De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

4 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN,

26)

Thuis spraken ze uit de overstroomende volheid van haar ontsteld hart en de luisteraars verbleekten reeds enkel van 't hooren zeggen.

Er werden nu plannen gemaakt, hoe zoo goed mogel^k samen te helpen in't gezin, waar behoefte was aan alles.

Eenige dagen later zou Ombra 's nachts bij 't ziekbed van haar zuster waken, 't Was reeds ver in den avond, toen ze de deur der ouderlgke woning opende, en — zonder iets buitengewoons te verwachten — terstond Roosje schreiend en ontsteld naar haar toe zag komen.

„O Ombra, Ombra! kom gauw, kom gauw!" 't Kind was radeloos van angst, en in de gelagkamer liep haar vader op en neer, met 4e handen tegen de ooren, en met Iets in de oogen, zóó naar, als Ombra nog nooit had gezien. En moeder liep af en aan van de keuken in de gelagkamer, van aandoening stampend soms en de handen radeloos in elkander slaand. Alles sprak van ontzetting, en Ombra kreeg van niemand antwoord op de herhaalde vraag:

„Wat is er dan toch? "

Geen ander antwoord dan gebaar van uiterste radeloosheid der ouders, opnieuw gehuil van Roosje en een gekerm van: O o'"

Ze wilde de ziekenkamer ingaan, opdat ze daar zou vinden, wat ze zocht; doch Roosje greep haar bq den arm, om 't haar te beletten, en fluisterde:

„Ga niet! o, ga niet! Dan begint ze weer!"

Doch de zieke scheen iets gehoord te hebben en begon weer met zulk een wanhopige stem, dat het verschrikkelqk was om aan te hooren: 

„'t Is uw schuld — uw schuld! Vader en moeder, ^t is uw schuld! — Eeuwig uw schuld! Ik ben verloren — eeuwig verloren! — 't Is uw schuld! — Je hebt me dit nooit gezegd! — Nooit nooit!, .." 

Ombra sidderde.

De vader hield de handen tegen de ooren om die stem te ontgaan, en hij scheen naar iets te zoeken, om dien ontzaglijken toon in zqn ziel te smorren.

De moeder liep diep de keuken in, gebogen, de handen wringend, stampend tegen den grond, als wilde ze een machtig geweld uit haar ziel wegschoppen.

Roosje huilde niet meer, maar stootte krijschende klanken uit, alsof iets in haar wilde indringen, dat haar 't hart zou doen stilstaan, en dat ze met het uitstooten van geperste, geknepen keelklanken wilde weren.

Ombra sidderde.

En — op 't oogenblik zou ze alles beter kunnen dan bidden. Bidden was haar nu de grootste onmogelijkheid. O, dat ze toch nooit, nooit weer zulke woorden, deze woorden hoorde!

Was oom Johannes maar hier! Oom Johannes....

Reeds begaf ze zich — roerloos stil, om niet weer die angstkreten te wekken — naar de deur, om oom Johannes te halen.

Doch Roosje greep baw terstond vast, zóó krampachtig, en met zulke smeekende oogen, alsof ze, indien haar zuster nu heenging, verloren zou zijn.

Even liet Ombra zich zoo vasthouden, zelf tot in haar ziel beangst, en dan fluisterde ze de jongere in 't oor:

«Lieve Roos, laat mq los! Ik zal oom Johannes halen! 'k Zal vliegen! — 'k Ben in een ommezien terug!"

Roosje geloofde haar terstond, en fluisterde terug:

„Dan blijf ik zoolang buiten staan!"

„Dat is goed, Roos! doe dat! — Ik vlieg weg!"

't Was werkelijk, of ze vloog. En immer sneller — sneller.

Ze wierp de deur bg den wagenmaker open en hijgend en heesch brokkelde ze in klanklooze ademhaling uit:

„Oom!—kom—da-delqk—da-de-lijk!" Ze vloog weer weg de deur open latend.

't Was nu laat in den avond, en er waren 'dus maar weinig menschen nog op straat. En die enkelen wisten plots niet wat ze zagen. Was dat een waanzinnige? En vroeg haar iemand, wat er scheelde zij gaf geen antwoordt

Nog geen half uur was ze ' weest, toen voor de deur Roosje terstond vastgreep. En' Ombra, hijgend en zweetend, klemde zich vast aan haar jonge zuster, omdat ze toch iets is moest vasthouden en niets anders had.

„Ik blijf zoolang buiten — zei ze tot oom komt!"

Stevig elkander vasthoudend bleven ze buiten wachten, telkens de oren spitsend, of ze niet den stap van Johannes hoorden.

Dan — gluurde Ombra even door de kier in het blind voor 't raam van de gelagkamer.... en zuchtte ze: Heere!"

Ze zag haar vader drinken uit de flesch. De deur wierp ze open, om met één sprong de flesch te grijpen, doch 't zelfde oogenblik rinkelden de scherven over den stenen vloer.

„Vader!...." „Och Heere!" Moeder had ook gedronken....Daar kwam oom Johannes binnen hijgend, en met de oogen vragend

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's