Ingezonden.
Onjuiste beeldspraak.
De kerkelijke kwestie is wel brandend. En zooals het meer met dergelijke vraagstukken gaat, men heeft allerlei oplossingen. Het ligt niet in onze bedoeling ze ook maar aan te duiden, liever staan we bij ééne beschouwing een oogenblik stil. In 't kort komt de meening, die wg bedoelen, hier op neer? Het is met onze Kerk diep-treurig gesteld. De toestand is zoo in-droevig, dat de kleuren niet donker genoeg kunnen worden gekozen. De schuld van die diepe ellende, dit diep verval ligt bg allen. Allen zijn afgeweken. Het is onze zonde, waarvoor we boeten. Er is gemeenschappelijke schuld. De groote zonde is, dat dit niet wordt erkend, nog minder gevoeld. En daarom moet er verootmoediging komen. Is dat schuldbesef ér, dan zal de Heere komen met Zgn Geest en de Kerk zal weder bloeien als een roos. Krachtens deze theorie moet men dan de zaak laten, zooals ze is, en wachten op een massaal schuldbesef.
Het ligt voor de hand, dat de aanhangers van deze opvatting vijandig staan tegenover alle kerkelijke actie en indien hun invloed ver reikt, verlammend werken op iedere poging, om de Kerk weer tot naleving harer belijdenis terug te brengen. Tot verdediging dezer aangenomen positie gebruikt men dan veelal een beeld. De Hervormde Kerk is de boom, die groeit op den akker van het Nederlandsche volk. Aan dien boom groeien goede én slechte vruchten. Volkomen gave vruchten eigenlijk in 't geheel niet, want de boom is ziek, want de akker deugt niet. Nu wil men (bgv. de Ger. Bond), die slechte vruchten, de vrijzinnigen, afschudden, maar daardoor wordt de boom niet beter. Het was immers de boom der rechtzinnigheid, waaraan de vrgzinnige vruchten groeiden. Bidt daarom den Heeré, verootmoedigt u, opdat die akker, die boom beter worde. Dan verdwijnen vanzelf de schadelijke, slechte vruchten.
Men zal gevoelen, dat uit deze theorie met haar beeldspraking toelichting heel wat voortvloeit. Hieruit volgt een standpunt, waardoor men koel, ja vgandig staat tegenover alle christelijke actie. Volgens deze opvatting moet men dan ook een gereserveerde houding aannemen tegenover het ehristelgk onderwija, de christelijke politiek, het zendingswerk etc. etc.
En dat doet men dan ook. Predikanten, die deze meening huldigen, hebben een zeer gemakkelijk leven. Ze mogen dan aan den binnenkant werken, naar buiten gaat er weinig of geen kracht van hen uit. Als ze zoo ver komen, dat zg zeggen: Verderf het niet, er is een zegen in, mag men het gerust nog prijzen.
Dat kan ons zoo van harte bedroeven, omdat men onder de aanhangers dezer opvatting zoo vaak menschen aantreft, die om hun godsvrucht, hun diep inzicht in de kennis der Schrift veler achting hebbeu en daarom zoo gezegend werkzaam konden zijn.
Zien we nu, wat onder het licht van Gods Woord bg nadere beschouwing van deze opvatting juist is. Voorop ga de opmerking, dat een beeld mag en moet dienen, om een waarheid, die men eerst moet aantoonen, op te helderen en te verduidelijken; nimmer mag het beeld worden vooropgesteld en dan de wa.arheid daaruit worden afgeleid.
Als men het laatste gaat doen, handelt men tegen de logica en komt men tot allerlei ongerijmdheden. Dit is ook de fout bg het gebruik van bovengenoemde beeldspraak. Als men de consequentie van deze meening aandurft, dan deden de Hervormers, dan handelde de Dordtsche Synode verkeerd. Immers dan had er schulderkentenis moeten komen en om kerkherstei zijn gebeden.
Natuurlijk gaat niemand onzer ten opzichte van de zonden der Ned. Herv. Kerk. vrijuit. Ook wg, gereformeerden, hebben onze schuld te belgden in dezen, maar de erkenning van zonde sluit geen werkeloosheid in zich. Wie ook voor de zonden van zyn Kerk in de schuld kwam voor zgn God, (we hooren dezen toon te weinig in de kerkelijke bladen) zal niet lijdelijk blijven, maar het schriftuurlijke „Ora et Labora" in toepassing brengen.
Schuld belijdende, zal men op reformatie aandringen en geen ding in den geordenden weg onbeproefd laten, om het licht weer op den kandelaar te plaatsen. Het zou ons te ver voeren en we achten het ook niet dienstig, om aan te toonen, dat bij tqdperken van verval voortdurend onder 's Heeren bestel wordt opgetreden, om de verkeerde toestanden uit den weg te ruimen. De voorbeelden zgn voor het grijpen. Er werd op geen massaal schuldbesef gewacht; men mocht het kwade niet dulden. De boosheid werd door de vromen weggebannen, ook al zag men in die boosheid eigen zonde.
De Heere laat Zijn werk door menschen doen en openbaart Zijn wil in de Zijnen. Het beeld van den boom met de vruchten deugt niet, al was 't alleen hierom, omdat alle richtingen, die in onze Kerk ontstaan zijn, niet denzelfden oorsprong hebben, 't Is toch ongerijmd te beweren, dat bijv. de moderne opvatting ontstaan is uit de gereformeerde belgdenis. Men kan natuurlijk wel zeggen, en zien, dat menschen met gereformeerde opvatting langzamerhand gaan verflauwen en modern worden, maar daarvoor den bodem te zoeken in de gereformeerde belijdenis is toch te mal. Zij zijn van ons uitgegaan, want ze waren van ons niet. Hierom is de beeldspraak van den boom zoo noodlottig, omdat ze een schijn van waarheid heeft. Men accepteert onnadenkend dien boom uit de beeldspraak en komt dan tot de rest.
Als de gereformeerde modern wordt, verliest hij den Christus der Schriften en dat is geen ontwikkeling van begrippen, geen evolutie, maar revolutie, vorwoesting.
Hoe ziek een appelboom ook wordt, er mogen kleine, onaanzienlijke vruchten aan komen, nooit ontmoet men er een andere vrucht, maar steeds een appel.
Als men dan toch een beeld wil gebruiken, neem dan het menschelijk v lichaam, dat op talrijke plaatsen ia aangetast. Wat doet de chirurg, hij sngdt die plaatsen uit, opdat niet het geheele lichaam verga door de voortwoekering der ziekte.
Dat is het eenige, wat genezing kan aanbrengen. Het beeld, dat wij gebruikten, zal ook niet in alle consequenties vol te houden zijn, maar daarvoor is het ook een beeld Het heeft geen andere verdienste dan dat het aantoont, wat we bedoelen; de zonde der samenleving met de modernen onder één dak moet ophouden. Het modernisme werkt in een Kerk, die een gereformeerde belijdenis heeft, als de kanker. Wil het organisme gezond worden, dan moet deze zieke plaats er uit.
De Heere roept ons, gereformeerden, op, om te doen, wat onze hand vindt om te doen. Laten we kieskeurig zijn in de keuze onzer ijiiddelen, houden we onze wapenen rein. In den algemeenen roep om verandering in den bestaanden toestand heeft de Heere ook Zijn leiding. Zoeken we onder biddend opzien den weg, dien we te gaan hebben. Zijn Naam ter eere, onze Kerk ten zegen.
Arnhem, April 1919.
„Etfatha."
Nog altijd is het getal groot van doofstomme kinderen uit Christelijke gezinnen, die worden toevertrouwd aan een zoogenaamd neutraal Instituut. Ouders, die er niet aan zouden denken, hunne hoorende kinderen te zenden naar de Openbare school, onthouden aan hunne doofstomme het Christelijk onderwijs. Zij doen dit uit practische overwegingen. Velen zien er tegen op, hen te zenden naar „Effatha" vanwege den grooten afstand, die Dordrecht scheidt van hunne woonplaats. Anderen meenen, financieel niet in staat te zijn aan onze opnemingsvoorwaardeu te voldoen. Het eerste bezwaar mag echter den doorslag niet geven, waar het geldt de trouw aan de belofte bij den Doop afgelegd. En het tweede behoeft dit niet te doen, want, indien men in overleg treedt met „Effatha"'s bestuur, zal wel blijken, dat dit kan worden ondervangen.
Mogen wij daarom onzen Predikanten, Ouderlingen en Onderwijzers dringend verzoeken, den ouders van doofstomme kinderen dit onder het oog te brengen ? Ook zou het ons aangenaam zijn, de adressen te ontvangen van alle ouders, wier doofstomme kinderen van 6—10 jaar en met normale geestvermogens nog niet in een Instituut opgenomen werden-Het hoofd der School, de heer A. A. van Holten, Vrieseweg 47rood, Dordrecht (zie de advertentie in dit blad) zal gaarne de adressen ontvangen, terwijl hij zich ook bereid verklaart over de opneming van kinderen in „Effatha" alle gewenschte inlichtingen te verschaffen.
Namens het bestuur van Effatha”.
W. L. DEN BLAAUWEN, Penningm. Den Haag, Ant. Duyckstr. 49.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's