch ook de krachten, die in haar zijn, kan ontplooien.
Om in de derde plaats ook te noemen de huidige fioantiëele verhouding van Staat en Kerk, die voor de Kerk niet de meest eervolle genoemd mag worden en bovendien bij de opdringende macht van het radicalisme voor de Kerk ook zeer onveilig is.
Zal de Herv. Kerk, de grootste en belangrijkste van de protestantsche Kerken in dezen lande, de'komende tijden dan ook zóo willen tegemoet gaan, dat zij den onvermijdelijken stoot met het socialisme en anarchisme het hoofd kan bieden en in het midden des volks zal kunnen staan als een leids vrouwe, dan moet zij innerlijk in sterkte toenemen en een betere, haar passende organisatie krijgen, terwijl ook de fioantiëele verhouding tusschen Staat en Kerk anders zal moeten worden geregeld.
Dit is nu evenwel gemakkelgker gezegd dan gedaan. Hoevéél is er al te doen geweest over de richtingskwestie? Hoe stug is er al geklaagd over de huidige organisatie? Hoe dikwqls heeft men reeds gewezen op de wenschelijkheid wqziging te brengen in de fioantiëele verhouding van Staat en Kerk? En het partijwezen blijft maar ongebreideld I De ongelukkige Synodale organisatie houdt het telkens weer! Inzake den zilveren koorde kwam geen verandering nog!
't Is waar. Maar toch, hoe beter we deze dingen in 't oog vatten, hoe meer kans er bestaat, dat we samen, alle partgen en richtingen, zullen gaan voelen, dat hier verandering moet komen, zal onze Herv. Kerk niet geheel haar invloed verliezen en haar plaats moeten afstaan aan anderen. Want dat zij het nu honderd jaar uitgehouden heeft met dien ellendigen richtingstrijd, met die ongelukkige Synodale organisatie en onder de huidige verkeerde verhouding van Staat en Kerk (doch hoe ? ), is volstrekt geen waarborg, dat zij het nóg wel honderd jaar op de been zal houden. Deze eeuw toch is een gansch eindere dan de vorige en daarom mag er, nu het nog tijd is, niet getalmdworden om ingrijpende veranderingen in ons kerkelijk samenleven aan te brengen. Periculum in mora - in talmen ligt hier groot, zéér groot gevaar!
Hier liggen voetangels en klemmen; dat is waar!
Maar de moeilijkheden zijn er niet om er voor uit den weg te gaan, wél om ze te overwinnen. En ja, heeft de Heere Zijne oordeelen besteld over onze Herv. Kerk, dan zullen ze komen en dan zal de Heere daarin rechtvaardig handelen; ook zal het dan goed zgn voor ons, wanneer het een heilzame vrucht der gerechtigheid mag achterlaten bij ons en onze kinderen. Maar we rnogen die oordeelen niet afbidden, ook er ons niet lijdelijk bij terneerzetten in vadsige werkeloosheid en Gods water maar over Gods akker laten loopen. We moeten het goede zoeken voor Kerk en volk, alsof 't aan èas ware om dat goede te bewerken van geslacht tot geslacht.
Welke wegen we dan onder de huidige omstandigheden moeten inslaan en bewandelen ?
Voor angstig wegpchuilen achter versleten dogmatisme moeten we ons wach ten, wars moeten we zijn van reactionaire repristinatie (uitsluitend heil zoeken bij het oude); verre moeten we ons houden van revolutionaire verniel/ucht.
Hier moet dus niet revolutionair vernield noch kleinzielig geconserveerd worden.
De nieuwe tg den brengen nieuwe ei? chen en vragen nieuwe banen, waaraan de Kerk, bizonderlijk onze Herv, Kerk, zal hebben te voldoen, zich aansluitend aan het historisch gewordene, zich scharend rondom de goddelijke en eeuwige waarheid, ons in Gods Woord gegeven en onder de bizondere leiding des H. Geestes in onze belijdenis zoo keurig en duidelijk door onze Geref. vaderen nagesproken, daarbg achtgevende op de teekenen der tijden.
Een van de billijkste eischen en noodzakelijkste dingen is, dat de Kerk haar historie niet vergeet, om de historische draad opvattend en vasthoudend, zich te zetten tot een nieuwe, broedere, duidelijker uiteenzetting der waarheid, meelevend het leven van dezen tijd, met bestrijding der dwalingen van den huldigen dag. Daarbij is noodig een herziening van onze liturgische geschriften, aanvulling en verbetering van ons kerkgezang; waarbij het komen tot een andere wgze van Kerkregeering en kerkeliijk samenleven nummer één op het program is en de kwestie van den zilveren koorde niet op den achtergrond mag worden geschoven.
Maar hoe er toe te komen en wat moet hierbg 't eerst onder handen worden genomen ?
We zouden zeggen: de diepgaande tegenstellingen in zake het geloof en de belgdenis moeten niet langer verdonkeremaand worden en alles moet worden beproefd om het belijdend karakter van onze Herv. Kerk te versterken en te handhaven. Want dat wegdoezelen der principieele, scherpe, onoverbrugbare en werkelijk bestaande tegenstellingen benadeelt de positie der Kerk als Kerk, verslapt haar belijdend karakter, verlamt haar geestelijken invloed op het volksleven. Zij lijkt nu veel te veel op eenvereeniging van elk wat wils, welke door het ja en neen zeggen haar prestige telkens wegwerpt, en hoe langs hoemeer buiten het volksleven komt te staan. Wie weet nu eigenlijk wat men aan de Herv. Kerk als Kerk heeft?
Indien er diepgaande geloofsverschillen zijn binnen de grenzen van onze Herv. Kerk — en ze zijn er! — moeten we Mie onder de oogen durven zien en we moeten dan trachten alles terug te brengen tot de fundamentstukken, tot de belijdenis aangaande den Christus, den Zoon van God, den Zaligmaker van zondaren, die door Zijn lijden en sterven verzoening heeft aangebracht bij God, voor een iegelijk die in Hem gelooft; die nu is gezeten aan de rechterhand des Vaders in de hoogste hemelen en Wiens komst als Rechter op de wolken wg verwachten.
Bij deze dingen, in zake den Christus dus, die was en diie is en die komen zal, moeten we trachten in den kring van degenen die nu tot de Herv. Kerk behooren, elkander te leeren verstaan en begrijpen, het samen uitsprekende, dat we hier principieel verschillen en dat het niet goed is, dat nu kerkelgk samenwonen die geestelgk gescheiden zgn en dat nu kerkelgk gescheiden leven die God geestelgk heeft saamgevoegd.
Konden we elkaar hier leeren verstaan en begrijpen en waardeeren, dan was er veel gewonnen, want daar hangt als van zelf mee saam een zoeken van een betere regeling in zake kerkregeering en kerkelijk samenleven, gelijk ook in beginsel een zoeken van een betere regeling wat betreft de kwestie van den zilveren koorde.
Het geestelijke dus voorop. De belijdeniskwestie vooraan. De richtingskwestie in het centrum.
Dat is wel het moeilgkste; maar straks maakt het de dingen toch weer 't gemakkelijkst en in beginsel zullen we allen moeten toestemmen, dat het probleem zóo te stellen het meest voor de hand ligt en aan te bevelen is.
Wat geestelijk gescheiden is mag de mensch niet bij elkaar voegen. Daar willen we dus mee beginnen en daarvan willen we uitgaan
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's