De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

8 minuten leestijd

En hij zeide: zie, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des menschen staande ter rechterhand Gods. Hand. 7 : 56.

Ter rechterhand Gods.

Hemelvaart in den rug  en Pinksteren voor oogen, wordt als vanzelf ons het karakter van dezen tijd aangegeven. Tenminste zoo we practisch willen blijven, dienen we onze gedachtegang te bepalen tusschen deze twee heilsfeiten. Ten eerste, dat de Heiland opvoer ten hemel. En vervolgens dat Hij vanuit den hemel Zijn Heiligen Geest op de Gemeente deed nederdalen.

De vraag dient in het volle licht geplaatst: wat is de Hemelvaart geweest en wat zal het Pinksterfeest voor ons zijn ?

We gelooven niet dat het iemand zal bevreemden, dat, we met zóó pas Hemelvaart in den rug, hier naar het eerst het oog omwenden.

't Is voor velen een wonderlijke dag, een rustdag, maar de wereld leeft, leeft volop, 't Is een uitgangsdag geworden. Wie rekent er nog op ? Wie laat er zich nog mede in met het feit waarbij de Gemeente des Heeren wordt bepaald? ' In elk geval past niet meer de prediking : „wat staat gij en ziet op naar den hemel? "

't Is maar een enkeling die staat, t Is maar hier en daar een, die op ziet naar den hemel, 't Is niet meer een Gemeente iu haar geheel, die samenkomt om de gangen des Heeren na te speuren, die vanuit de verte eerbiediglgk het hoofd ontbloot bij de gedachte dat haar koning 2ijn troon beklom.

Hemelvaart is in de practgk niet meer de dag van troonsbestijging van Koning Jezus.

Daarom zou het zeker een misse greep zijn als we op dit oogenblik reeds weer vooruit grqpend vroegen „wat nu? " Hemelvaart gehad, straks Pinksteren. Hebt gij Hemelvaart gehad lezer? 'k Zou met het leerboek onzer vaderen eens de vraag u willen voorleggen: „wat nut ons de Hemelvaart van Christus? " Als het alleen ' het feit blijft gelden dat 1800 en zooveel jaar geleden plaats greep en daar is geen doortrekkende Iijn. Mag ik dat schoone antwoord eens voorlezen ?

Dit nut in de eerste plaats, dat Christus iu den hemel, voor het aangezicht Zijns Vaders, onze Voorspreker is, dat wij ons vleesch in den hemel tot een zeker pand hebben, dat Hij als het hoofd ons Zyne llidmaten ook tot Zich zal nemen, dat ons Zijnen Geest tot een tegenpand ïendt, door Wiens kracht wq zoeken wat daar boven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods en niet wat op de aarde is.

Ziet hier de brug geslagen van Hemelvaart naar Pinksteren.

Wg hebben in den hemel een pand. öns vleesch is in den hemel, waarheen Hij opvoer.

Een tegenpand heeft Hjj op aarde ; gezonden in Zgnen Geest, waardoor wq zoeken wat hier boven is.

En wat niet het minste zegt voor een zich schuldig wetend zondaar: voor het aangezicht des Vaders staat een Voorspreker, een Advocaat, zouden we zeggen, die nooit een proces heeft verloren, die nimmer een verliezen zal, om de heel eenvoudige reden, dat Hij aan het goddeligk recht Zelf betaald heeft.

Deze trits van goddelijke waarheden worden u zoo schoon voorgehouden in het schriftgedeelte, dat we lezen in dit gedeelte van hot Woord des Heeren dat ge leest in Hand. 7.

Hier in onzen tekst wordt naar voren gebracht, wat Stephanus zag van zijn Heere en Heiland, nadat Hij ten hemel was gevaren.

Ge zult u gemakkelijk voor den geest kunnen plaateen de positie waarin hg, toen deze woorden werden gesproken, zich bevond.

Zge vijanden waren bezig hem van deze wereld te bannen; aan hem werd n 1. voltrokken de wreede dood der steeuiging.

Ziet, terwijl de projectielen, vpelke van alle kanten op hem afkwamen, hem het uitzicht beletten, en hem straks de oogen zouden doen sluiten, wordt de hemel voor hem zichtbaar open gedaan. Hij ziet Christus in heerlijkheid.

Daarop had de Duivel niet gerekend. Dit was door hem niet voorzien. Anders had hij het zeker niet doorgezet. Zoo zien wij, lezers, wat de vijand ook verzint, dat het voor Gods kinderen altijd nog voordeel oplevert.

Laat ons nu eens nagaan of uit betgeen Stephanus door de geopende hemelpoort opmerkte van den ten hemel Gevarene niet eene vingerwyzing ligt voor ons.

Hij zag Jezus staande ter rechterhand Gods, En nu mag zeker niet onopgemerkt worden gelaten, de omschrijving welke hij van den Heere Zelf geeft. Hq zegt ik zie „den Zoon des menschen" staande.

We hebben dus ons vleesch in den hemel.

Dit is de eenige plaats, waar onze Heiland door een menschenkind genoemd wordt met dezen naam. Immers duidde Hij zich zelven aan als den Zoon des menschen, maar nooit kwam dit woord op menschenlippen dan alleen hiej'.

Stephanus zag den Zoon des menschen in den hemel, den verheerlgkien Heiland, maar dan zooals Hq na Zyn opstanding door Zijn jongeren was aanschouwd. Als den Zoon des menschen.

En hoe zag hg Hem nu verder ? Staande. Hij pleit bij den Allerhoogste op wat Hij voor de Zgnen gedaan heeft. In deze gestalte staat Hg voor den Troon.

Maar, zoo luidt uwe hier geen kleine vergissing? bedenking, is

Moet hier niet staan, gelgk Hij ook eenmaal Zelf gesproken heeft tot denzelfden Joodschen Raad, tot wien Stephanus zijne woorden richt: „gq zult den Zoon des menschen zien zitten ter rechterhand Goda" ?

Neen, gewisselqk niet.

Stephanus, die vol was van den H. Geest, heeft niet verkeerd gezien, 't Is de zuivere waarheid zooals hij 't z^n hoorders beschreef.

De rechters zouden den Heere zien „zitten", aaaar Stephanus zag hem „staande".

Is dat geen gedachte om stil onder te worden: voor wie Hem oordeelden, veroordeelden, zou de Christus straks zitten op den rechterstoel. Hg zou op Ziyne beurt hen oordeelen en veroordeelea. Maar voor Zgne disoipelea ? er-Hchijnt de .Heere f-a^^n Advocaat, een pleitbezorger.

Laat het u toch niet ontglippen, gij allen, die in de persoon van Christus uw voorspraak vindt. Hg staat iiier ter rechterhand Gods. De hoogste eereplaats is Hem geworden en als zoodanig is Hij nu werkzaam in den hemel,

In de H. Schrift wordt altgd gezegd, dat de Duivel aan de linkerhand plaats neemt om te kunnen aanklagen. Nu dan zou ik zeggen, valt de dekking welke Stephanus ontvangt in den persoon van Christus des te heerlijker op.

Wanneer de heele Joodsche Raad mei al zijn beschuldigers ook al links mocht staan, al was er zelfs geen advocaat te vinden die het voor zóo een opnam, in zgn Heere en Heiland heeft hij genoeg. Deze staat aan de rechterhand Gods.

Kan het u verwonderen, dat hij de heerlijkheid Gods aanschouwende, met hemelglanzen omwonden, het voor vriend en vijand moest uitroepen; „zie, ik zie de hemelen geopend en" den Zoon des mensehen staande ter rechterhand Gods."

Hg vergat alles, zgn heele omgeving, zijn pijnen en smarten, zgn smaad van de vijanden, zijn aanklachten van binnen en buiten: Ik zie den Heere Jezus Christus als mijn Voorspreker voor-den Troon.

Is dat niet iets kostelijks? Hij wist zich geborgen. Hg gevoelde zich geheel veilig. Zij mochten hem steenigen, zgn lichaam bedelven onder doodende steenklompen, zijn ziele zou agn bg God, Tot aan de poorte des hemels zag hij den verheerlijkten Christus reeds op hem toetreden en hem bg de hand vatten. „Heere Jezus, zoo roept hg uit, ontvang mijn' geest".

Kan ooit, wat dunkt u, op den ten hemel Gevarene, een beminnelgker blik worden geslagen ?

Als het stervende oog mag rusterr op Hem, zal het in werkelgkheid worden gezien: „die overwint. Ik zal hem geven met Mij te zitten in jMgnen troon, gelgk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mgnen Vader in Zijnen troon, "

We zagen hier zulk een overwinnaar doorbreken, door de slagorden heen, welke er door Satan en wereld tegen hem opgeworpen waren, doorbreken om bij zijn God te komen, 't Eenige wat hem de overwinning deed bezorgen was het zien op Jezus, op den verheerlijkten Menschenzoon, zooals Hg staat ter rechterhand Gods.

Hoe zal nu ons staan zijn?

In deze dagen zal in de prediking des woords, gedurig een blik worden geslagen door de geopende hemelpoort. Christus staat er nog, maar eenmaal zal Hij zich zetten op Zgn troon, dan is Hij Rechter, een heilig Rechter, die ieder zal veroordeelen, die Zgn bloed onrein heeft geacht,

Eene vreeselijke gedachte voor allen die buiten Christus leven.

Voor de discipelen des Heeren, voor allen die God vreezen, is het evenwel iets heerlgks te mogen hooren van dezen Voorspreker voor den Troon. Voor hen geldt: alle instrument dat tegen u bereid wordt zal niet gelukken en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult gij verdoemen. D. i. de erve der knechten des Heeren en hunne gerechtigheid is uit Mij, spreekt de Heere.

Reis daarom gemoedigd uwen weg, met JezoB voor oogen = Het mag mi nog telkens gebeuren, dat de stofwolken u het uitzicht op den hemel benemen, geen nood. Hij ziet op u neder, straks zult ge Hem zien in Zijn heerlijkheid. Dat in uwe scheidensure iets van dien glans gezien worde, welke bij Stephanus werd aanschouwd, en dat zijn laatste woord het uwe ook mag wezen: „zie, ik zie den hemel geopend en den Zoon des mensehen staande ter rechterhand Gods."


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's