De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

OMBRA.

5 minuten leestijd

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 27) -

Roosje hing snikkend, als verlamd aau zijn arm. Ombra kwam naar hem toe, pakte met beide handen den anderen arm, legde haar hoofd op zijn schouder en begon jammerl|jk4ehuilen. De dronken herbergier huilde nu ook en brobbelde:

„O Johannes, - Johannes I o, jongen, jongen! O, o, o! 'tis vreeselijk, vreeselijk!"

De vrouw zat op een stoel, met de ellebogen op de tafel, haar verdwaasde hoofd met los hangend, wild verward haar steunend.

En opnieuw gilde 't uit de bedstee: „'tis uw schuld, vader 1 —uw schuld, moeder! — Je hebt me ddt nooit gezegd! — En nu is 't te laat — voor eeuwig te laat...."

De oom, ook ontstellend, begreep terstond alles en begaf zich naar de zieke.

„Dag Femma! » zei by zacht en teer -  hoe gaat het? "

Verwilderd, en als waanzinnig richtte ze haar witte, magere gelaat naar hem en snakte terstond het hoofd weer om. - «'tis nu te laat •- schrilde ze - te laat, en 'tis de schuld van mijn vader en moeder."

«'tis nog niet te laat, Femma! — De Heere Jezus staat nog gereed om je met open armen in genade aan te nemen ...."

„Wêggg! wêggg!" krijschte ze hem tegen en hief haar magere armen en handen omhoog, alsof ze hem wilde ontvlieden,

„Wêggg i wéggg te laat!" De man, geheel verslagen en radeloos, verborg zich achter de deur der bedstee, en de zieke werd dan weer stil. Hij ging daar op een stoel zitten en bad in zich zelf.

Ombra, die nu wel, nu haar oom in die kamer was, in de deuropening durfde staan, meende te kunnen merken dat hq bad, en zij voelde dan haar eigen angst en gejaagdheid . wqken. Ze kwam zelfs nader, heel stil, en zette zich naast hem op een stoel. En Roosje scheen 't ooi rustiger te kr^'gen, want elechts nu en dan schokte en gnakte nog baar hoofd, en vooral haar ond^rkaak, van een plots opschietenden huilsnik. Zq kwam ook stilletjes bq oom.

En oom bad, zonder dat het te zien of te hoeren was; maar de beide meisjes schenen 't te voelen, want zij vouwden de handen en sloten de oogen en bewogen wonderlijk de lippen.

Ze hoorden alle drie hier 'tronken van vader en moeder, die, met het bovenlijf over de tafel en met uitgeslagen armen en slap hangend, schokkend hoofd in slaap waren gevallen.

Oom had eindelqk gezien, dat zijn nichten daar zaten, als biddend, en hij had dan ook zijn handen gevouwen en de oogen gesloten, en was dan overluid gaan bidden, eerst heel zacht en al luider en luider, tot voorzeker Pemma 't wel kon hoeren.

Hg bad lang, heel lang, en de beide meisjes — neen, zij sliepen niet — zij bewogen maar steeds de lippen en baden in hun harten mee.

Eindeiyk waagde Ombra het, in de bedstede te zien en z^ geloofde dan, dat Femma eliep, eu ze fluisterde dat, en oom hoorde 't weL ma*r bleef bidden en Ombra en Roosje baden mee.

't Was al lang na middernacht en in huis hoorde men niets, dan 't snorken van de uitroezende vader en moeder, toen men buiten voetstappen hoorde naderen.

Dan ging de deur open en binnen traden — Mien en Wim.

Thuis hadden ze met moeder en de knecht zitten wachten op vader, en eindelgk waren ze ongerust gewerden en kwamen nu den, hoe 't hier gesteld was.

Allen, behalve Ombra, die bij de zieke bleef, kwamen nu in de gelagkamer, waar men de dronken menschen maar liet slapen.

„Nu moest Roosje naar bed!" meende oom, doch 't bange, zoo zeer geschokte meisje durfde nergens alleen zijn; ze wou wakker blijven bq oom en Ombra. Toen stelde oom voor, dat Roosje met Mien kon meegaan en bij haar slapen, want het zenuwachtige kind zou geheel van streek raken. Met Mien meegaan wilde het meisje wel gaarne. Ze zouden dan thuis zeggen, dat vader hier tot morgen bleef, en Wim zou misachien over een paar uur thuis komen: bier kon hij waarschijnlijk van dienst «gD'

HOOFDSTUK XI.

Niemand hoorde van Femma nog een enkel woord. Dagen achtereen, tot« haar dood, was ze buiten kennis en bijna geen teeken van leven-meer. Of Ombra, of oom Johannes, of Mien, êén van de drie was altijd bq haar in de kamer, immer met de verwachting toch nog een enkel hoopgevend woord te hooren; maar 't kwam niet. En zo stierf ze.

In stilte werd de doode begraven. De treurnis der naastbestaanden was zeer bqzondere. Want er was treurring bij de ouders, en toch had de dood hunne'dochter ontspanning gebracht, omdat ze nu nooit meer haar zoo door merg' en nieren dringend verwqt zouden hooren. Want de naklank er van dreunde bonsde nog in 't geweten van den vader die telkens en telkens weer de toevlucht nam tot den drank der zielverderving Had hij vroeger veel gedronken uit louter lust, nu dronk b|j uit angst, om den anget te ontgaan

. (Wordt vervolgd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's